woensdag 13 februari 2019


E pluribus unum
Elke vier jaar speelt zich in de Verenigde Staten hetzelfde circus af: een aantal politici strijdt met elkaar om de presidentsnominatie van hun partij. Sommige kandidaten hebben serieuze kansen, anderen willen hun deelbelang eens duidelijk naar voren brengen. Wat mij opvalt is dat deze race naar het Witte Huis steeds eerder lijkt te beginnen. John Kennedy kondigde op 2 januari 1960 in Washington aan dat hij kandidaat was. George McGovern begon zijn campagne aanzienlijk eerder dan januari 1972. Ted Kennedy kondigde zijn kandidatuur voor 1980 tegen de zittende president Jimmy Carter aan in november 1979 in Boston.

De kenners
Die mensen zitten er vaak naast! Om bij het laatste voorbeeld te blijven: lang voordat Ted Kennedy het aankondigde, ging het gerucht al door Washington en de meeste journalisten waren van mening dat hij Carter makkelijk zou verslaan. “I’ll whipe his ass”, zou Carter gezegd hebben, toen hij het gerucht vernam, maar dat werd algemeen als grootspraak afgedaan. Wie had kunnen vermoeden dat Ted Kennedy de herinnering aan het ongeluk bij Chappaquiddick niet van zich af zou kunnen schudden? Wat ook niet hielp was het feit, dat door de opkomst van de feministische beweging er inmiddels heel anders werd aangekeken tegen al dat whomanizing waar de broers zo goed in waren. Kennedy was een beetje als een mooie fles wijn die je ooit cadeau hebt gekregen en uiteindelijk openmaakt, maar te lang hebt laten liggen. Hij belichaamde de herinneringen aan John en Robert en alle niet waargemaakte verwachtingen van toen. De werkelijkheid valt dan doorgaans tegen. In 1976 bedankten Hubert Humphrey en Ted Kennedy voor de eer en zo kwam Jimmy Carter, de totaal onbekende gouverneur van Georgia, bovendrijven. In 1988  was Gary Hart de gedoodverfde presidentskandidaat voor de Democraten. Na de openbaarmaking van zijn affaire met het model Donna Rice stortte zijn campagne in en werd de gouverneur van Massachusetts Michael Dukakis de man die het moest opnemen tegen vicepresident George H. Bush. Het meest recente voorbeeld van een bijzonder verrassende uitkomst van de (voor)verkiezingen is de huidige hoofdbewoner van het Witte Huis. Eerst won hij tegen alle voorspellingen in de nominatie van de Republikeinse partij en vervolgens versloeg hij Hillary Clinton. Ja en in het Witte Huis gebeuren nu elke week zaken die men vroeger voor onmogelijk hield.

Wie van de drie (of meer)?
Er zijn nu al – meer dan anderhalf jaar voor de verkiezingsdag! – flink wat kandidaten bij de Democraten o.a. Elizabeth Warren, Kamala Harris en Amy Clobuchar. Alle drie vrouwen. Is Amerika rijp voor een vrouwelijke president? Is vrouw zijn een voordeel in 2020? Peilingen laten zien dat de huidige hoofdbewoner van het Witte Huis het verbruid heeft bij de vrouwelijke kiezers.

Waar kom je vandaan?
Net zoals een Republikein bij voorbaat Californië en New York al heeft verloren, zo heeft een Democraat niets te verwachten van Texas en de rest van het Zuiden. De verkiezingen worden wel in het hele land gehouden, maar er zijn maar een paar ‘battlegrounds’. Bij het vorderen van de dag (nacht in West-Europa) in november 2016 bleek, dat Hillary in de ‘Rust Belt’ verrast was. Belangrijk in 2020 zou dus kunnen zijn, dat een kandidaat daarvandaan komt of uit het nabijgelegen Midden-Westen. Laatstgenoemde dame uit de reeks in het vorige blok voldoet aan deze eis. Amy Clobuchar is senator voor Minnesota. Ze heeft daar drie keer de race voor de Senaat gewonnen met uitstekende cijfers. In 2018 won zij in 42 districten waar Trump in 2016 had gewonnen! Een bewijs dat ze ook op Republikeinse en onafhankelijke kiezers aantrekkingskracht heeft. Zou zij Wisconsin, Michigan en Pennsylvania voor de Democraten kunnen terugwinnen?

dinsdag 29 januari 2019


Ik geloof het toch!

