woensdag 21 juni 2017

De kracht van foto’s
Harper Lee had in 1960 To Kill a Mockingbird gepubliceerd en er in 1961 de Pulitzer Prijs voor gekregen. Daarna was het lang stil gebleven. Nu in 2015 zou er een tweede boek verschijnen Go set a Watchman. Een boek trouwens dat zij als eerste had geschreven, maar dat heel lang op de plank had gelegen. Ik had wel de filmbewerking van To Kill a Mockingbird met Gregory Peck in de hoofdrol gezien, maar het boek zelf nog nooit gelezen. Met het oude en nieuwe boek ging ik in de zomer van 2015 op vakantie en ik raakte diep onder de indruk van het eerste boek. De vader Atticus Finch neemt de verdediging van een neger op zich. Waarom? Omdat hij vindt dat hij dat als fatsoenlijk man moet doen. Ook zwarte bewoners van Amerika in het Zuiden hebben recht op een eerlijk proces. Het tweede boek vond ik een teleurstelling. Niet alleen omdat ze grote delen uit het eerste boek herhaalt, maar vooral omdat het veel losse eindjes bevat. Zo scherp als het eerste  boek de lezer dwingt de strekking van het boek te erkennen, zo diffuus blijft de strekking van haar tweede boek. Tegen het einde van het boek blijkt de vader nu zoveel jaren later – zijn dochter woont en werkt in New York en is voor de zomer naar haar geboortestadje teruggekeerd –  een racist met banden met de Ku Klux Klan.

Het leven in de ‘Deep South’
Op zaterdag 10 juni stond er in De Volkskrant een artikel over een tentoonstelling in Foam in Amsterdam van de foto’s van de Amerikaanse fotograaf Gordon Parks. Hij werd in 1956 door het fototijdschrift Life naar de ‘Deep South’ gestuurd. Hij legde het leven vast van vier generaties van de familie Thornton, die in en rond Mobile, Alabama en Nashville, Tennessee leefden. Hij nam foto’s van het dagelijks leven: winkelen, uitgaan enz. Op het eerste gezicht lijken het ‘gewone’ foto’s. Moeder en dochter, mooi gekleed, staan voor een winkel. Als je beter kijkt, zie je details die wel degelijk het verschil maken. Dan valt je plotseling op, dat boven hun hoofd een groot neonbord hangt met in rode letters ’colored entrance’. De zesentwintig foto’s verschenen in het septembernummer van Life. In de jaren vijftig was de fotojournalistiek veel meer dan de televisie opiniebepalend. Pas in de jaren zestig werd de televisie het snelle medium waarop je ’s avonds kon zien wat er die dag gebeurd was.

Blank en Zwart

In het begeleidend stuk van Robert Wallace bij de foto’s werd Allie Lee Causee, een dochter van Thornton, geciteerd: “Integration is the only way through which Negroes receive justice”. Haar familie werd na de publicatie belaagd, zij werd ontslagen als lerares, haar man verloor zijn truck. De familie moest de stad verlaten. In december 1956 keerde Life nog eens terug naar Mobile terug en sprak o. a. met J.T. Allen, eigenaar van een winkel en al dertig jaar voorzitter van het schoolbestuur. Je moet ze ook geen gelijkheid geven, zei Allen. “Ze verwachten het niet en weten niet wat ze ermee zouden moeten doen”. Laat dat nou ook ongeveer de mening zijn van de – in het eerste boek als moreel hoogstaand figuur geportretteerde - Atticus Finch in het tweede boek van Harper Lee. In een gesprek met zijn dochter zegt hij: “Wil je negers in grote hoeveelheden in onze scholen en in onze kerken en theaters? Wil je ze in onze wereld?“ President Eisenhower dacht er niet veel anders over. Toen in 1954 de grote vraag of het onderwijs in het Zuiden geïntegreerd moest worden of niet op het bordje van het Hooggerechtshof kwam, zei hij tegen de nieuwe opperrechter Earl Warren: “Die zuiderlingen zijn geen slechte mensen. Waar ze over inzitten is het idee, dat hun lieve kleine meisjes in een klaslokaal komen te zitten naast van die grote zwarte kerels“.

