woensdag 7 februari 2018


Eendracht maakt macht!

De Olympische Spelen in Pyeongchang naderen met rasse schreden. Tot mijn verbazing vindt er een bescheiden hereniging van de beide Korea’s plaats. Naast een gezamenlijk ijshockeyteam zullen er b.v. ook kunstschaatsers van beide landen onder een gezamenlijke vlag deelnemen. Daarom wil ik het vandaag over de Koreaanse oorlog hebben en in het bijzonder generaal Douglas MacArthur.

Oorlog breekt uit!
Op 25 juni 1950 vallen zeven divisies Noord-Koreaanse troepen van de sterkste categorie Zuid-Korea binnen met de bedoeling dit land binnen drie weken te veroveren. De Amerikanen zijn compleet overrompeld. De oorlog zal drie jaar duren en het zal zoals S.L.A. Marshall het noemde “de beroerdste oorlog van de eeuw” worden: ruw terrein en vaak verschrikkelijk weer vooral in de bitterkoude winters.

MacArthur
De Amerikaanse troepen in de Pacific staan onder leiding van Douglas Mac Arthur. Hij is in de jaren dertig vertrokken naar het Verre Oosten en daar uitgegroeid tot een figuur ‘larger than life”. Beroemd zijn de beelden van de overgave van Japan die plaatsvindt in de baai van Tokyo op het oorlogsschip ‘Missouri’. Als je niet beter weet, zou je denken dat Japan zich niet overgeeft aan de VS, maar aan MacArthur persoonlijk. Hoewel nominaal ondergeschikt aan zijn superieuren in Washington, runt hij na de oorlog in feite zijn eigen toko. Orders of beleidsaanwijzingen die hem niet bevallen negeert hij. Met Korea houdt hij zich niet bezig. Op verzoeken om hulp of advies reageert hij niet. Zijn omgeving bestaat uit mannen die al sinds 1930 voor hem werken en hem vereren. “The Bataan Gang” worden ze genoemd, een verwijzing naar zijn strijd in de Filippijnen in de dertiger jaren. President Truman wordt geadviseerd hem terug te roepen voor consultatie, een mooie medaille te geven, een toespraak te laten houden voor een gezamenlijke vergadering van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat en hem dan te bedanken voor bewezen diensten. MacArthur wijst het verzoek van Truman om naar Amerika te komen tweemaal van de hand, gedrag dat grenst aan subordinatie, maar Truman durft hem nog niet aan te pakken. De generaal geniet te veel steun in Republikeinse kringen.

Inchon
In september 1950 - de Amerikanen zijn ver teruggedreven - voert MacArthur een briljant, maar gewaagd plan uit: een amfibische lading bij Inchon ter hoogte van Seoul midden in vijandelijk gebied. Dat wordt een groot succes. De Amerikanen drijven de vijandelijke troepen terug. Wanneer MacArthur de strijd zo ver voortzet, dat hij Chinese inmenging uitlokt, heeft hij zijn hand overspeeld. Matthew Ridgway wordt aangesteld als nieuwe commandant in Korea en hij is ‘his own man”. Hij consulteert MacArthur wel, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Provocatie en ontslag
Op het moment dat de regering-Truman achter de schermen haar best doet de Chinezen naar de onderhandelingstafel te krijgen, ondermijnt MacArthur deze actie. Hij drijft op een persconferentie openlijk de spot met hun gevechtskracht. Hij schrijft een brief aan Joe Martin, de leider van de Republikeinse meerderheid in het Huis van Afgevaardigden vol kritiek op de politiek van Truman. Hij geeft hem toestemming deze brief te gebruiken, eruit te citeren. Dan is de maat vol. Op 11 april om 01.00 u. 1951 gaat een verklaring naar de pers, dat Truman MacArthur onder dank voor bewezen diensten van zijn commando heeft ontheven.


maandag 22 januari 2018

Pete Hoekstra
In De Standaard van 13 januari jl. stond een stukje over de eerste – ongelukkige – persconferentie van de nieuwe Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra. Deze geboortige Groninger gaf tot viermaal toe geen antwoord op vragen over zijn uitlatingen over no-go zones en politici die in Nederland in brand worden gestoken. De Vlaamse redacteur lijkt enigszins jaloers op de Nederlandse journalistieke mores. Zo schrijft hij dat Hoekstra nog veel te leren heeft b.v. ”Dat Hollanders niet houden van gelul en om de pot draaien, bijvoorbeeld”. Iemand van de journalisten wees Hoekstra op de tekst boven de open haard van John Adams, de allereerste ambassadeur van de VS in ons land: ‘May none but honest and wise men ever rule under this roof”.

