woensdag 7 augustus 2019


Twee preludes
Misschien hebt u het filmpje wel eens gezien: een jeugdige Bill Clinton schudt in 1963 in de tuin van het Witte Huis de hand van John F. Kennedy. Het werd in de presidentscampagne van 1992 veelvuldig gebruikt. Hoe kwam hij daar verzeild?

Alles is competitie
Clinton werd in 1963 door  de leiding van zijn High School voorgedragen voor een zomerkamp (Boys State) van de staat Arkansas. Alle deelnemers waren geïnteresseerd in de werking van de politiek. In Amerika is daar natuurlijk een wedstrijd aan verbonden: de verkiezingen worden nagebootst. Er zijn allerlei ’posten’ waar je voor gekozen kan worden en je moet dus campagne voeren, stemmen werven bij de andere deelnemers. De meest begeerde post was die van gouverneur, maar Clinton had al snel door dat dat niet haalbaar was. De gedoodverfde winnaar was Mack MacLarty, een topatleet, charmant en uit de betere kringen. Daarom zette hij – toen al een tacticus, een politicus in de dop – in op next best: de post van senator en die verkiezing won hij. Samen met een andere deelnemer - elke staat heeft in de echte Senaat ook twee senatoren – mocht hij als extraatje nog een week naar Washington (Boys Nation). Daar volgden ze een civics course van een week en als kers op de taart was er het bezoek aan het Witte Huis. Clinton bofte dat Kennedy na zijn toespraakje op de jongens afstapte en dat er iemand was die dit tafereel op film vastlegde.

Goed voorbeeld doet volgen
In de documentaire die deze weken in delen op maandagavond wordt uitgezonden gaat het over de affaire van Bill Clinton met Monica Lewinsky. Kenners van Bills handel en wandel in Arkansas wisten dat dit niet zijn proefstuk was. Hij was een succesvol gouverneur van Arkansas van 1979 tot 1981 en van 1983 tot 1992. Toen Gary Hart zich in 1987 uit de race om de Democratische nominatie voor president terugtrok, omdat zijn affaire met fotomodel Donna Rice bekend was geworden – de film de Front Runner gaat daar over -, overwoog Bill zich in de strijd te mengen. Gelet op de kwaliteit van de resterende kandidaten gaf hij zichzelf een goede kans op de nominatie. Weliswaar had hij ook de nodige ‘extracurricular activities’ op zijn conto staan o.a. zijn affaire met Gennifer Flowers, maar zijn team van medewerkers waaronder Hillary en Betsey Wright, zijn rechterhand als gouverneur, waren heel bedreven geworden in het verborgen houden van wat Bill zoal deed. Door lobbywerk was hij inmiddels ook voorzitter van de National Governors Association en de Education Commission of the States geworden Vrienden en kenners van de politiek voorspelden hem een nog grotere toekomst “if he can keep his dick in his pants” zoals Hillary zelf het formuleerde. Helaas was dat niet gelukt. De dochter van een vrouw, die de voorzitter was van de Democratische partij in Noordwest Arkansas, kwam met een verhaal thuis over een vrouw die met de gouverneur enz. Daar werd op dinner parties openlijk over gesproken! Betsey Wright had inmiddels een lijst aangelegd van dames waarmee Bill in de afgelopen jaren wat had gehad. “Kun je er zeker van zijn dat zij haar mond zal houden? Hoe weet je dat? Waar woont ze nu? Weet je zeker dat ze niet voor geld toch haar verhaal gaat vertellen?” Zuchtend kwam Bill tot de conclusie – of beter gezegd hij kon het niet weerleggen – dat de risico’s veel te groot waren. Voor 15 juli 1987 was al een zaal afgehuurd in het Excelsior Hotel in Little Rock en daar kondigde Bill met Hillary aan zijn zijde na een lange inleiding en met veel verzuchtingen aan, dat hij NIET zou deelnemen.

maandag 29 juli 2019


Poor Mike

In de eerste jaren van de nieuwe Amerikaanse republiek was de procedure heel simpel. De man die de meerderheid behaalde in het Electoral College was de president en nummer twee was de vicepresident. Dat is heel lang een volstrekt onbeduidende functie geweest. De Grondwet kent hem slechts twee taken toe nl. in de Senaat de beslissende stem uitbrengen, wanneer de stemmen staken en de president opvolgen als deze voortijdig zou overlijden, zou aftreden of afgezet zou worden.