woensdag 7 juni 2017

De eerste enige echte Amerikanen!
Sommige Amerikanen mogen graag uitpakken over hun land als een – ook in moreel opzicht - bijzonder land, het idee van het ‘American Exceptionalism’, de ‘City upon a shining Hill’ enz. Ze gaan dan voorbij aan b.v. het feit dat de Amerikaanse Burgeroorlog niet alleen een burgeroorlog was, maar ook heel erg veel doden en gewonden kostte. Ze gaan ook voorbij aan het feit dat de wording van Amerika ondenkbaar is zonder de genocide op de oorspronkelijke bewoners, de indianen.
Enige tijd geleden was er in de pers (NRC 5-12-2016) aandacht voor de Sioux indianen die vuurwerk afstaken in hun kamp, omdat het geniekorps van het Amerikaanse leger een vergunning voor een oliepijpleiding nabij hun reservaat had geweigerd. Ze maakten bezwaar tegen die plannen en beriepen zich daarbij op een verdrag met de regering uit 1851. Het gaat om een deel van de 1886 km. lange Dakota Access Pipeline, die loopt van Noord- en Zuid-Dakota via Iowa naar Illinois. Hun vreugdevuren hebben helaas voor hen niet lang gebrand. Rooksignalen uit kringen rond de aanstaande president deden al vermoeden dat hij de beslissing zou gaan terugdraaien en dat heeft hij inmiddels ook gedaan. Wat zijn besluit ook beïnvloed zal hebben is het feit, dat hij aandelen heeft in Energy Transfer Partners, het bedrijf dat de pijplijn wil aanleggen. De indianen hebben overigens ook een klacht ingediend tegen  de sheriffs van twee counties vanwege het gebruik van excessief geweld.
De blanke man spreekt met een dubbele tong!
Het patroon bij dit soort conflicten is steeds hetzelfde. Indianen wonen, leven, jagen op grond die blanken om economische redenen aantrekkelijk vinden. Ondanks beloften, verdragen e.d. trekken de indianen altijd aan het kortste eind.
Dat proces is rond 1790 – als de Amerikanen zich net aan de overheersing uit Londen ontworsteld hebben – al in volle gang. Thomas Jefferson, beroemd president en vertegenwoordiger van de Verlichting, behorend tot de Founding Fathers, was op dit gebied niet beter dan zijn twee voorgangers en vele opvolgers. Indianen worden door ‘landhongerige’ kolonisten verdreven, kolonisten vestigen zich in het gebied, de indianen vertrekken, krijgen een ander deel verder westelijk plechtig toegezegd, totdat het patroon zich jaren later herhaalt. Dat proces wordt aangezwengeld doordat het land in de nieuwe gebieden goedkoper is en eenvoudigweg beschikbaar is en door de verschillen in bewapening tussen indianen en blanken. De bevolkingsgroei in Amerika zelf en de voortdurende instroom van immigranten leidt tot een permanente druk in westelijke richting: “Go West, youngman!”
Zijn er nog indianen over?
Hoe gaat het nu in het algemeen met de indianen in Amerika? Slecht! ‘Native Americans’ - en ‘African Americans’ - maken de meeste kans om het leven te komen door optreden van de politie. Volgens sommige onafhankelijke bronnen zoals bijvoorbeeld de database van Fatal Encounters is het aantal doden door politiegeweld veel hoger dan de officiële cijfers van de overheid. Daar is in de media weinig aandacht voor.
Geld of gebrek daaraan speelt ook hier weer een belangrijke rol. Stammen die in afgelegen landelijke gebieden wonen halen het nieuws niet zo gauw en veel kranten, televisiestations zijn er ook niet. Steden en counties krijgen vaak wel de verantwoordelijkheid voor de gebieden waar de stammen wonen, maar zelden ook het geld dat nodig is om daar wat van te maken. In de beleving van de indianen komt de politie doorgaans om hen lastig te vallen, niet om hen te helpen.

