vrijdag 16 maart 2018


Over het nut van de Olympische Spelen
‘Geldverslindend’, ‘alleen maar bedoeld om anderen te imponeren’, ‘stadions die na twee of drie weken voor altijd leeg zullen staan’! Dat zijn zo de kwalificaties van de critici van de tegenwoordig tweejaarlijkse Olympische Spelen. Op de relatie tussen de beide Korea’s heeft het sportevenement echter een heel positieve uitwerking gehad.

Toenadering
Waar in het najaar Amerika en Noord-Korea elkaar wederzijds naar de nucleaire hel wensten, toonde de belangrijkste man van Noord-Korea zich plotseling van een heel andere kant: atleten uit zijn land zouden deelnemen, hij bleek ook een zus te hebben die naar de zuiderburen afreisde en een delegatie van de kapitalisten ging daarna bij hem op bezoek. Dat leidde tot een plan voor een topontmoeting van de beide Koreaanse leiders en ‘to top it all’ kwam er plotseling zelfs een uitnodiging voor een top tussen de leiders van Amerika en Zuid-Korea.

Afstoten en aantrekken
In de eerste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw had Noord-Korea een ‘vreedzaam’ nucleair programma in Yongbyon. Het was in 1993 nog lid van de groep landen die het NPV hadden ondertekend en het stond het Internationaal Atoomenergie Agentschap toe inspecties ter plaatse uit te voeren. Dit Agentschap verdacht hen ervan dat ze al wat plutonium hadden gemaakt. Ze wilden daarom speciale inspecties uitvoeren, maar dat wilden de Noord-Koreanen niet toestaan. Er komen dan onderhandelingen op gang tussen beide partijen die tot niets leiden en de ongewenste ontwikkelingen gaan stiekem gewoon verder. Amerikaanse haviken slaan krachtige taal uit en de vlam – in dit geval letterlijk - dreigt in de pan te slaan.

Jimmy Carter
Bill Clinton stuurt dan oud-president Jimmy Carter naar Noord-Korea met de opdracht om een vreedzame uitweg te vinden. Aangezien er geen diplomatieke relaties tussen beide landen bestaan, gaat Carter er niet heen als de officiële vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering, maar meer as een ‘one man consultancy’, die zal kijken wat hij kan doen. Carter wordt door velen beschouwd als een mislukte president, smadelijk door Reagan weggevaagd in 1980. Toch valt er ook goeds over hem te vermelden. Hij is in de tweede helft van de jaren zeventig ermee begonnen in de relaties met de regimes in Zuid-Amerika de mensenrechten nadrukkelijk aan de orde te stellen en dat leidde in de jaren tachtig tot een ommekeer ten goede. Er zijn daar al heel lang geen generaals of kolonels meer aan de macht. Sommigen zijn berecht voor hun misdaden. Carter was ook de architect van het Camp David akkoord tussen Israël en Egypte, een wonder op dat moment en een verdrag dat nog steeds standhoudt. Hoe hij het voor elkaar kreeg is niet goed bekend, maar net op het moment dat Clinton op 16 juni 1994 met zijn adviseurs het instellen van sancties, het evacueren van Amerikaanse burgers en het versterken van de troepen ter plaatse overweegt, komt een assistent binnengesneld: “Carter aan de telefoon!” De Noord-Koreanen willen concessies doen. Er komt een onderhandelingsproces op gang, Japan en Zuid-Korea zullen Noord-Korea gaan helpen en het gevaar van een confrontatie wordt afgewend. Kortom het zou kunnen dat de zaak zich net als toen ook nu ten goede zal keren.

vrijdag 2 maart 2018


Gelijk hebben en gelijk krijgen
Nu er plotseling uit onverwachte hoek voorstellen worden gelanceerd om het wapenbezit in Amerika aan banden te leggen, is de vraag relevant of dat ook daadwerkelijk tot wetgeving zal leiden. Hoe creëer je een meerderheid? De voorstanders heb je al, maar hoe overtuig je twijfelaars en tegenstanders? Hoe krijg je tegenstanders in je kamp?

Master of the Senate
Het is de moeite waard om eens te kijken hoe Lyndon Johnson dat deed. Na de moord op Kennedy in november 1963 moest Johnson ervoor zorgen dat er eindelijk op een flink aantal terreinen vooruitgang werd geboekt in beide huizen van het Congres. Zijn voorganger was goed geweest in inspirerende toespraken, die indruk maakten en mensen meesleepten, maar in het gewone handwerk van meerderheden smeden was hij niet sterk. Johnson daarentegen had lang in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat gezeten en zich daar verdiept in de standpunten en de karaktertrekken van zijn collega’s.