Waardeloos
De meeste vicepresidenten zijn diep ongelukkig geweest tijdens hun ambtsperiode. Ze hadden of helemaal niets te doen of kregen van de president slechts onbeduidende opdrachten. John Nance Garner, de Texaan die onder Franklin Roosevelt van 1933 tot 1941 vicepresident was, zei ooit dat het minder waard was dan “a bucket of warm piss”. Nixon zorgde er in 1952 voor, dat de delegatie van Californië op de Republikeinse conventie overging naar het kamp van Eisenhower; hij werd ervoor beloond met het vicepresidentschap. Zijn baas had geen hoge dunk van hem en de leden van het kabinet al evenmin. Toen Eisenhower vanwege zijn gezondheid in 1957 Nixon het ambt liet waarnemen, werd deze nauwgezet begeleid c.q. in de gaten gehouden door de staf van het Witte Huis en het cabinet.

Wat doe je nu?
Tot veler verbazing gaf Johnson in 1960 zijn sterke positie als leider van de Democratische meerderheid in de Senaat op om samen met Kennedy de verkiezingen in te gaan. Was hij het voorbeeld van zijn Texaanse voorganger vergeten? Nee! Johnson had zijn staf laten uitzoeken hoe veel vicepresidenten hun president waren opgevolgd. Heel wat! John Adams, John Tyler, Millard Fillmore, Andrew Johnson, Chester A. Arthur, Theodore Roosevelt, Calvin Coolidge en Harry Truman. Als vicepresident zou hij niet langer een regionaal, maar nationaal figuur zijn. Daarbovenop nog het volgende: zeven presidenten waren in het ambt gestorven, zeven van de drieëndertig. Gedurende de laatste honderd jaar waren dat er vijf: Abraham Lincoln in 1865, James Garfield in 1881, William McKinley in 1901, Warren Harding in 1923 en Franklin Roosevelt in 1945. Kortom 1 in elke 20 jaar. Als vicepresident zou hij bovendien na acht jaar in 1968 goede kansen hebben op de nominatie. Al deze overwegingen bracht Johnson ertoe in 1960 het aanbod van Kennedy om met hem op de ticket te gaan staan te accepteren. Hij werd diep ongelukkig. Kennedy betrok hem nauwelijks bij het politieke werk, stuurde hem bij spanningen in het buitenland naar hotspots om daar ‘met de vlag te zwaaien’ en negeerde hem verder volkomen. Johnson had niet veel te doen, maar moest wel – toppunt van vernedering – als hij van een wat luxer vliegtuig gebruik wilde maken daarvoor toestemming vragen aan Bobby Kennedy!

Jimmy Carter
Carter was de eerste president die zijn vice bij het echte werk betrok. Walter Mondale kreeg echte taken en zat aanvankelijk erbij in de Oval Office, wanneer Carter buitenlandse leiders ontving. Deze hadden moeite met de gang van zaken. Met wie zaten ze nu eigenlijk te overleggen? Met de echte president of met een tweemanschap? George Bush werd onder Ronald Reagan door de leden van de staf niet helemaal voor vol aangezien. Bush sr. zelf koos Dan Quayle, die vooral zijn mond moest houden. Clinton maakte wel gebruik van de kwaliteiten van Al Gore. Dick Cheney, de vicepresident van Bush jr., zou volgens sommigen zelfs heel veel invloed gehad hebben. Joe Biden was voor Obama heel belangrijk, omdat hij goed de weg kende in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat.

Terug naar af!
En nu? Mike Pence bracht onlangs een bezoek aan opvangkampen voor migranten en was zichtbaar geraakt door wat hij zag. Zal dat iets aan Trumps beleid veranderen? Hoogst onwaarschijnlijk. Hij is de loopjongen van de president zonder invloed op het beleid.

vrijdag 12 juli 2019


Kun je de vijand geloven?
Een oorlog wordt gewonnen met manschappen, wapens zoals tanks en vliegtuigen, generaals met strategisch inzicht, een thuisfront dat achter de troepen staat enz. Veel minder zichtbaar, maar van wezenlijk belang zijn de inlichtingendiensten met hun spionnen ter plaatse en met hun afluisterapparatuur, waarmee ze diep in het vijandelijk gebied de communicatie van de vijand onderscheppen. Natuurlijk is die informatie in meer of mindere mate versleuteld wat betekent dat je de codes van de ander moet trachten te kraken. Lukt dat zonder dat de ander dat beseft dan heb je beet! Max Hastings heeft met The Secret War hierover een fascinerend boek geschreven.