Tot slot dit keer iets positiefs over Donald Trump. Hij heeft Nikki Haley, de gouverneur van South-Carolina, benoemd tot ambassadeur bij de Verenigde Naties. Zij is van indiaanse afkomt.

woensdag 24 mei 2017

Ken uw klassiekers!
In de literatuurwetenschap was intertekstualiteit jaren geleden een hot item. Daarmee werd bedoeld dat alle schrijvers in meer of mindere zin aan elkaar verwant zijn, gebruik maken van, voortborduren op wat ze eerder gelezen hebben, wat hen aansprak of uitdaagde.

De film
Met beelden kun je dat ook hebben, dat je meent een heropvoering van eerdere scenes te zien. Als u The Godfather I hebt gezien, herinnert u zich ongetwijfeld dat na de moordaanslag bij het fruitstalletje Don Corleone in het ziekenhuis wordt opgenomen. Op een avond gaat Michael, zijn jongste zoon, bij hem op bezoek. Het is akelig stil op de gangen. Er is geen personeel, niemand is bij zijn vader. Het begint hem te dagen: dadelijk komt er een ploeg om de moordaanslag af te maken. Met hulp van een nog wel aanwezige zuster rijdt hij zijn vader snel naar een heel andere kamer en belt zijn oudste broer met het verzoek onmiddellijk met een ploeg mannen waaronder Tom Hayden, consigliere en advocaat, te komen. Samen met een ‘clangenoot’ gaat hij vervolgens voor de ingang van het ziekenhuis staan. Beiden hebben hun hand in hun jas gestoken net alsof ze daar een revolver hebben die ze in geval van nood kunnen trekken.

De werkelijkheid
In 2004 wilde president George W. Bush - en met name zijn vicepresident Dick Cheney – het National Security Agency’s Terrorist Surveillance Program voortgezet zien. Nodig daarvoor was dat John Ashcroft, de minister van Justitie tekende, maar deze lag met galblaasklachten in het ziekenhuis. Dus stuurden ze Andrew Card en Alberto Gonzales naar hem toe. Comey, de plaatsvervangend minister van Justitie had zich hevig verzet tegen het plan, omdat het volgens het Departement van Justitie in strijd was met de wet. Hij vreesde dat de ernstig zieke Ashcroft onder druk zou tekenen. Daarom belde hij Bob Mueller, de toenmalige directeur van de FBI. Hij vroeg hem zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te komen. Hij vreesde evenwel dat Card en Gonzales met hun Secret Service mensen er eerder zouden zijn. Daarom vroeg hij Mueller de FBI mensen die Ashcroft bewaakten te bellen en hen opdracht te geven dat niemand bij hem toegelaten mocht worden.

De film
Nu die scene aan het einde van de film. De Don is begraven en na de begrafenis zal de strijd beginnen. De andere families zijn erop uit de Corleone clan zijn macht in New York af te nemen. Er zal een uitnodiging komen voor samenwerking en dat is – zo heeft de oude Don voor zijn dood zijn zoon Michael uitgelegd – een valstrik. De man - de Judas - die de uitnodiging overbrengt is de verrader. Als de maffiosi met voorop de machtigste families langs de kist paraderen en Michael, de nieuwe Don hun respect betuigen, buigt Clemenza zich naar hem over om hem de uitnodiging in het oor te fluisteren: ‘the Kiss of Death’.

De werkelijkheid
Kort na de inauguratie ontvangt Trump een groot gezelschap functionarissen die links of rechts betrokken waren geweest bij het garanderen van de veiligheid op die dag. Op een bepaald moment roept hij James Comey naar voren, de man die hij later zal ontslaan. Comey strekt zijn rechter arm zo ver mogelijk uit en probeert de afstand tot de president zo groot mogelijk te houden. Trump geeft hem een hand, trekt hem toch verder naar zich toe en fluistert hem iets in zijn oor.