John Adams
In 2001 verscheen van de hand van David McCullough een prachtige biografie over John Adams, de tweede president van de VS. Geboren in 1735 behoort hij met George Washington en Thomas Jefferson tot de belangrijkste leden van de Founding Fathers. Hij was deelnemer aan de beraadslagingen in Philadelphia. Op 2 juli 1776 riep het Continental Congress de verenigde kolonies uit tot  “Free and Independant States”.

Overzee
Hij was met Benjamin Franklin en Arthur Lee van  1778 tot 1779 belast met het behartigen van de relaties met Frankrijk. Hun taak was om effectieve steun te krijgen van de Franse koning voor de Amerikaanse vrijheidsstrijd. Daarvoor had hij met veel personen contact in Parijs en in de provincie. Aan sommige zaken moest hij wel wennen. Zo beschrijft hij een diner in Bordeaux, waar een jonge vrouw hem aan tafel vraagt – zij denkt dat hij gezien zijn naam van de eerste Adam afstamt – hoe Adam en Eva destijds hebben ontdekt hoe de voortplanting in zijn werk ging. Een dergelijke openheid over dit soort zaken was hij in Amerika niet gewend. In oktober 1779 wordt hij door het Congres aangesteld als gevolmachtigd minister met als taak te onderhandelen  over vredes- en handelsverdragen met Groot-Brittannië. Daarna gaat hij naar de Republiek, waar hij in Den Haag hard werkt om financiële steun van de Hollanders voor de Amerikaanse zaak te verkrijgen. Wapens naar de opstandelingen smokkelen deden we al!

President
Na acht jaar George Washington, onontkoombaar de eerste president, wordt Adams in 1796 met drie stemmen meer dan Jefferson tot de tweede president gekozen. De twee mannen zijn het op veel terreinen oneens en ontwikkelen een bittere vijandschap.

Herstel van de vriendschap, uitwisseling van brieven

Adams laat zich net voor Kerstmis 1811 in een gesprek met twee jongemannen uit Virginia ontvallen: “I always loved Jefferson and I still love him”. Wanneer hij dit verneemt, schrijft Jefferson aan een vriend: “I only needed this knowledge to revive to him all the affections of the most cordial moments of our lives”. Ze schrijven elkaar zeer vaak. Merkwaardigerwijs gaan ze op 4 juli 1826 bijna tegelijkertijd dood: Thomas Jefferson om ongeveer 13.00 u. en John Adams om ongeveer 18.20 u.

donderdag 2 november 2017

Een pensioengat?
Sommigen van u zijn al met pensioen. Mochten ze zich afvragen hoe hun tijd door te komen dan heb ik hier een paar tips. Voor anderen zal dit nog even duren. Beschouw het dan als onderwerpen om naar uit te kijken.

Tips
Wist u dat het volgens de oprichtingsakte uit 1947 de CIA nadrukkelijk verboden was om in Amerika actief te zijn? Dat deed de CIA toch. Een voorbeeld daarvan is Operation Mockingbird. Het programma begon rond 1950 en had als doel om de Amerikaanse media te infiltreren. Verslaggevers bij belangrijke kranten stonden op de loonlijst van de CIA en omgekeerd werkten medewerkers van de CIA bij grote kranten. Zo zorgde men ervoor, dat er in de pers op positieve wijze bericht werd over m.n. de Amerikaanse buitenlandse politiek, dat bepaalde feiten in een positief daglicht werden geplaatst en dat andere feiten helemaal niet het daglicht zagen. Iemand die deze acties vanaf het begin ondersteunde was Philip L. Graham, uitgever en eigenaar van de Washington Post. Een voorbeeld van zo’n journalist is Ben Bradlee, later beroemd geworden als de redactiechef op de Washington Post, die verantwoordelijk was voor de stukken van Bob Woodward en Carl Bernstein over Watergate. Hij werkte b.v. van 1952-53 als persmedewerker op de Amerikaanse ambassade in Parijs. Het was trouwens heel gebruikelijk dat mensen die officieel werkten bij Buitenlandse Zaken, in feite voor de CIA werkten.