Toen twee vriendjes van de lagere school mij - op weg naar huis voor het middageten – vertelden, dat Sinterklaas niet bestond, weigerde ik dat te geloven: HIJ BESTOND WEL!!! Over het verloop van de beraadslagingen tijdens de Cuba crisis in 1962 hebben we de boeken van Theodore Sorensen, Robert Kennedy, Robert McNamara e.a. Daaruit komt het beeld naar voren van de militairen die maar al te graag wilden bombarderen en Cuba binnenvallen en ‘een aantal anderen’, waaronder Robert Kennedy, die voor een voorzichtiger aanpak pleitten. Gelukkig wonnen de laatsten en leefden wij nog lang en gelukkig. Sheldon M. Stern heeft de moeite genomen de bandopnamen van al die beraadslagingen zorgvuldig af te luisteren en er een boek over te publiceren in 2003. Wat blijkt? De enige die er vanaf het begin van doordrongen was, dat een bombardement of een invasie al snel zou kunnen escaleren tot een nucleaire oorlog met afschuwelijke gevolgen was John F. Kennedy. Het is alleen aan zijn verstand en vasthoudendheid te danken dat het toen goed is afgelopen. Uiteindelijk heeft hij zijn standpunt – beloven geen invasie te zullen ondernemen en de raketten in Cuba ruilen tegen de raketten in Turkije, want dat is een redelijk voorstel, ‘a rather even trade’ – aan alle anderen opgelegd!

Wat wil je geloven?
In 2003 werd Stern gevraagd mee te werken aan een documentaire over brieven van Amerikaanse presidenten waaronder de brieven van Kennedy aan Khrushchev. De maker wilde ook een paar tegendraadse opvattingen in zijn programma opnemen. Er werd een interview van 30 minuten met hem opgenomen, waarin hij uitlegt dat het verhaal van RFK’s optreden wel een mooi verhaal oplevert, maar niet gebaseerd is op de feiten. In de uiteindelijke versie kwam hij precies vijf seconden aan het woord en daarna volgde de dramatische klassieke versie.

Franklin Delano Roosevelt
In 1984 sprak Clark Clifford op een conferentie van de Kennedy Library in Boston t.g.v. het feit dat honderd jaar geleden Harry Truman was geboren. Hij vertelde over zijn persoonlijke herinneringen aan de dag, dat Roosevelt stierf en Truman hem opvolgde. Tijdens de vragenronde na afloop maakte een jongeman kritische opmerkingen over een aantal belangrijke details van Cliffords verslag van de gebeurtenissen op 12 april 1945. De oude seigneur keek vanaf het spreekgestoelte op hem neer en zei: “Jongeman, ik was daar aanwezig”. Het publiek begon spontaan te applaudisseren. Toch had de jongeman gelijk met zijn kritiek. Sterker nog Clifford zat in die tijd bij de marine, was gestationeerd in San Francisco en ontmoette Truman pas veel later voor de eerste keer.

Theodore C. Sorensen
In oktober 2007 nam Stern deel aan een discussie aan de universiteit van Princeton met Theodore Sorensen, tekstschrijver en adviseur van John F. Kennedy. Sorensen was verlaat, dus Stern mocht beginnen. Met letterlijke citaten uit de bandopnamen laat hij zien dat het officiële verhaal een sprookje is. Sorensen op zijn beurt spreekt hem tegen met als hoofdargument “Ik ben de enige hier die erbij was”! Wat moest hij anders zeggen? Toegeven dat hij er net als al die anderen naast had gezeten en dat als zijn advies opgevolgd was, deze discussie waarschijnlijk nooit gehouden zou zijn?