Wordt vervolgd!

zondag 14 mei 2017

Licht verteerbare zware kost

Een titel met verplichtingen
Theodore White vestigde in 1961 definitief zijn naam in de Amerikaanse journalistiek met The Making of the President 1960, een stevig boek, waarin hij nauwgezet het verkiezingsproces beschrijft. Hij vertelt over de voorbereidingen, de voorverkiezingen en de uiteindelijke race tussen Kennedy en Nixon. Het lijkt wel of hij overal bij is geweest zowel aan Democratische als aan Republikeinse kant. Hij heeft dit journalistieke huzarenstukje daarna nog een aantal malen herhaald. Als David Cay Johnston in 2016 een boek publiceert met de veelbelovende titel The Making of Donald Trump wekt hij dus grote verwachtingen.

Wraak
Kort na het overlijden van Trumps vader kreeg de baby van de vrouw van een neef van Trump zware ademhalingsproblemen en stapelden de doktersrekeningen zich op. De jongere broer van Donald Trump verzekerde de nieuwbakken ouders, dat de familie alle rekeningen zou betalen. Vader Fred Trump sr. had dat altijd voor iedereen gedaan. Toen uit het testament van de oude heer bleek, dat ze praktisch onterfd waren, spanden de neef en andere familieleden een rechtszaak aan. Prompt liet Donald Trump weten dat de vergoeding van de ziekenhuiskosten na twee maanden zou stoppen.

Asociaal
Om de Trump Tower in New York te kunnen bouwen moest het Bonwit Teller warenhuis met een beroemde voorgevel met twee panelen voorstellend naakte danseressen met sjaals afgebroken worden. Het tijdschrift American Architect noemde dit in 1929 een prachtig voorbeeld van Art Deco. Van de belofte de panelen te behouden of anders te schenken aan het Metropolitan Museum of Art kwam niets terecht. In plaats van een fatsoenlijk sloopbedrijf in te huren maakte Trump gebruik van Kaszycki & Sons Contractors. Meer dan tweehonderd arbeiders werkten zonder helmen, stofmaskers of stofbrillen. De mannen hadden geen papieren, de financiële administratie ontbrak, er werden geen sociale lasten afgedragen en ze werden niet betaald volgens de cao. Nooit kwam een veiligheidsinspecteur een kijkje nemen. Toen Johnston insiders een verklaring hiervoor vroeg, kreeg hij te horen dat Trump blijkbaar in hogere kringen de juiste contacten had.

Een fake universiteit
Trump University gestart in 2005 verzorgde online cursussen in de onroerend goed business. De instelling zou professoren krijgen van het hoogste niveau “terrific people, terrific brains, successful. We are going to have the best of the best”. Het instituut was op een adres gevestigd waar o.a. beursfraudeurs zaten. Er werkten geen professoren, de ‘docenten’ hadden in onroerend goed geen ervaring. Het hoofd van deze ‘universiteit’ had nooit eerder een opleiding geleid en had ook geen ervaring  met onroerend goed. Op vragen hierover in 2012 antwoordde Trump, dat hij het allemaal niet meer wist, omdat het lang geleden gebeurd was.

Wonen op stand
Punta Bandera zou een “world-class resort” worden in de buurt van San Diego. Op een bijeenkomst voor geïnteresseerden vertelden Ivanka en Donald Trump jr. dat zij ook overwogen een appartement te kopen. Wie $ 5,000 vooruitbetaalde, kreeg toegang tot een bijeenkomst waar je met voorrang een appartement kon kopen. Daar kreeg men vijf (!) minuten tijd om of de koopakte tekenen of te vertrekken. Geen tijd om de koopovereenkomst goed door te lezen of een deskundige te raadplegen. Toch maar tekenen. Is het niet een opwindend idee een kopje suiker te lenen bij buurvrouw Ivanka? In maart 2008 kregen kopers bericht dat de bouwwerkzaamheden spoedig zouden beginnen. Negen maanden eerder (!) hadden ze die verzekering ook al gekregen. Twee dagen voor Kerstmis 2008 kregen alle kopers bericht dat de Trump Organization niet langer de hoofdverantwoordelijke was. Trump had alleen toestemming gegeven om zijn naam te gebruiken. In de rechtszaak die volgde omvatte het dossier meer dan 640 bladzijden. Er ontspint zich een juridisch gevecht en uiteindelijk wordt er geschikt. De precieze afloop kennen we niet, want het is een verzegelde, niet openbare uitspraak.