Wie vermoordde JFK?
Nog zo’n onderwerp waar je uren, dagen, maanden en jaren aan kan besteden is de moord op John F. Kennedy. In deze moordzaak zitten vele mysterieuze feiten, gebeurtenissen en tegenstrijdigheden. De discussie is nog steeds niet verstomd. Er zijn heel veel boeken en artikelen over verschenen. Volgens een wet uit 1992 moest president Trump uiterlijk 26 oktober 2017 beslissen of hij zo’n 36,000 dossiers die met de moord te maken hebben vrijgeeft. Inmiddels heeft hij besloten alle documenten vrij te geven.

Oswald alleen of …?
Wie doodde(n) Kennedy in Dallas op 23 november 1963? Was het Lee Harvey Oswald alleen, die van achteren schoten op Kennedy afvuurde of waren er nog andere schutters - zonder dat Oswald dat wist – die de president frontaal raakten? Als het een geplande moord was, wie zat er dan achter? Volgens sommigen is het de schuld van de maffia. Deze moest in opdracht van de CIA in het kader van een geplande coup in Cuba een aanslag organiseren op Castro. De maffia had na bijna drie jaar Robert Kennedy zo’n hekel gekregen aan hem en zijn niet aflatende reeks rechtszaken tegen hen, dat ze het organogram van het plan wat veranderden. Op de plaats van ‘beoogd slachtoffer’ vulden ze i.p.v. Castro de naam van John Kennedy in. “A dog will continue to bite you, if you cut off its tail. Whereas if you cut off the dog's head, it would cease to cause you trouble“. Voor liefhebbers: kijk op de site http://jfklancer.com/.

De FBI doet veel goeds en veel slechts

Ook interessant: wat de FBI officieel deed en in het geheim. Anthony Summers schreef er Official and Confidential over. De dienst bestreed de misdaad, hield staatsgevaarlijke personen en de communistische partij in Amerika in het bijzonder in de gaten. J. Edgar Hoover, de baas van de FBI, bespioneerde trouwens iedereen. Mensen konden altijd gevaarlijk worden en je wist maar nooit hoe informatie nog van pas kon komen. Hoover had in zijn kantoor een dossier met 1.605 memo’s over politici. Hij was op de hoogte van de buitenechtelijke escapades van John Kennedy en liet dit zijn toenmalige baas Robert Kennedy ook weten. Hij bracht het echter niet naar buiten, maar gebruikte het als intern drukmiddel. Hoover wantrouwde Martin Luther King. Hij vroeg Robert Kennedy  toestemming om King af te luisteren en kreeg die. Zo werkt dat, als je het bureaucratische spel beheerst. Nimzowitsch zei al: “De dreiging is belangrijker dan de uitvoering ervan”.

donderdag 19 oktober 2017

Weten we straks wie het nu echt heeft gedaan?
De film in 1992 JFK van Oliver Stone rakelde de discussie over de moord op Kennedy in 1963 weer helemaal op. Hoewel er een hoop onzin in de film zit, werden aanhangers van complottheorieën gesterkt in hun redeneringen. Hoezo onzin? Stone geeft in zijn film veel aandacht aan het onderzoek van Jim Garrison, een officier van justitie in New Orleans. Heel dramatisch hoe Garrison als eenzame strijder wordt neergezet, maar zijn onderzoek was gebaseerd op heel veel aannames en weinig feiten. Dat geldt ook voor Oliver Stones suggestie dat Kennedy uit de weg geruimd werd door een complot van het leger en de CIA. Hij zou de oorlog in Vietnam hebben willen beëindigen en dat was geen prettig vooruitzicht voor de wapenindustrie. Laat nu de wapenindustrie niet te klagen hebben gehad over Kennedy! Onder zijn bewind ging de defensiebegroting in zijn eerste jaar met 15% omhoog, hij plande 41 (i.p.v. 29) Polaris duikboten met 16 kernraketten ieder, in 1961 en 1962 kwamen er 207,000 soldaten bij en Amerika verhoogde zijn aantal kernwapens van 20,000 naar 29,000, (Rusland verhoogde zijn aantal van 1,600 naar 4,200). Ja, er zijn mensen die zeggen dat Kennedy hen vertelde, dat hij na zijn herverkiezing al het defensiepersoneel uit Vietnam terug zou trekken, maar hij zei wel meer. Kennedy was een meester in wat compartimentering wordt genoemd. Tegen de een zei hij dit, tegen de ander zei hij dat en in het openbaar weer wat anders. In een tijd dat alles nog via de krant en de drie grote networks ABC, CBS en NBC ging, een tijd waarin niet iedereen een smart telefoontje had, waarin het internet als digitale megafoon niet bestond en waarin het nog van groot belang was om discreet om te gaan met wat de president jou had toevertrouwd, kon hij ‘All things to all men’ zijn.