vrijdag 25 januari 2019




Watergate
1974 was een rampjaar voor de Republikeinse partij in Amerika. Na alle publiciteit over het Watergate schandaal van Nixon werden de bordjes stevig verhangen. De wens tot verandering onder de kiezers was zo groot, dat er vreemde dingen gebeurden. In Texas won een professor die over Shakespeare doceerde, een zetel ondanks een afwezigheid van tien jaar. In Rhode Island werd een binnenschilder in het Huis van Afgevaardigden gekozen, die nog nooit buiten zijn eigen woonplaats was geweest. Op 3 januari, 1975 werden 93 nieuwe mannen en vrouwen lid van het Huis van Afgevaardigden waarvan 76 Democraten. De nieuwe Democraten waren over het algemeen jong, voor het merendeel mannelijk en bijna allemaal blank. 87 van hen waren jonger dan 40. Vele leken meer op studenten dan op leden van de wetgevende macht. Een van hun eerste beslissingen was om een eigen groep te vormen: de New Members Caucus en vervolgens samenwerking te zoeken met een groep die al langer vocht voor verbeteringen, de in 1959 gevormde Democratic Study Group.


De macht der gewoonten
Hoe moet je je opstellen als nieuwkomer? Aan de lange mars naar boven beginnen door je aan te passen of de kont tegen de krib gooien? “Don’t try to go too fast,” was het fameuze advies van de legendarische Speaker Sam Rayburn. “If you want to get along, go along.” “Getting along” en “going along” betekenden slechts bij uitzondering het woord voeren in de caucus, in commissievergaderingen of tijdens debatten in de plenaire vergadering. Amendementen indienen laat je ook maar beter over aan oudgedienden. De ‘Watergate Babies’ ontdekten al snel dat zonder wijzigingen in m.n. het senioriteitssysteem er niet veel zou veranderen. Senioriteit ging uit van een enkele neutrale factor: het aantal dienstjaren. Vriendschappen, connecties, overtuigingen speelden geen rol bij het aanwijzen van de voorzitter. “If you live longer and get elected oftener than anybody else on your committee, you, by God, will become chairman of it when your party is in the majority”. De caucus besloot als eerste wijziging, dat leden van niet meer dan 1 subcommissie voorzitter konden zijn. Darmee kwam een einde aan de praktijk dat een klein aantal leden zijn senioriteit gebruikte om het voorzitterschap te claimen van soms wel vier subcommisies. Een volgende wijziging was het besluit, dat elk commissielid op zijn beurt een subcommissie mocht kiezen. Zo kwamen nieuwe leden sneller in belangrijke commissies.


“Ik eis …”
Met de komst van de nieuwkomers kwam ook een nieuw taalgebruik. Zij spraken over burgerrechten voor b.v. de zwarte bevolking  niet alleen als politieke wensen. Ze hadden het over het recht op abortus, het recht op schoon water enz. Conservatieven namen dat over: zij spraken over het recht op wapenbezit, het recht op bescherming van ongeboren leven, het recht op lagere belastingen. Het verheffen van politieke doelen tot het niveau van rechten zou een belangrijke stap blijken te zijn naar het ontstaan in Amerika van twee ideologische kampen. Een parlement moet het hebben van de bereidheid van groepen om samen oplossingen te zoeken. Als die compromissen moeten gaan over standpnten die gebaseerd zijn op het eigen morele gelijk, wordt het sluiten van compromissen een stuk minder aantrekkelijk.

maandag 14 januari 2019


Sprookjes uit de vorige eeuw

Zaterdagavond jl. de tweede aflevering van de serie over de Kennedy’s bekeken: een mooi verhaal met plaatjes. Men houdt zich in grote lijnen aan de officiële versie en laat onwelgevallige zaken weg of vermeldt ze maar voor 50% of minder. Een paar voorbeelden.