Harry Byrd
Harry Byrd was voorzitter van de begrotingscommissie van de Senaat. In die tijd was een voorzitter een koning in zijn eigen commissie. Als hij geen hoorzittingen wilde organiseren, kwam een wetsvoorstel niet ter tafel. Hij bepaalde door welke subcommissie een wetsvoorstel behandeld zou worden. Hij sprak als eerste in een vergadering van zijn commissie, hij bepaalde wanneer een lid zijn vragenronde af moest sluiten. Hij kon zelfs de vergadering sluiten, voordat het jongste (en laatste in de rij van sprekers!) aan het woord was gekomen. Met zo’n man moet je voorzichtig omgaan!
Johnson had krediet opgebouwd bij zijn oude collega. Toen in 1952 Byrds geliefde dochter op haar vijfendertigste door een val van een paard overleed, waren Johnson en Magnuson de enige twee senatoren die in een auto twee uur door de stromende regen naar Rosemont in Virginia reden om de begrafenis bij te wonen. Ook al had Johnson toestemming om zonder kloppen Byrds kantoor binnen te stappen, hij vroeg toch altijd permissie om zijn kamer binnen te komen. Daarna wachtte hij nog tot een medewerker van Byrd hem binnenliet. Johnson voelde in die jaren vijftig goed aan dat al die machtige oude mannen wel eens twijfelden of zij nog wel het niveau haalden van vroeger. Johnson streelde hun ijdelheid door bij veel zaken om hun advies te vragen. Johnson stelde zich soms ook tevreden met minder dan 100%. Bij een bepaalde spannende kwestie probeerde hij Byrd niet over te halen tot zijn standpunt, maar vroeg hem wel beleefd of hij zich in dit geval niet van stemming zou kunnen onthouden.

Geen Keynes
Byrd was een fiscaal conservatief. Hij beschouwde $100 biljoen als het absolute maximum voor de totale begroting van de VS in 1963. De theorieën van Keynes waren aan hem niet besteed. Johnson gaf daarom  al zijn ministers opdracht hun begroting flink naar beneden aan te passen. Diegenen onder hen die dat niet begrepen of niet snel genoeg deden kregen de ‘Johnson treatment’. De baas kwam vlakbij je staan, torende met zijn lange gestalte boven je uit en begon met zijn wijsvinger in je borst te prikken om zijn woorden kracht bij te zetten. Uiteindelijk kreeg Byrd zijn begroting binnen naar zijn mening fatsoenlijke fiscale kaders en Johnson kreeg begroting goedgekeurd.

woensdag 7 februari 2018


Eendracht maakt macht!

De Olympische Spelen in Pyeongchang naderen met rasse schreden. Tot mijn verbazing vindt er een bescheiden hereniging van de beide Korea’s plaats. Naast een gezamenlijk ijshockeyteam zullen er b.v. ook kunstschaatsers van beide landen onder een gezamenlijke vlag deelnemen. Daarom wil ik het vandaag over de Koreaanse oorlog hebben en in het bijzonder generaal Douglas MacArthur.

Oorlog breekt uit!
Op 25 juni 1950 vallen zeven divisies Noord-Koreaanse troepen van de sterkste categorie Zuid-Korea binnen met de bedoeling dit land binnen drie weken te veroveren. De Amerikanen zijn compleet overrompeld. De oorlog zal drie jaar duren en het zal zoals S.L.A. Marshall het noemde “de beroerdste oorlog van de eeuw” worden: ruw terrein en vaak verschrikkelijk weer vooral in de bitterkoude winters.