donderdag 20 april 2017

Een nieuw kapsel, daarvoor moet je ver reizen!
In deze gevaarlijke tijden, waarin Noord-Korea kernwapens wil ontwikkelen en dreigt met het afschieten van raketten, die Amerika zouden kunnen treffen en Trump van zijn kant zegt klaar te zijn voor een militaire reactie, is het interessant om aandacht te besteden aan William Perry. Toen de Amerikanen in 1962 ontdekten dat de Russen raketten op Cuba hadden gestationeerd, werd de jonge ingenieur William Perry onmiddellijk vanuit Californië naar Washington gevlogen om te helpen bij het analyseren van de foto’s genomen door Amerikaanse U-2 vliegtuigen.

James Earl Carter
Toen Jimmy Carter in 1976 won van Gerald Ford, benoemde hij William Perry tot onderminister van Defensie speciaal belast met het ontwikkelen van de ‘offset strategy’. De Russen hadden op conventioneel gebied een geweldig overwicht op de Amerikanen en dat moest met technologische middelen gecompenseerd worden. Dat betekende niet nieuwe en betere kernwapens, maar slimmere conventionele wapens, waardoor de VS op het ‘gewone’ slagveld toch de overhand zouden hebben. Daarvoor zochten ze aansluiting bij slimme digitale nieuwigheden zoals b.v. sensoren. Het eerste kunststukje was de Stealth bommenwerper, de F-117. Dit aanvalsvliegtuig was op de radar niet groter dan een vogeltje en kon zo onopgemerkt vijandelijk gebied binnendringen. Het tweede kunststukje, nauw verwant hieraan, was de kruisraket, ook wel Tomahawk genoemd. Een derde revolutionaire innovatie was het G(lobal) P(ositional) S(atellite) systeem. Voor het eerst in een oorlog toegepast in operatie Desert Storm in Irak door George Bush is het nu ook voor ons een onmisbaar middel geworden. Bent u gecharmeerd van het kapsel van Kim Jong Un, tik dan het adres van zijn kapper in uw Tom Tom in en u komt er wel!

Buiten en toch een beetje binnen
Amerikaanse verkiezingen leiden wel tot (accent)veranderingen, maar tegelijkertijd is zeker het buitenlands beleid in handen van een brede groep politici, managers van ondernemingen die voor de CIA en het leger werken en adviseurs. Ook op universiteiten zijn er heel wat lieden die hun brood verdienen door voor Defensie te werken; anderen werken voor b.v. een grote denktank zoals het Brookings Instituut. In1980 werd Perry lid van Track 2. Dat was een club van insiders die weliswaar geen lid zijn van de regering of bij de partij horen die aan de macht is, maar toch veel kennis en invloed hebben. Buitenlandse mogelijkheden vinden het belangrijk ook leden van zo’n organisatie te ontvangen, want over vier of acht jaar kunnen de bordjes weer verhangen zijn. Bij een bezoek aan 1988 in Moskou - Gorbatsjov is de baas geworden – valt hem op, dat de pittigste discussies niet plaatsvinden tussen Amerikanen en Russen, maar binnen de Russische delegatie! Bij een theaterbezoek enige tijd later in Tallinn hoort hij hoe een bezoekend Fins koor de Finlandia hymne van Sibelius zingt gevolgd door het Estlands nationaal volkslied. Dat laatste was eigenlijk verboden! Grote veranderingen waren op komst!

Een reis langs de afgrond

De memoires van Perry uit 2015 zijn getiteld My Journey at the Nuclear Brink. Eerst helpt hij om het nucleaire arsenaal op te bouwen als directeur van de Electronic Defense Laboratories in wat later Silicon Valley in Californië zou gaan heten. Hij gaat daarmee door als onderminister van Defensie onder Carter en later minister van Defensie onder Bill Clinton. Na zijn afscheid van de actieve politiek start hij op zijn oude dag samen met o.a. Henry Kissinger, George Schultz en Sam Nunn het Nuclear Security project. Deze organisatie heeft tot doel om het bewustzijn van de gevaren van kernwapens te vergroten en de spanningen tussen de grootmachten te verminderen om zo een kernoorlog te voorkomen.