De verkiezingsstrijd in 1952
In het deel over de strijd om de senaatszetel van Massaschusetts in 1952 is er veel aandacht voor de teaparty’s en de jurken met zijn naam erop die zijn zussen droegen. Dat vader Kennedy vlak voor de verkiezingsdatum de belangrijke conservatieve noodlijdende krant The Boston Post in het geheim een lening gaf van $500.000 - waarna deze prompt in een hoofdredactioneel commentaar JFK aanbeval - vermeldt men niet.
Men vertelt dat JFK in 1956 naar Frankrijk ging om zijn vader daar te bezoeken en vervolgens met een paar vrienden wat te zeilen. Men vertelt niet, dat dat ‘zeilen’ betekende elke dag in een andere haven aanleggen voor verse proviand en verse dames. Wat is dat voor een echtgenoot die zijn hoogzwangere vrouw in Amerika verlaat? Wanneer hij het bericht van haar miskraam verneemt, keert hij pas na een paar dagen terug. Hij zelf ziet er aanvankelijk de zin niet van in (hij zag niet wat hij er nog aan kon doen!), maar vrienden overtuigen hem dat hij terug moet om zijn huwelijk te redden. Wil hij ooit president worden dan moet hij de indruk wekken een zorgzaam echtgenoot te zijn. Vanwege zijn presidentiële aspiraties gaat hij terug, niet om Jackie bij te staan. Wekt het verbazing, dat Jackie na haar miskraam naar het huis van Robert gaat en niet naar haar ‘eigen’ huis? Eigenlijk niet met zo’n man als echtgenoot.
Dat hij in 1957 de Pulitzer Prize krijgt voor een boek, dat hij niet zelf geschreven heeft, komt helemaal niet aan de orde. Zijn trouwe medewerker Ted Sorensen had het voorwerk gedaan en Profiles of Courage grotendeels geschreven. Sorensen heeft lang volgehouden dat het echt van zijn baas was, maar gaf in zijn laatste boek toe, dat hijzelf de auteur was geweest.
Aan het eerste televisiedebat wordt terecht veel aandacht besteed. Men vertelt wel, dat JFK veel beter overkwam dan Nixon, maar niet, dat publiek dat het debat op de radio had gevolgd – en zich alleen baseerde op de inhoud -  in grote meerderheid Nixon tot winnaar verklaarde.

Fraude in Texas
Robert Caro laat in The Passage of Power, het vierde deel van zijn prachtige biografie van Johnson, zien dat er heel veel aanwijzingen zijn voor fraude in Texas in 1960 onder regie van Johnson. Kennedy had de electorale stemmen van de ‘Solid South’ heel hard nodig. Johnson wist hoe je verkiezingen naar je hand kon zetten. Dat had hij m.n. in 1948 al gedaan. Zijn nipte overwinning toen op Coke Stevenson leverde hem de bijnaam ‘Landslide Johnson‘ op. Caro laat met een reeks voorbeelden zien, dat onwaarschijnlijk veel kiezers van mening veranderd waren in vier jaar. Waar zij in 1956 met overgrote meerderheid op Eisenhower stemden, waren zij nu plotseling voorstanders van Kennedy. In b.v. het district van Antonio was er in 1956 een meerderheid van 12.000 voor Eisenhower. In 1960 had Kennedy een meerderheid van 19.000. Wie wilde protesteren tegen de uitslag in Texas, kon zich wenden tot het kiesbureau van de staat Texas, waarin zaten Gouverneur Price Daniel, minister van Justitie Will Wilson en de voorzitter van het kiesbureau, de ‘minister van Buitenlandse zaken’ Zollie Steakley. Allemaal DEMOCRATEN! De laatste verklaarde dat de Texaanse wetten hen geen bevoegdheid gaven onderzoek te doen, de hoorzittingen werden verdaagd tot na 19 december, de dag waarop de kiesmannen in Washington Kennedy en Johnson officieel tot president en vicepresident kozen.