MacArthur
De Amerikaanse troepen in de Pacific staan onder leiding van Douglas Mac Arthur. Hij is in de jaren dertig vertrokken naar het Verre Oosten en daar uitgegroeid tot een figuur ‘larger than life”. Beroemd zijn de beelden van de overgave van Japan die plaatsvindt in de baai van Tokyo op het oorlogsschip ‘Missouri’. Als je niet beter weet, zou je denken dat Japan zich niet overgeeft aan de VS, maar aan MacArthur persoonlijk. Hoewel nominaal ondergeschikt aan zijn superieuren in Washington, runt hij na de oorlog in feite zijn eigen toko. Orders of beleidsaanwijzingen die hem niet bevallen negeert hij. Met Korea houdt hij zich niet bezig. Op verzoeken om hulp of advies reageert hij niet. Zijn omgeving bestaat uit mannen die al sinds 1930 voor hem werken en hem vereren. “The Bataan Gang” worden ze genoemd, een verwijzing naar zijn strijd in de Filippijnen in de dertiger jaren. President Truman wordt geadviseerd hem terug te roepen voor consultatie, een mooie medaille te geven, een toespraak te laten houden voor een gezamenlijke vergadering van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat en hem dan te bedanken voor bewezen diensten. MacArthur wijst het verzoek van Truman om naar Amerika te komen tweemaal van de hand, gedrag dat grenst aan subordinatie, maar Truman durft hem nog niet aan te pakken. De generaal geniet te veel steun in Republikeinse kringen.

Inchon
In september 1950 - de Amerikanen zijn ver teruggedreven - voert MacArthur een briljant, maar gewaagd plan uit: een amfibische lading bij Inchon ter hoogte van Seoul midden in vijandelijk gebied. Dat wordt een groot succes. De Amerikanen drijven de vijandelijke troepen terug. Wanneer MacArthur de strijd zo ver voortzet, dat hij Chinese inmenging uitlokt, heeft hij zijn hand overspeeld. Matthew Ridgway wordt aangesteld als nieuwe commandant in Korea en hij is ‘his own man”. Hij consulteert MacArthur wel, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Provocatie en ontslag
Op het moment dat de regering-Truman achter de schermen haar best doet de Chinezen naar de onderhandelingstafel te krijgen, ondermijnt MacArthur deze actie. Hij drijft op een persconferentie openlijk de spot met hun gevechtskracht. Hij schrijft een brief aan Joe Martin, de leider van de Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden vol kritiek op de politiek van Truman. Hij geeft hem toestemming deze brief te gebruiken, eruit te citeren. Dan is de maat vol. Op 11 april om 01.00 u. 1951 gaat een verklaring naar de pers, dat Truman MacArthur onder dank voor bewezen diensten van zijn commando heeft ontheven.


maandag 22 januari 2018

Pete Hoekstra
In De Standaard van 13 januari jl. stond een stukje over de eerste – ongelukkige – persconferentie van de nieuwe Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra. Deze geboortige Groninger gaf tot viermaal toe geen antwoord op vragen over zijn uitlatingen over no-go zones en politici die in Nederland in brand worden gestoken. De Vlaamse redacteur lijkt enigszins jaloers op de Nederlandse journalistieke mores. Zo schrijft hij dat Hoekstra nog veel te leren heeft b.v. ”Dat Hollanders niet houden van gelul en om de pot draaien, bijvoorbeeld”. Iemand van de journalisten wees Hoekstra op de tekst boven de open haard van John Adams, de allereerste ambassadeur van de VS in ons land: ‘May none but honest and wise men ever rule under this roof”.

John Adams
In 2001 verscheen van de hand van David McCullough een prachtige biografie over John Adams, de tweede president van de VS. Geboren in 1735 behoort hij met George Washington en Thomas Jefferson tot de belangrijkste leden van de Founding Fathers. Hij was deelnemer aan de beraadslagingen in Philadelphia. Op 2 juli 1776 riep het Continental Congress de verenigde kolonies uit tot  “Free and Independant States”.

Overzee
Hij was met Benjamin Franklin en Arthur Lee van  1778 tot 1779 belast met het behartigen van de relaties met Frankrijk. Hun taak was om effectieve steun te krijgen van de Franse koning voor de Amerikaanse vrijheidsstrijd. Daarvoor had hij met veel personen contact in Parijs en in de provincie. Aan sommige zaken moest hij wel wennen. Zo beschrijft hij een diner in Bordeaux, waar een jonge vrouw hem aan tafel vraagt – zij denkt dat hij gezien zijn naam van de eerste Adam afstamt – hoe Adam en Eva destijds hebben ontdekt hoe de voortplanting in zijn werk ging. Een dergelijke openheid over dit soort zaken was hij in Amerika niet gewend. In oktober 1779 wordt hij door het Congres aangesteld als gevolmachtigd minister met als taak te onderhandelen  over vredes- en handelsverdragen met Groot-Brittannië. Daarna gaat hij naar de Republiek, waar hij in Den Haag hard werkt om financiële steun van de Hollanders voor de Amerikaanse zaak te verkrijgen. Wapens naar de opstandelingen smokkelen deden we al!