Openbaarmaking
De commotie na het uitkomen van de film was voor het Congres aanleiding een wet aan te nemen die bepaalde dat een grote hoeveelheid documenten over de moord, die tot dat moment geheim gehouden was, openbaar gemaakt moest worden. Dat is vervolgens gebeurd onder regie van de National Archives. In een reeks publicaties kwam heel wat naar buiten dat de kijk op de moord veranderde. Nu moet u zich van zo’n openbaarmaking ook weer niet te veel voorstellen. Regelmatig zijn woorden, soms zelfs hele zinnen doorgekrast, omdat de CIA van mening was dat dat niet bekend mocht worden. Ja, de CIA heeft tot het laatst een dikke vinger in de pap.

Tsunami van informatie
De rest van de documenten - 3100 documenten die nog nooit eerder bekend gemaakt zijn en meer dan 30.000 andere dossiers die eerder slechts gedeeltelijk gepubliceerd zijn - moet volgens de wet uiterlijk op 26 oktober openbaar gemaakt worden. President Trump is de enige persoon die dat kan tegenhouden. Hij kan om redenen van nationale veiligheid publicatie verbieden. Als publicatie doorgaat, dreigt een informatietsunami. In tegenstelling tot de vorige keer lijkt het erop dat nu alles tegelijk op het internet beschikbaar gesteld zal worden. Dat is een ramp voor de journalistiek en serieuze onderzoekers. De site(s) zullen geblokkeerd raken, omdat iedereen tegelijk op zoek zal gaan naar nieuwe feiten. Omdat de informatie niet geordend wordt aangeboden, zullen journalisten in die geweldige berg van feiten op zoek gaan naar sensationele nieuwtjes en deze uitvergroten. Wat zou naar boven kunnen komen? Nieuwe informatie wellicht over het mysterieuze zesdaagse bezoek dat Oswald een aantal weken voor de moord bracht aan Mexico City.

Wat deed hij daar? Daarover een volgende keer!

donderdag 5 oktober 2017

Mythes en de nuchtere werkelijkheid
Iedere natie heeft zijn nationaal verhaal dat de identiteit bepaalt. De Fransen hebben hun Franse Revolutie, waar koning en koningin en een flink deel van de adel hun leven lieten op de guillotine. Het volk aan de macht! Vrijheid, gelijkheid en broederschap! Niet te lang stilstaan bij het feit, dat niet het volk, maar de hogere bourgeoisie, de laag net onder de regerende klasse, de macht overnam. Nederland heeft Claudius Civilis en natuurlijk de Tachtigjarige Oorlog of zoals tegenwoordig wordt gezegd ‘de Vaderlandse Opstand’. Wij streden daar dapper voor geloofsvrijheid en andere zaken tegen de Spanjaarden. Niet te lang stilstaan bij het feit, dat het voornamelijk huursoldaten uit andere landen en streken waren die voor ons vochten. Ook niet te lang stilstaan bij het feit dat naast de geloofsvrijheid ook het bedreigde carrièreperspectief een belangrijk motief was voor de lokale edellieden om de strijd met Filips II aan te binden. Zij zagen de interessante functies aan hun neus voorbijgaan. Filips II bestuurde zijn rijk centralistisch vanuit Spanje en had een voorkeur voor zijn eigen vertrouwelingen.

De mythe
De Amerikanen hebben The Pilgrim Fathers. Op 16 september 1620 vertrok vanuit Southampton een groep van 102 protestanten naar de Amerikaanse oostkust. Zij landen op Cape Cod - nu een deel van de staat Massachusetts - en zij worden nog steeds beschouwd als de oervaders van de natie. Met hen is het allemaal begonnen. Zij vestigden zich in New England. Lange tijd was Amerika een land van White Anglo Saxon Protestants. Wie je ook was, hoe rijk je ook was, het maakte niet uit, je moest een ‘wasp’ zijn. Deze ‘Wasps’ vormden de overgrote meerderheid en maakten op alle terreinen de dienst uit. John Kennedy was de eerste katholieke (niet-protestante) president.