De afluisteraars
De Amerikanen hadden de CIA, de Russen de KGB, de Duitsers hadden de Abwehr en de Engelsen hadden alle knappe koppen van Oxford en Cambridge enz. tijdelijk ingelijfd in het leger. Wanneer Hastings hun werkwijzen met elkaar vergelijkt, valt hem op dat in Rusland en Dutsland de wetenschappers die in het leger moesten meedoen ook de militaire procedures moesten volgen, terwijl de Engelsen en Amerikanen hun extra mankracht veel meer vrijheid gaven bij het gebruik van hun hersens. Als het gaat over de Engelsen dan denkt u natuurlijk aan Bletchley Park, een “ugly Victorian pile of bastard architectural origins” zo’n zestig kilometer buiten Londen, Enigma en Alan Turing.

Ik weet …, maar jij weet dat niet!
Het breken van een code b.v. van de Duitse marine was altijd een combinatie van mathematisch vernuft (en veel zweet in een achterafkamertje) en geluk. In de winter en het voorjaar van 1941 stegen de Britse verliezen op zee ten gevolge van Duitse duikbootaanvallen tot alarmerende hoogte. Op 23 februari 1941 overvielen Engelse commando’s op de Lofoten eilanden een Duitse trawler en namen daarbij onderdelen van een codeerapparaat in beslag. Hierna ging de Britse marine doelbewust op jacht naar Duitse trawlers die informatie over het weer verzamelden tussen IJsland en Jan Mayen. Overvallen op deze schepen leverden nuttig materiaal op. Geluk en veel moed zorgden voor buit die de doorslag zou geven. Op 9 mei 1941 dwong een eenheid die een konvooi begeleidde de U-11 naar het oppervlak. Een groep o.l.v. tweede luitenant David Balme nam de duikboot in beslag en verhinderde dat de Duitse bemanning het schip alsnog zou laten zinken. De buit: documentatie over het codeersysteem dat de Duitse marine op dat moment gebruikte. De vondst van deze harde informatie – tot het einde van de oorlog geheim gehouden - gecombineerd met het intellect in Bletchley Park gaf de geallieerden een geweldige voorsprong. Je kunt wel de schepen hebben, maar als je niet weet waar de vijand zich bevindt, heb je niet veel aan een materieel overwicht op zee.

Stalins argwaan
Hadden de Russen de Duitse aanval in 1941 kunnen zien aankomen? Ja, dat hadden ze. Stalin werd door geheim agenten, zijn ambassadeur in Berlijn en vele anderen gewaarschuwd dat er iets op komst was. Op 17 juni werden twee inlichtingenfunctionarissen, Merkulow en Fitin om 12.00 u. ’s middags door Stalin in het Kremlin ontvangen. Deze  achtte hun bronnen niet geloofwaardig; hij beschouwde het hele verhaal als misinformatie door de Duitsers opzettelijk in de wereld gebracht. Daarmee waren al hun agenten verdacht. Zij zelf vreesden weldra geëxecuteerd te zullen worden. Zo snel kon het gaan, als de baas jou en je agenten niet meer vertrouwde. Beria  gaf alvast orders om veertig functionarissen van de NKVD die deze informatie hadden doorgegeven te laten afvoeren naar een werkkamp.

Hoe kon dit zo gebeuren?
Stalin had spionnen in Bletchley Park en wist dat de Engelsen toegang hadden tot geheime Duitse documenten.  Hij had groot ontzag voor het oordeel van de Britten en die waren op dat moment allemaal nog – met uitzondering van Churchill – van mening dat er GEEN invasie te verwachten was.

dinsdag 28 mei 2019


Met de beste bedoelingen?

De afgelopen weken staat Iran in het brandpunt van de belangstelling. Nadat de huidige hoofdbewoner van het Witte Huis al uit de kernreactorovereenkomst met Iran was gestapt, heeft hij nu ook schepen en vliegtuigen naar Iran gestuurd. Amerika is bang voor gevaarlijke acties van Iraanse kant en aangezien de Amerikanen onze en hun eigen belangen bewaken, gaan ze er dan op af. John Bolton – de man met de snor - doet mededelingen en dreigt met aanvallen en Mike Pompeo, de minister van Buitenlandse zaken, voorheen de baas van de CIA, doet al even enthousiast mee in deze verbale oorlog. Men schermt met inlichtingen over gevaarlijke plannen van de machthebbers in Iran.