President
Na acht jaar George Washington, onontkoombaar de eerste president, wordt Adams in 1796 met drie stemmen meer dan Jefferson tot de tweede president gekozen. De twee mannen zijn het op veel terreinen oneens en ontwikkelen een bittere vijandschap.

Herstel van de vriendschap, uitwisseling van brieven

Adams laat zich net voor Kerstmis 1811 in een gesprek met twee jongemannen uit Virginia ontvallen: “I always loved Jefferson and I still love him”. Wanneer hij dit verneemt, schrijft Jefferson aan een vriend: “I only needed this knowledge to revive to him all the affections of the most cordial moments of our lives”. Ze schrijven elkaar zeer vaak. Merkwaardigerwijs gaan ze op 4 juli 1826 bijna tegelijkertijd dood: Thomas Jefferson om ongeveer 13.00 u. en John Adams om ongeveer 18.20 u.

donderdag 2 november 2017

Een pensioengat?
Sommigen van u zijn al met pensioen. Mochten ze zich afvragen hoe hun tijd door te komen dan heb ik hier een paar tips. Voor anderen zal dit nog even duren. Beschouw het dan als onderwerpen om naar uit te kijken.

Tips
Wist u dat het volgens de oprichtingsakte uit 1947 de CIA nadrukkelijk verboden was om in Amerika actief te zijn? Dat deed de CIA toch. Een voorbeeld daarvan is Operation Mockingbird. Het programma begon rond 1950 en had als doel om de Amerikaanse media te infiltreren. Verslaggevers bij belangrijke kranten stonden op de loonlijst van de CIA en omgekeerd werkten medewerkers van de CIA bij grote kranten. Zo zorgde men ervoor, dat er in de pers op positieve wijze bericht werd over m.n. de Amerikaanse buitenlandse politiek, dat bepaalde feiten in een positief daglicht werden geplaatst en dat andere feiten helemaal niet het daglicht zagen. Iemand die deze acties vanaf het begin ondersteunde was Philip L. Graham, uitgever en eigenaar van de Washington Post. Een voorbeeld van zo’n journalist is Ben Bradlee, later beroemd geworden als de redactiechef op de Washington Post, die verantwoordelijk was voor de stukken van Bob Woodward en Carl Bernstein over Watergate. Hij werkte b.v. van 1952-53 als persmedewerker op de Amerikaanse ambassade in Parijs. Het was trouwens heel gebruikelijk dat mensen die officieel werkten bij Buitenlandse Zaken, in feite voor de CIA werkten.

Wie vermoordde JFK?
Nog zo’n onderwerp waar je uren, dagen, maanden en jaren aan kan besteden is de moord op John F. Kennedy. In deze moordzaak zitten vele mysterieuze feiten, gebeurtenissen en tegenstrijdigheden. De discussie is nog steeds niet verstomd. Er zijn heel veel boeken en artikelen over verschenen. Volgens een wet uit 1992 moest president Trump uiterlijk 26 oktober 2017 beslissen of hij zo’n 36,000 dossiers die met de moord te maken hebben vrijgeeft. Inmiddels heeft hij besloten alle documenten vrij te geven.

Oswald alleen of …?
Wie doodde(n) Kennedy in Dallas op 23 november 1963? Was het Lee Harvey Oswald alleen, die van achteren schoten op Kennedy afvuurde of waren er nog andere schutters - zonder dat Oswald dat wist – die de president frontaal raakten? Als het een geplande moord was, wie zat er dan achter? Volgens sommigen is het de schuld van de maffia. Deze moest in opdracht van de CIA in het kader van een geplande coup in Cuba een aanslag organiseren op Castro. De maffia had na bijna drie jaar Robert Kennedy zo’n hekel gekregen aan hem en zijn niet aflatende reeks rechtszaken tegen hen, dat ze het organogram van het plan wat veranderden. Op de plaats van ‘beoogd slachtoffer’ vulden ze i.p.v. Castro de naam van John Kennedy in. “A dog will continue to bite you, if you cut off its tail. Whereas if you cut off the dog's head, it would cease to cause you trouble“. Voor liefhebbers: kijk op de site http://jfklancer.com/.