De werkelijkheid

Lang voordien waren er al bewoners van Amerika. Natuurlijk de Indianen en daarna Engelsen die om diverse redenen daar terecht waren gekomen. In het begin ging het allemaal niet zo democratisch in zijn werk, niks ‘All men are equal enz.’. In 1663 gaf koning Charles II aan acht mannen uitgebreide bevoegdheden om zich te vestigen in de kolonie Carolina en deze te besturen. Wie het voor het zeggen had werd geregeld in de Fundamental Constitutions. Niet alleen werd slavernij toegestaan, maar er werd ook een op de heerschappij van de adel gebaseerde maatschappij ingericht. De acht personen die de hele kolonie in hun bezit hadden vormden samen het hoogste bestuursorgaan dat een absoluut veto had m.b.t. alle voorgestelde wetten. Er bestond ook een bijzondere klasse van mensen onder de vrije mensen, maar boven de slaven. Deze zogeheten ‘Leet-men’ mochten trouwen en kinderen krijgen, maar ze zaten vast aan de grond waarop ze woonden en aan hun meester. Ze konden wel verhuurd worden aan anderen, maar ze konden nooit van hun dienstverband met hun meester afkomen. Net als hun meesters was ook hun status erfelijk. Kinderen van ‘Leet-men’ waren ook weer hun leven lang ‘Leet-men’. Ze waren wel blanken en zo vormden zij met hun blanke meesters een tegenwicht tegen het grote aantal zwarte slaven. South Carolina ontwikkelt zich dan tot een hiërarchisch geordende samenleving met een adellijke bovenlaag, vrije mensen, ‘Leet-men’ en een grote hoeveelheid zwarte slaven. In 1740 vormden dezen 72% van de bevolking van de staat. North Carolina daarentegen werd een moerassig toevluchtsoord voor de armen en de mensen die geen land bezaten. Het werd het ‘afvoerputje van Amerika’. Daar woonden, zo meenden de anderen, nutteloze lomperiken op een broedplaats voor een minderwaardig soort Amerikanen.

vrijdag 15 september 2017

Een partij met twee rechtervleugels
Het is een aantrekkelijk idee. De meerderheid van de Amerikaanse kiezers bestaat net als wij uit verstandige, weldenkende mensen en bij de keuze tussen een Democraat (goed) en een Republikein (slecht) kiezen ze natuurlijk voor een Democraat. Arthur Schlesinger jr. mocht graag deze theorie van de onvermijdelijke vooruitgang verkondigen. Natuurlijk trad na acht jaar terugval op, maar na slechte tijden kwamen altijd weer goede. Na Hoover kwamen Roosevelt en Truman, na Eisenhower kwam Kennedy, na Nixon en Ford kwam Carter, na Reagan en ‘vader’ Bush kwam Clinton en na de jonge Bush kwam Obama. Als je deze theorie van geleidelijke vooruitgang aanhangt, moet je vrede hebben met zijn opvolger. Het was onvermijdelijk: een Republikein was aan de beurt.

Good guys en bad guys
In Nederland zijn we geneigd om bij de strijd in Amerika categorieën te hanteren als links en rechts. Kennedy toen en Obama nu zijn dan links en Nixon toen en de huidige president rechts. Links in Amerika heeft evenwel in politieke zin geen betekenis. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was ‘communist’ en ‘socialist’ een zware verdenking. Bill en Hilary Clinton zouden zich in Nederland op de rechtervleugel van de VVD thuis voelen. Toen jhr. Maurits de Brauw gekandideerd werd voor een internationale functie, zaten de Amerikanen ermee dat hij ooit minister was geweest voor DS ’70, de Democratische Socialisten, een rechtse afsplitsing van de PvdA , met de oerdegelijke ‘jonge’ Drees als aanvoerder. De Amerikanen lazen ‘Socialisten’ en hadden grote argwaan.
In de tijd van Roosevelt (de jaren dertig van de vorige eeuw) tot aan de tijd van Humphrey (die in 1968 van Richard Nixon verloor) waren de vakbonden nog een machtsfactor in de Democratische partij. Daarna is hun invloed sterk verminderd. De Democratische partij werd de beweging van minderheden (vrouwen, homo’s en lesbiennes, zwarten en latino’s enz.), maar de gewone man, de arbeider die in Amerika voorheen verzekerd was van een goed inkomen en tot de middenklasse behoorde werd vergeten.