Je moet er wel tegen kunnen!
Waarom geeft men zo’n incompleet beeld? Omdat het Amerikaanse publiek de waarheid niet wil horen. Omdat sponsors degelijke programma’s niet sponsoren. Omdat men er geen belang bij heeft. De eerste grote kritische biografie van JFK kwam van de hand van een buitenstaander, de Engelsman Nigel Harrington. De familie schrok zo van wat hij - allemaal gedocumenteerd-  over hun held beweerde, dat hij voor het schrijven van deel 2, de geschiedenis van 1946 tot 1963, niet meer werd uitgenodigd.



maandag 24 december 2018


South of the Border!

Bij wijze van uitzondering richt ik de blik eens niet op wat er aan de overkant van de Atlantische oceaan gebeurt, maar blijf ik dichtbij huis. Het zal u niet ontgaan zijn, dat er in België een regeringscrisis is uitgebroken. De NVA heeft een belangrijk akkoord dat de premier namens de regering wilde gaan ondertekenen in Marrakesh niet willen steunen en toen viel de regering uit elkaar. Dat is op zich niets bijzonders. Ook bij ons haalden b.v. de kabinetten van Barend Biesheuvel, Jo Cals en Joop den Uyl de eindstreep niet.

Het parlement!
Bijzonder is dat plotseling het parlement groot gewicht werd toegekend. De premier verklaarde dat hij de zaak zou voorleggen aan de volksvertegenwoordiging en op basis van haar uitspraak het akkoord kon gaan ondertekenen. Anderen verklaarden dat - juist omdat de regering er niet uitkwam - het correct was de zaak aan het parlement voor te leggen. Let op de volgorde: eerst de regering en desnoods het parlement. België is officieel een parlementaire democratie, maar vaak wordt het betiteld als een particratie. Na de verkiezingen komen de partijvoorzitters bijeen voor overleg over een nieuw te vormen regering. Daarna worden premier en ministers aangewezen. Een partijvoorzitter heeft een drukke weektaak. Hij heeft in Brussel voortdurend beschikbaar zijn voor overleg met voorzitters, functionarissen en regeringsleden van andere partijen om de zaken op elkaar af te stemmen. Hij moet natuurlijk ook van alles doen binnen zijn eigen partij. Alle beslissingen van de regering worden zorgvuldig voorbereid op de ministeries en komen dan in de kernregering aan de orde. Dat zijn de premier en zijn vicepremiers. De minister van Verkeer en Waterstaat kan nog zulke mooie plannen hebben, als hij niet wordt gesteund door zijn eigen partijgenoot in de kernregering, heeft hij geen schijn van kans.

Eigen man/vrouw eerst
Waar een partijvoorzitter ook goed op let is de vraag of zijn eigen mensen wel voldoende posten in het openbaar bestuur en binnen de ambtelijke diensten krijgen. Wie in België iets wil bereiken bij de overheid wordt lid van een politieke partij. Je bent dan onderdak bij b.v. christendemocraten, liberalen, socialisten en dat helpt  je carrière krachtig vooruit. Toen een aantal jaren geleden de spoorwegen werden bestuurd door een driemanschap, moest dat een trio uit drie verschillende partijen zijn. Als de derde man/vrouw van het trio de infrastructuur onder zich krijgt en de socialisten zijn aan de beurt voor die post, zal het ook een socialist worden – of hij nu werkelijk verstand van de materie heeft of niet. Jonge mensen die wat willen bereiken in de politiek beginnen na hun studie aan hun carrière in de partij. Eerst in een functie op het partijbureau (landelijk of provinciaal). Doe je het heel goed en val je daardoor op, dan kom je in het kabinet van een minister Het woord ‘kabinet’ betekent bij onze zuiderburen iets anders dan bij ons. Elke minister vormt op zijn ministerie zijn eigen kabinet. Dat zijn zijn eigen medewerkers, die in feite boven de ambtenaren staan en hun baas adviseren over het te voeren beleid. Is je baas vicepremier dan moet je als kabinetsmedewerker op een veelvoud van terreinen kunnen adviseren en overleggen met medewerkers uit de kabinetten van andere ministers. Doe je dat goed en conform wat de partij wil dan word je zelf wellicht ook wel een keer minister. Aangezien België naast de nationale regering ook een regering voor Vlaanderen, twee voor Wallonië, verder nog voor Brussel en voor de Duitstalige gemeenschap kent, lopen er in Brussel heel wat drukke baasjes en bazinnetjes rond.