De FBI doet veel goeds en veel slechts

Ook interessant: wat de FBI officieel deed en in het geheim. Anthony Summers schreef er Official and Confidential over. De dienst bestreed de misdaad, hield staatsgevaarlijke personen en de communistische partij in Amerika in het bijzonder in de gaten. J. Edgar Hoover, de baas van de FBI, bespioneerde trouwens iedereen. Mensen konden altijd gevaarlijk worden en je wist maar nooit hoe informatie nog van pas kon komen. Hoover had in zijn kantoor een dossier met 1.605 memo’s over politici. Hij was op de hoogte van de buitenechtelijke escapades van John Kennedy en liet dit zijn toenmalige baas Robert Kennedy ook weten. Hij bracht het echter niet naar buiten, maar gebruikte het als intern drukmiddel. Hoover wantrouwde Martin Luther King. Hij vroeg Robert Kennedy  toestemming om King af te luisteren en kreeg die. Zo werkt dat, als je het bureaucratische spel beheerst. Nimzowitsch zei al: “De dreiging is belangrijker dan de uitvoering ervan”.

donderdag 19 oktober 2017

Weten we straks wie het nu echt heeft gedaan?
De film in 1992 JFK van Oliver Stone rakelde de discussie over de moord op Kennedy in 1963 weer helemaal op. Hoewel er een hoop onzin in de film zit, werden aanhangers van complottheorieën gesterkt in hun redeneringen. Hoezo onzin? Stone geeft in zijn film veel aandacht aan het onderzoek van Jim Garrison, een officier van justitie in New Orleans. Heel dramatisch hoe Garrison als eenzame strijder wordt neergezet, maar zijn onderzoek was gebaseerd op heel veel aannames en weinig feiten. Dat geldt ook voor Oliver Stones suggestie dat Kennedy uit de weg geruimd werd door een complot van het leger en de CIA. Hij zou de oorlog in Vietnam hebben willen beëindigen en dat was geen prettig vooruitzicht voor de wapenindustrie. Laat nu de wapenindustrie niet te klagen hebben gehad over Kennedy! Onder zijn bewind ging de defensiebegroting in zijn eerste jaar met 15% omhoog, hij plande 41 (i.p.v. 29) Polaris duikboten met 16 kernraketten ieder, in 1961 en 1962 kwamen er 207,000 soldaten bij en Amerika verhoogde zijn aantal kernwapens van 20,000 naar 29,000, (Rusland verhoogde zijn aantal van 1,600 naar 4,200). Ja, er zijn mensen die zeggen dat Kennedy hen vertelde, dat hij na zijn herverkiezing al het defensiepersoneel uit Vietnam terug zou trekken, maar hij zei wel meer. Kennedy was een meester in wat compartimentering wordt genoemd. Tegen de een zei hij dit, tegen de ander zei hij dat en in het openbaar weer wat anders. In een tijd dat alles nog via de krant en de drie grote networks ABC, CBS en NBC ging, een tijd waarin niet iedereen een smart telefoontje had, waarin het internet als digitale megafoon niet bestond en waarin het nog van groot belang was om discreet om te gaan met wat de president jou had toevertrouwd, kon hij ‘All things to all men’ zijn.

Openbaarmaking
De commotie na het uitkomen van de film was voor het Congres aanleiding een wet aan te nemen die bepaalde dat een grote hoeveelheid documenten over de moord, die tot dat moment geheim gehouden was, openbaar gemaakt moest worden. Dat is vervolgens gebeurd onder regie van de National Archives. In een reeks publicaties kwam heel wat naar buiten dat de kijk op de moord veranderde. Nu moet u zich van zo’n openbaarmaking ook weer niet te veel voorstellen. Regelmatig zijn woorden, soms zelfs hele zinnen doorgekrast, omdat de CIA van mening was dat dat niet bekend mocht worden. Ja, de CIA heeft tot het laatst een dikke vinger in de pap.

Tsunami van informatie
De rest van de documenten - 3100 documenten die nog nooit eerder bekend gemaakt zijn en meer dan 30.000 andere dossiers die eerder slechts gedeeltelijk gepubliceerd zijn - moet volgens de wet uiterlijk op 26 oktober openbaar gemaakt worden. President Trump is de enige persoon die dat kan tegenhouden. Hij kan om redenen van nationale veiligheid publicatie verbieden. Als publicatie doorgaat, dreigt een informatietsunami. In tegenstelling tot de vorige keer lijkt het erop dat nu alles tegelijk op het internet beschikbaar gesteld zal worden. Dat is een ramp voor de journalistiek en serieuze onderzoekers. De site(s) zullen geblokkeerd raken, omdat iedereen tegelijk op zoek zal gaan naar nieuwe feiten. Omdat de informatie niet geordend wordt aangeboden, zullen journalisten in die geweldige berg van feiten op zoek gaan naar sensationele nieuwtjes en deze uitvergroten. Wat zou naar boven kunnen komen? Nieuwe informatie wellicht over het mysterieuze zesdaagse bezoek dat Oswald een aantal weken voor de moord bracht aan Mexico City.