Andere tijden
Thomas Frank heeft met Listen Liberal in 2016 een boeiend boek gepubliceerd over dit laatste onderwerp. Hij geeft met een grote reeks voorbeelden op diverse terreinen aan, dat de Democratische partij zich vanaf 1972 verwijderd heeft van de gewone man, van de blue collar worker. Hij noemt de Republikeinen de partij van de 1 procent, de absolute toplaag. De Democraten zijn volgens hem de partij van de daaropvolgende 10 procent. Frank zal niet verbaasd hebben opgekeken, toen hij in de krant las dat ook Obama voor $ 400.000 wel een lezing wil geven voor een stel bankiers. Over Franks boek een volgende keer meer.

Gore Vidal

Gore Vidal behoort tot mijn favoriete Amerikaanse auteurs. Hij is terecht beroemd om zijn Empire cyclus, een reeks historische romans waarin hij van Lincoln tot Kennedy vanuit een heel eigen perspectief beschrijft hoe de VS een wereldmacht worden. Beroemd en bekroond is hij ook om zijn talloze essays. Van hem is de uitspraak: “Amerika heeft één partij met twee rechtervleugels”.  

donderdag 17 augustus 2017

Test uw vooroordelen!

“Luidruchtig in gesprekken. Wat hij aan argumenten tekortkomt, maakt hij goed met stevige beloften”.
Na zijn nominatie haalden de handlangers van de macht in Washington hun neus voor hem op.
“Moge de plattelandslaadstokken (maar ook figuurlijk bedoeld ‘de bullebakken’) het kruit van de gelijkheid in onze nationale kanonnen stampen en samen met de stem van het volk de tegenstander omverblazen”.
Vechten en zich op geweld beroemen was niet ongebruikelijk in de kringen van zijn aanhangers. “Als ik word gekozen, zal je de regering herkennen aan de afdruk van deze vijf knokkels”.
Met zijn komst werd bluffen gebruikelijk.
Op wie slaat dit?  Je zou zeggen dat dit allemaal uitspraken zijn van of over Donald J. Trump, maar dat is niet zo. Het gaat hier over Andrew Jackson, president van de Verenigde Staten van 1828 tot 1836. Man van het volk, afkomstig van Tennessee. Ik kwam ze tegen in White Trash van Nancy Isenberg, een boeiend boek over hoe vanaf de start van Amerika tegen de onderklasse aan werd gekeken. Ondanks fraaie uitspraken als “All men are equal” van Tomas Jefferson, was ook hij al van mening dat er een bepaalde laag in de samenleving was, die hij liever kwijt dan rijk was. Elke president kiest drie portretten van voorgangers uit om in de Oval Office te laten hangen. Trump heeft bij die drie wel Andrew Jackson uitgekozen!

Unamerican?
Na de onlusten in Charlottesville kwamen verschillende politici met uitspraken dat wat daar was gebeurd ‘deeply unamerican’ was. Dat staat nog te bezien – dat ‘deeply’- , maar het is aanzienlijk beter dan wat Donald zei. Eerst zegt hij wat hij denkt en daar word je – en ook de meerderheid van de Amerikanen gelukkig! – niet vrolijk van. Dan wordt op hem ingepraat en wordt er door leden van zijn staf een nieuwe toespraak voor hem geschreven. Hij veroordeelt nu netjes het geweld van neonazi’s, leden van de KKK e.a. Hij zegt dat het in strijd is met alle waarden waar Amerika voor staat. Hij heeft het over “unite the country” en dat “we must love each other”. Kort daarna begint hij tegen leden van zijn inner circle te fulmineren over de wijze waarop hij door de pers is behandeld. Bij de volgende persconferentie vliegt hij uit de bocht. Het moment was bedoeld voor de aankondiging van bepaalde belangrijke projecten op het gebied van de infrastructuur, maar Donald verklaart nu dat ook aan rechterzijde in Charlottesville “very, very fine people’ deelnamen. Leden van zijn staf staan er met neergebogen hoofd bij.

Tot slot

Een politicus die stemmen kwam werven, steeg af van zijn paard en greep de viool van iemand uit zijn gehoor om te laten zien “that he could play his music” en dus net zo gewoon was zij. Na de verkiezing keerde de politicus terug naar zijn fraaie woning en veranderde er in het leven van de ‘gewone man’ niets.