Onafhankelijke informatie
Nu moet je dergelijke beweringen altijd met een flinke korrel zout nemen. Na de aanval op de Twin Towers in september 2001 kwam de CIA met een verhaal waaruit zou moeten blijken dat Saddam Hoessein er mede verantwoordelijk voor was. “Feiten zijn feiten”, zegt u. Ja, ongetwijfeld, maar later bleek dat vicepresident Dick Cheney zowat elke week op het hoofdkwartier in Langley langskwam om met nadruk te vragen de rapportages wat steviger te maken, zodat hij er politiek wat meer mee zou kunnen. Zo’n machtig man spreek je niet tegen.

Oorlogstaal
In dezelfde tijd was het de grote baas zelf, president George W. Bush, die week in week uit oorlogszuchtige toespraken hield liefst vanaf militaire bases met een heleboel personeel achter hem op het podium. Zo werd het land opgezweept om tot oorlog over te gaan. Met de ‘coalition of the willing’ – Frankrijk en Duitsland niet, Nederland wel - ging hij het avontuur aan; aanvankelijk met veel succes, maar uiteindelijk bleek het een moeras.

Open wond
Het trauma van de gijzeling van het Amerikaanse ambassadepersoneel van 4 november 1979 tot 20 januari 1980 is in Amerika nog altijd niet verwerkt. De gijzeling duurde 444 dagen. De gijzelaars moesten vaak geblinddoekt paraderen voor de lokale bevolking en ondergingen ook een nepexecutie.

Of toch minder fraaie bedoelingen?
In 2002 verscheen van de hand van Gore Vidal een boekje met de veelzeggende titel Perpetual War for Perpetual Peace, How We Got To Be So Hated. De hoofdtitel heeft hij ontleend aan het werk van de historicus Charles A. Beard. Het boek is een opsomming van de eindeloze reeks conflicten, waar de Amerikaanse regering zich in heeft gemengd, zonder dat er ooit een officiële oorlogsverklaring is aangenomen door het Congres. Net zoals er in Amerika een ‘Book of the Month Club’ is, spreekt Vidal ironisch over de ‘Enemy of the Month Club’. Het overzicht, opgesteld door de Federatie van Amerikaanse Wetenschappers, beslaat achttien pagina’s.

vrijdag 10 mei 2019


The Front Runner

Onlangs is een film uitgebracht over Gary Hart, Democratisch senator van Colorado. Hij lag in 1988 in de peilingen mijlenver voor op zijn concurrenten. Hij werd geprezen om zijn kennis van zaken en zijn jongensachtige uitstraling. Hij werd een nieuwe Kennedy genoemd, hij imiteerde hem ook enigszins in houding en gebaren. Toen de pers lucht kreeg van zijn relatie met Donna Rice, een fotomodel, sloeg de vlam in de pan. Hart vond dat journalisten met dat soort zaken niets te maken hadden, daagde hen uit “If anybody wants to put a tail on me, go ahead", moest toegeven dat er wel wat van waar was – er dook een foto op van Hart met Rice op schoot op een boot genaamd  Monkey Business’ - en staakte kort daarna zijn campagne: hij vond dat de campagne moest gaan over politiek en niet over privézaken. Hart zei later: "I watched journalists become animals, literally”.

Seks in de regeringscity
Franklin Roosevelt had Lucy Mercer, Eisenhower had – in Londen in de oorlog – Kay Summersby. En Kennedy? Te veel om op te noemen. Het zou de omvang van dit blog verdubbelen. In de aanloop naar de voorverkiezingen in 1988 werd het privéleven van Hart voor de pers plotseling een punt van belang. Van Clinton en Monica Lewinsky weten we dankzij die zo vasthoudende pers bijna alles en over de huidige hoofdbewoner van het Witte Huis is er op dit vlak ook het nodige bekend geworden.

Bill Clinton

Nigel Hamilton vertelt in zijn biografie van Clinton uit 2003, dat de pers goed op de hoogte was van zijn ‘extracurricular activities’ als gouverneur in Arkansas, maar in 1992 besloot er niet over te berichten. Met alle camera’s op je gericht als president en met een vijandige Republikeinse meerderheid in het Congres is er echter bij het schandaal om Monica Lewinsky geen houden meer aan. Zo goed als alles wordt door Kenneth Starr onderzocht en gepubliceerd.