Wat deed hij daar? Daarover een volgende keer!

donderdag 5 oktober 2017

Mythes en de nuchtere werkelijkheid
Iedere natie heeft zijn nationaal verhaal dat de identiteit bepaalt. De Fransen hebben hun Franse Revolutie, waar koning en koningin en een flink deel van de adel hun leven lieten op de guillotine. Het volk aan de macht! Vrijheid, gelijkheid en broederschap! Niet te lang stilstaan bij het feit, dat niet het volk, maar de hogere bourgeoisie, de laag net onder de regerende klasse, de macht overnam. Nederland heeft Claudius Civilis en natuurlijk de Tachtigjarige Oorlog of zoals tegenwoordig wordt gezegd ‘de Vaderlandse Opstand’. Wij streden daar dapper voor geloofsvrijheid en andere zaken tegen de Spanjaarden. Niet te lang stilstaan bij het feit, dat het voornamelijk huursoldaten uit andere landen en streken waren die voor ons vochten. Ook niet te lang stilstaan bij het feit dat naast de geloofsvrijheid ook het bedreigde carrièreperspectief een belangrijk motief was voor de lokale edellieden om de strijd met Filips II aan te binden. Zij zagen de interessante functies aan hun neus voorbijgaan. Filips II bestuurde zijn rijk centralistisch vanuit Spanje en had een voorkeur voor zijn eigen vertrouwelingen.

De mythe
De Amerikanen hebben The Pilgrim Fathers. Op 16 september 1620 vertrok vanuit Southampton een groep van 102 protestanten naar de Amerikaanse oostkust. Zij landen op Cape Cod - nu een deel van de staat Massachusetts - en zij worden nog steeds beschouwd als de oervaders van de natie. Met hen is het allemaal begonnen. Zij vestigden zich in New England. Lange tijd was Amerika een land van White Anglo Saxon Protestants. Wie je ook was, hoe rijk je ook was, het maakte niet uit, je moest een ‘wasp’ zijn. Deze ‘Wasps’ vormden de overgrote meerderheid en maakten op alle terreinen de dienst uit. John Kennedy was de eerste katholieke (niet-protestante) president.

De werkelijkheid

Lang voordien waren er al bewoners van Amerika. Natuurlijk de Indianen en daarna Engelsen die om diverse redenen daar terecht waren gekomen. In het begin ging het allemaal niet zo democratisch in zijn werk, niks ‘All men are equal enz.’. In 1663 gaf koning Charles II aan acht mannen uitgebreide bevoegdheden om zich te vestigen in de kolonie Carolina en deze te besturen. Wie het voor het zeggen had werd geregeld in de Fundamental Constitutions. Niet alleen werd slavernij toegestaan, maar er werd ook een op de heerschappij van de adel gebaseerde maatschappij ingericht. De acht personen die de hele kolonie in hun bezit hadden vormden samen het hoogste bestuursorgaan dat een absoluut veto had m.b.t. alle voorgestelde wetten. Er bestond ook een bijzondere klasse van mensen onder de vrije mensen, maar boven de slaven. Deze zogeheten ‘Leet-men’ mochten trouwen en kinderen krijgen, maar ze zaten vast aan de grond waarop ze woonden en aan hun meester. Ze konden wel verhuurd worden aan anderen, maar ze konden nooit van hun dienstverband met hun meester afkomen. Net als hun meesters was ook hun status erfelijk. Kinderen van ‘Leet-men’ waren ook weer hun leven lang ‘Leet-men’. Ze waren wel blanken en zo vormden zij met hun blanke meesters een tegenwicht tegen het grote aantal zwarte slaven. South Carolina ontwikkelt zich dan tot een hiërarchisch geordende samenleving met een adellijke bovenlaag, vrije mensen, ‘Leet-men’ en een grote hoeveelheid zwarte slaven. In 1740 vormden dezen 72% van de bevolking van de staat. North Carolina daarentegen werd een moerassig toevluchtsoord voor de armen en de mensen die geen land bezaten. Het werd het ‘afvoerputje van Amerika’. Daar woonden, zo meenden de anderen, nutteloze lomperiken op een broedplaats voor een minderwaardig soort Amerikanen.