Sluitpost
Aan het parlement wordt normaliter niets gevraagd. Heel af en toe gaat er iemand in het parlement zitten die denkt dat daar het voorbereidend en beleidsbepalend werk wordt gedaan. Zo iemand stapt er doorgaans na een paar maanden snel weer uit. Karel de Gucht, die van 1999 tot 2004 voorzitter van OpenVLD was, heeft ooit eens gezegd: “Als bij ons een kwestie in het parlement komt, is er echt een probleem”.

dinsdag 18 december 2018


Wie zoet is, krijgt lekkers!

Het Amerikaanse rechtssysteem verschilt van het onze. Heb je je misdragen dan kom je er in sommige gevallen toch makkelijk van af. Spiro Agnew, vicepresident van de VS onder Richard Nixon, vocht de aanklacht van omkoping niet aan en mocht met een aantekening op zijn verse strafblad naar huis. John Dean leidde vanuit het Witte Huis een reeks operaties die tot strafbare feiten leidden met als hoogte- of dieptepunt de inbraak in het Watergate complex. Omdat hij daarna van ganser harte meewerkte aan het onderzoek en zijn vroegere collega’s verlinkte, hoefde hij geen dag in de cel door te brengen. Het lijkt een bizarre tegenstelling: hoe hoger je in de organisatie van criminele activiteiten zit, hoe groter de kans de dans te ontspringen.

Je hoort hem niet
Sinds  voorjaar 2017 is Robert Mueller bezig met zijn onderzoek. Wie is deze Robert Mueller? Hij arriveert vroeg en gaat bijna als laatste naar huis. Vergaderingen duren zelden langer dan vijftien minuten, gebabbel is aan hem niet besteed en wee degene die zijn dossier niet goed heeft voorbereid. Toen hij in 1998 federaal aanklager werd in San Francisco, ontsloeg hij alle afdelingshoofden. In zijn tijd bij de mariniers had hij geleerd, dat je beter met een nieuw zelf samengesteld team kan gaan werken dan van het bestaande team zaken verlangen waar ze niet toe in staat zijn. Hij is een systematische graver. Hij begint met zaken die niets te maken lijken te hebben met het onderwerp van zijn onderzoek, dient op een bepaald moment aanklachten tegen verdachten in en de meesten van hen achten het dan toch verstandiger om mee te werken. Dat betekent zaken bekennen i.p.v. ontkennen, dat helpt om strafvermindering te krijgen. Wat nog meer helpt is actief meewerken, de onderzoekers voorzien van gegevens waarmee zij verder en vooral hogerop kunnen. Zo hebben Paul Manafort, George Papadopoulos, Michael Flynn en Michael Cohen allemaal eieren voor hun geld gekozen.

Mother Justice
Begonnen als eenvoudig officier van justitie en opgeklommen tot hoofd van de FBI staat hij bekend om zijn agressieve wijze van onderzoek doen, maar ook om zijn respect voor traditie en eerder vastgelegde richtlijnen. Toen Mueller van zijn FBI agenten hoorde, dat de CIA waterboarding toepaste op gevangenen, hen opsloot in lijkkisten, aan de muur vastketende en urenlang wakker hield, beval hij hen daar niet aan mee te doen. Toen hem later gevraagd waarom hij zijn agenten niet opgedragen had deze zaken te onderzoeken, antwoordde hij, dat het Ministerie van Justitie had bepaald, dat het legaal was en dus was de kous af. Daarmee zijn we bij een kernpunt van dit onderzoek. Kan een president in functie aangeklaagd worden? Heersende praktijk zegt, dat dat niet kan en mensen die Mueller kennen menen dat hij zich daarbij neer zal leggen. Een president dagvaarden voor een verhoor kan dus niet, maar met hem onderhandelen over de voorwaarden voor een interview kan wel.