De goeie ouwe tijd

Tot en met de tijd van Richard Nixon kwam dit soort nieuws niet in de serieuze pers voor. Men interesseerde zich er niet voor, wist het niet en wie het wel wist, schreef er niet over. De opvatting was dat een politicus beoordeeld moest worden op zijn overtuigingen en daden. Wat hij in zijn vrije tijd - binnen- of buitenshuis - deed was niet van belang. Dat verandert b.v. bij de campagne van Edward Kennedy in 1980. Door o.a. de opkomst van het feminisme wordt er met andere ogen gekeken naar hoe politici met vrouwen omgaan en naar de staat van hun huwelijk. De scheiding tussen werk en privé vervaagt. Hamilton legt het keerpunt op dit gebied in 1974. Toen besloot het Hooggerechtshof dat Nixon alle geluidsopnames die hij in zijn eigen werkkamer (de Oval Office) had gemaakt openbaar moest maken. Hij constateert ook dat men in Amerika in een tijd waarin de moraal losser wordt, van politici fatsoenlijk gedrag gaat verlangen, zeven dagen in de week.

woensdag 24 april 2019


“I am not a crook!”

Met ‘Four Years more’ als campagneslogan vroeg Richard Nixon in 1972 de kiezers hem nog vier jaar in het Witte Huis te laten blijven. Hij won van George McGovern met een overweldigende meerderheid van de stemmen. Toen hij in 1974 moest aftreden, was zijn steun onder de bevolking gezakt tot onder de twintig procent. Lange tijd gold hij als HET voorbeeld van een slecht mens. Toch kwam er daarna ook bewondering voor zijn geopolitieke inzichten. De opening naar China en daardoor de overgang van een bipolaire wereld naar een wereld waarin meerdere machten elkaar in evenwicht hielden was in hoge mate zijn verdienste.

Nixon zoveel jaar later

Tim Weiner is u misschien bekend vanwege zijn boeken over de FBI en de CIA. Zijn boek One Man against the World past in die reeks. In wat in het Engels tick-tock prose wordt genoemd schetst hij het doen en laten van Nixon vanaf de eerste dag van zijn presidentschap. Daarbij kiest hij altijd voor de zwartste variant. We lezen alleen over de illegale activiteiten tegen zijn binnenlandse tegenstanders en zijn aanpak van de oorlog in Vietnam. Dat is iets te beperkt geformuleerd, want onder Nixon worden Cambodja en Laos er ook bij betrokken. Nixon zet in op een strategie van massale zware bombardementen. Weiner citeert uitgebreid  en veelvuldig uit de tapes, niet alleen over Watergate, maar eigenlijk over alles. Het beeld van de president wordt bij hem eendimensionaal. Dat Nixon ook nog een echtgenote en dochters had, dat hij vooruitstrevende wetten indiende m.b.t. milieubescherming enz., daarover lezen we niets. John Farrell schreef met Richard Nixon wel een boek met zo’n bredere kijk. Hij begint bij de jeugdjaren van Nixon, zijn politieke campagnes, zijn jaren in het Huis en in de Senaat, zijn acht jaar als vicepresident, de nederlaag tegen Kennedy en uiteindelijk het presidentschap in 1968. Bij hem is Nixon een mens met goede en aanzienlijk meer (dat wel!) slechte eigenschappen. Wat beide boeken fascinerend maakt is dat de auteurs heel uitgebreid citeren uit de bandopnamen die Nixon vanaf het begin van zijn presidentschap liet maken. Het heeft tot 2013 geduurd, voordat de laatste banden op papier waren uitgeschreven.

Kennedy & Nixon

In 1996 verscheen van Chris Matthews een boek met deze titel. Beide heren hadden in het begin van hun carrière veelvuldig contact met elkaar. In 1947 b.v. debatteerden ze in Pennsylvania in McKeesport met elkaar, beiden veelbelovende nieuwkomers in het Huis. Nixon werd uitgenodigd op het huwelijk van JFK met Jacqueline Bouvier. Het zal u niet verbazen dat Kennedy, toen Nixon in 1947 met een delegatie van het Huis op werkbezoek ging naar Europa, hem een lijst meegaf van interessante dames in Parijs. Wat u waarschijnlijk wel zal verbazen is, dat vader Kennedy – zoon John kwam het geld brengen -  de campagne van Nixon voor een Senaatszetel in Californië in 1950 met een gift van $1000,- steunde.