woensdag 5 april 2017

Jackie I
Een paar weken geleden heb ik de film Jackie gezien. Positief beoordeeld, veel aandacht in de pers. Het is inderdaad een boeiende film geworden. Van begin tot einde word je als kijker meegenomen in het drama van een jonge vrouw die haar man verliest door een bloedige aanslag. Ze hoort het niet van anderen, maar zit er naast op het moment dat het gebeurt. Ze houdt zijn bebloede hoofd in haar schoot op de achterbank van de auto, die in razende vaart naar het Parkland Hospital rijdt. Wat begon met een prachtige morgen eindigt met een koude avond in Washington. Ze keert terug als weduwe. Johnson is de nieuwe president. De film toont de periode tussen de moord en de begrafenis. Alles wat geregeld moet worden, hoe ze ronddwaalt door de woonvertrekken van het Witte Huis, contact heeft met broer Robert en met de nieuwe president. Zij bepaalt hoe de begrafenisplechtigheden eruit zullen zien.
Een drama zonder conflict
Waar normaliter een conflict om een erfenis, de strijd tussen vader en zoon, meerdere mannen dingen naar de hand van een vrouw (of andersom) een film draagt, ontbreekt hier een conflict. Conflictstof te over: Johnson (de bruut uit Texas) wil snel in het Witte Huis, maar Jackie (gesteund door haar zwager Bobby) wil graag nog even in het Witte Huis blijven wonen. Ethel, de vrouw van Bobby, wordt jaloers op de grote hoeveelheid tijd die haar man aan zijn schoonzuster besteedt. Jackie wil een hele andere plek op het kerkhof van Arlington dan volgens de officiële procedures mogelijk is. Niets van dat alles: wij leven intens mee met de lotgevallen van de weduwe. Daardoor lijkt het soms op een documentaire, ook doordat een film van een rondleiding door het Witte Huis door Jackie nagespeeld wordt en in de film beelden worden gebruikt van de echte begrafenisplechtigheden in 1963.
Schijn en werkelijkheid
Het huwelijk tussen Jack en Jackie was niet gelukkig. Kennedy maakte b.v. in de zomer van 1955 een reis naar Zweden voor een bezoek aan Gunilla von Post, een jonge vrouw die hij twee jaar eerder in 1953 kort voor zijn huwelijk aan de Franse zuidkust had ontmoet. Toen Jack hem na dat Zweedse bezoek  vertelde, dat hij van Jackie wilde scheiden, zei de vader tegen zijn zoon: “Can’t you get it  into your head it’s not important what you really are? The only important thing is what people think you are!” De schijn ophouden was voor de Kennedy familie heel belangrijk.
Een miskraam

In 1956 was Jackie hoogzwanger; dat weerhield haar man er niet van om zoals gewoonlijk met een paar maten in de zomer af te reizen naar de Franse Riviera om daar met een boot van haven naar haven te zeilen. In elke havenplaats was er verse aanvoer van voedsel en dames. Toen het bericht doorkwam dat Jackie een miskraam had gehad, moest een lid van het gezelschap hem ervan overtuigen dat hij nu toch echt naar Amerika moest afreizen om zijn vrouw bij te staan en dat anders zijn huwelijk (en dus zijn kansen om ooit president te worden!) voorbij zouden zijn. Hij deed dat pas drie dagen, nadat hij het bericht van de miskraam had gekregen. Toen Jackie het ziekenhuis verliet, ging zij niet naar hun eigen huis, maar naar het huis van haar stiefvader, Hugh Auchincloss. Uit deze tijd dateert het verhaal, dat Jackie wou scheiden en dat schoonvader Joe haar een miljoen dollar bood, uit te betalen bij de scheiding, maar pas na de verkiezingen van 1960, als zij tot die tijd met Jack getrouwd wilde blijven. Jackie zou gezegd hebben: “U denkt dat iedereen voor geld te koop is”. Hij zou gezegd hebben: “Ik ben nog nooit iemand tegengekomen bij wie dat niet zo was”.