Lock her up!
Michael Flynn was korte tijd adviseur van de huidige hoofdbewoner van het Witte Huis. Robert Mueller deed onderzoek naar verdenkingen zoals het liegen over contacten met de Russische overheid en het mogelijk doen van toezeggingen aan diezelfde overheid. Dat laatste mag alleen de Amerikaanse overheid. Hij besloot mee te werken met het onderzoek van Mueller. Daarom komt hij er nu van af zonder gevangenisstraf. Dat is ironisch voor een man die tijdens de campagne in 2016 meedeed met aanhangers in de zaal die over Hillary Clinton riepen: ‘Lock her up!

maandag 5 november 2018


De blauwe golf

Morgen dinsdag 6 november worden de tussentijdse verkiezingen gehouden in Amerika en de Democraten verwachten succes. Ze hopen de meerderheid te krijgen in het Huis van Afgevaardigden. Aangezien blauw de kleur is van de Democraten - rood is van de Republikeinen – spreekt men van een blauwe golf. De meerderheid in het Huis van Afgevaardigden betekent het voorzitterschap van het Huis en het voorzitterschap in alle commissies. Je kan zo de agenda bepalen en president Trump op veel terreinen het vuur na aan de schenen leggen. De kans dat de Democraten ook in de Senaat de meerderheid verwerven is heel gering.

Wat zou een overwinning betekenen?
In de Democratische partij woedt een debat over de koers van de partij. Lees b.v. Listen Liberal van Thomas Frank of The Once and Future Liberal van Mark Lilla. Enerzijds zijn er mensen die op het pad van Hillary voort willen gaan. Dan is het een partij van minderheden: de vrouwen, de zwarten, de latino’s, de lhtb-beweging enz. enz.  De tegenstanders van deze koers wijzen erop, dat je met het aanspreken van al die minderheden geen samenhangend verhaal hebt en dat de Democratische partij de klassieke arbeider is kwijtgeraakt. De mensen die in drie staten zo verrassend de uitkomst van de verkiezingen van 2016 beïnvloedden waren blanke arbeiders. Ze kwamen voor Hillary niet en voor Trump wel naar het stembureau. Daarom veren sommigen nu enthousiast op, als ze lezen dat Joe Biden, de vicepresident onder Obama, een tour maakt door juist deze staten. Hij is een klassieke Democraat, die de kiezers die daar op Trump stemden wel zou kunnen aanspreken, zo hoopt men.

De overwinning van Alexandra Orcasio-Cortez
Bij de voorverkiezingen in een kiesdistrict in New York won de jonge latina Alexandra Orcasio-Cortez van de blanke Joe Crowley (56 jaar). Een duidelijk bewijs zou je zeggen, dat er veel te halen valt, als de Democraten nieuwe kandidaten uit minderheidsgroepen inzetten tegen een lid van het Huis van Afgevaardigden sinds 1999, een vertegenwoordiger van de gevestigde orde. Helaas is het niet zo simpel, integendeel. Analyse van de uitslagen leert dat Crowley het goed deed in buurten met b.v. veel zwarte arbeiders of latino’s. In Parkchester, een wijk met heel veel latino’s en zwarte Amerikanen - haar eigen buurt! – scoorde hij 25% meer dan haar. Orcasio-Cortez deed het goed in wijken met veel hoogopgeleiden, gemiddeld blanker en rijker dan in de rest van het kiesdistrict. Gentrification! De buurt verandert, de oude bewoners verliezen hun huis aan mensen met een hogere opleiding en zij weet die naar de stembus te krijgen. Deze kandidate verbreedt de basis van de partij in ieder geval niet.

Machtsverlies
Wie het langst in een commissie zit wordt voorzitter, als zijn partij de meerderheid in het Huis verwerft. Iemand met negentien dienstjaren is een belangrijk lid van zijn commissie, kan links en rechts van alles regelen. Denk dan aan b.v. stevige invloed uitoefenen op de justitiële autoriteiten ten gunste van een immigrant uit zijn district. Al die opgebouwde dienstjaren gaan nu verloren. Orcasio-Cortez begint onderaan de ladder.