Politiek en Taal

Taal is een belangrijk politiek wapen. Goed campagneleuzen (‘Yes, we can!’), redevoeringen, aansprekende begrippen moet elke politicus in zijn gereedschapskist hebben zitten. Leuk wordt het als door een subtiele verandering jouw campagneslogan als een boemerang naar je terugkeert. Toen het duidelijk was, dat Nixon zelf opdracht had gegeven om Justitie te dwarsbomen en dat dat ook op band stond, waren zijn dagen geteld. Hij zou vervolgd kunnen worden en mogelijk de gevangenis indraaien. Waar hij zich nog durfde te vertonen, stonden zijn tegenstanders hem op te wachten met spandoeken met een aangepaste verkiezingsleus: “Four years or more!”



zaterdag 6 april 2019


Doet-ie het of doe-tie het niet!

In de VS wordt al maandenlang gespeculeerd over een mogelijke kandidatuur van Joe Biden voor 2020. Hij zou volgens velen grote kansen hebben, als hij erin zou springen. Maar ja, hij laat ons maar in het onzekere. Hij voert de spanning langzaam op. In april zou hij ‘het’ bekendmaken en hij heeft al laten weten dat zijn familie het met zijn beslissing eens is. Zijn tegenstanders - de politici die zich al in de strijd geworpen hebben en de lieden die nog ‘in the wings’ staan te wachten - zullen niet blij zijn met een eventuele kandidatuur van Joe. Hij is een geruststellende vaderfiguur en beschikt over een enorme ervaring. Hij was senator voor Delaware van 1973 tot 2009, hij is voorzitter geweest van de senaatscommissie voor Justitie en lid van de senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken. Bovendien is hij acht jaar lang als vicepresident de steun geweest van Barack Obama. Deze profiteerde zeker in het begin van Bidens ervaring met buitenlands beleid. Daarnaast was het vaak Joe Biden die dankzij zijn goede relaties met de Republikeinen in het Congres overeenkomsten met hen wist te sluiten. Hij is een blanke man. Progressief Amerika stemt zeker op een Democraat straks in 2020, maar Biden zou ook de gewone man juist in staten als Pennsylvania, Michigan en Wisconsin kunnen bereiken. Hij kan blank en zwart, man en vrouw, gematigd progressief en centrist binnen de partij achter zich verenigen. Hij beschikt over een sterk persoonlijk verhaal. In 1972 kwamen Bidens vrouw en één jaar oude dochter Naomi Christina om het leven bij een auto-ongeluk. Bij dat ongeval raakten ook zijn beide zoons gewond. Om hen te kunnen opvoeden reisde hij elke avond per trein van Washington terug naar zijn woonplaats Wilmington.

Blijf van mijn lijf!

Nu is er plotseling ophef, gedoe over Joe’s stijl, zijn gewoonte om mensen vast te pakken. Herinnert u zich Ard van der Steur en Halbe Zijlstra nog? Beiden kondigden in de Tweede Kamer hun aftreden aan en werden per plaatse door de minister-president innig omhelsd. Datzelfde gebeurde bij Janine Hennis-Plaschaert door een aantal vrouwelijke Kamerleden, nadat zij had aangekondigd af te zullen treden. In Amerika hebben een aantal vrouwen zich beklaagd, dat Joe hen te dicht genaderd zou zijn. Hij is hun ‘personal space’ binnengetreden. Vervolgens stort Jan en alleman zich erop, haalt er foto’s bij die bewijzen dat Joe de gewoonte heeft om …. en dat is natuurlijk helemaal fout. Een voorbeeld was de beëdiging van Carter als minister van Defensie voor Barack Obama. Joe Biden staat daar met zijn handen op de schouders van diens echtgenote. Helemaal fout natuurlijk. Dat de vrouw in kwestie zegt, dat zij het prettig vond dat hij haar op deze wijze steunde op dit spannende moment doet natuurlijk niet ter zake. De vrouwen (Clobuchar, Gillibrand, Warren) die zich nu al kandidaat hebben gesteld voor het presidentschap verklaren allemaal vroom, dat ze er geen oordeel over hebben, maar vinden wel dat Joe zich hierover moet uitspreken. Hoe moet het dan wel? Iedereen op een armslengte van je verwijderd houden? Bij binnenkomst aan iedereen vragen waar hij/zij wel/niet prijs op stelt?

What’s it all about?

De nogal dwarse Amerikaanse professor Howard Zinn schreef met A People’s History of the United States een zeer interessant boek voor wie eens een heel andere kijk op de politieke geschiedenis van de VS wil lezen. Hij beweert nogal cynisch dat het politieke bestel zo in elkaar zit, dat de gewone burger er niets van te verwachten heeft. De twee- en vierjaarlijkse politieke circussen rond de (voor)verkiezingen doet hij af als democratische uitlaatklep voor de middle class.