donderdag 23 maart 2017

The Best and the Brightest

Een interessante parallel
In De Volkskrant van 16 maart 2017 stond een stuk over de dreun die de PvdA heeft gekregen. Daarin werd o.a. opgemerkt dat de PvdA niet beloond was voor het nemen van verantwoordelijkheid, terwijl de partij toch haar grootste talent in het kabinet had geïnvesteerd: Samson, Dijsselbloem, Asscher. De auteur noemde hen ‘the best and the brightest’. Ze hadden een idee over hoe het moest met Nederland, hielden daar tegen de mening van een groot deel van hun eigen achterban aan vast en dat leidde uiteindelijk tot een desastreuze neergang. Ze vertrouwden te veel op hun eigen gelijk. Met ‘the best and the brightest’ refereert de schrijver aan een beroemd boek van David Halberstam met deze titel uit 1969. Halberstam heeft veel meer geweldige boeken geschreven. Ik noem er een paar: The Fifties uit 1993 over de vele beeldbepalende verschijnselen en veranderingen waarvan verschillende zich jaren later ook bij ons voordeden o.a. het ontstaan van warenhuizen, de aanleg van het snelwegennet, het boek Peyton Place en de Lucy Ball Show op de televisie. In 2007 publiceerde hij The Coldest War, een bijna episch verhaal over de oorlog in Korea. Als Halberstam niet omgekomen was bij een auto-ongeluk, had hij ongetwijfeld nog meer prachtboeken geschreven.

“You can’t beat brains”.
John Kennedy verzamelde een reeks knappe koppen om zich heen. Naast ervaren mannen als Dillon op Financiën en Rusk op Buitenlandse Zaken en een topmanager als McNamara op Defensie haalde hij ook heel wat intelligente lieden uit Harvard. Arthur Schlesinger,  John Kenneth Galbraith en Carl Kaysen zijn maar een paar voorbeelden. Kennedy - zelf aan Harvard afgestudeerd – was een politicus die nadenken op basis van kennis (en een grote mate van pragmatisme) belangrijker vond dan ideologie. MacGeorge Bundy stapte van Harvard waar hij op vierendertigjarige leeftijd Dean van de Faculteit voor Arts en Sciences was geworden over naar het Witte Huis. Hij werd daar de man die het hele beleidsvoorbereidende mechanisme van adviseren over te nemen besluiten, het plannen van vergaderingen enz. op het gebied van Buitenlandse Zaken en Defensie draaiende hield. Kennedy bewonderde hem vooral om zijn intellect: “You can’t beat brains”. Bundy had bij veel zaken op buitenlands gebied in het Witte Huis een zware stem. Zijn mening woog zwaar bij Kennedy, hij was een onafhankelijk denker, niet bang om de president tegen te spreken. Dean Rusk, de minister van Buitenlandse Zaken, was regelmatig geïrriteerd over het feit dat het buitenlands beleid vaak op het Witte Huis - en buiten BZ om – werd gemaakt. Over Bundy en zijn broer – die ook deel uitmaakte van de regering Kennedy – heeft Kai Bird in 1998 een interessant boek gepubliceerd. De titel geeft de politieke opvatting van Bundy goed weer: The Color of Truth (is Gray). Bundy was een man van het midden net als zijn baas. ‘The vital center’: vanuit het centrum met kleine stapjes vooruit.

Ervaring of intellect? Hoogmoed voor de val?
Niet iedereen was zo verrukt van al die intellectuelen in en rond de regering. Zoals de oude garde b.v. Sam Rayburn, de Speaker van het Huis van Afgevaardigden, ooit verzuchtte dat het fijn geweest zou zijn, als Kennedy wat bestuurservaring had gehad  (“ooit eens sheriff was geweest waar dan ook”), zo hadden ook anderen hun bedenkingen bij al die mannen met hun boekenwijsheden. Iemand schreef jaren later: “There was this sense of infallibillyty, which I must say is what exasperated me about the Kennedy administration. I knew many of these people. They were arrogant bastards, Kaysen perhaps most of all, but also Schlesinger and Galbraith …They always knew what the interest of another country was much better than the natives”.

In Vietnam zou uiteindelijk blijken hoe erg ze ernaast zaten.