donderdag 20 april 2017

Een nieuw kapsel, daarvoor moet je ver reizen!
In deze gevaarlijke tijden, waarin Noord-Korea kernwapens wil ontwikkelen en dreigt met het afschieten van raketten, die Amerika zouden kunnen treffen en Trump van zijn kant zegt klaar te zijn voor een militaire reactie, is het interessant om aandacht te besteden aan William Perry. Toen de Amerikanen in 1962 ontdekten dat de Russen raketten op Cuba hadden gestationeerd, werd de jonge ingenieur William Perry onmiddellijk vanuit Californië naar Washington gevlogen om te helpen bij het analyseren van de foto’s genomen door Amerikaanse U-2 vliegtuigen.

James Earl Carter
Toen Jimmy Carter in 1976 won van Gerald Ford, benoemde hij William Perry tot onderminister van Defensie speciaal belast met het ontwikkelen van de ‘offset strategy’. De Russen hadden op conventioneel gebied een geweldig overwicht op de Amerikanen en dat moest met technologische middelen gecompenseerd worden. Dat betekende niet nieuwe en betere kernwapens, maar slimmere conventionele wapens, waardoor de VS op het ‘gewone’ slagveld toch de overhand zouden hebben. Daarvoor zochten ze aansluiting bij slimme digitale nieuwigheden zoals b.v. sensoren. Het eerste kunststukje was de Stealth bommenwerper, de F-117. Dit aanvalsvliegtuig was op de radar niet groter dan een vogeltje en kon zo onopgemerkt vijandelijk gebied binnendringen. Het tweede kunststukje, nauw verwant hieraan, was de kruisraket, ook wel Tomahawk genoemd. Een derde revolutionaire innovatie was het G(lobal) P(ositional) S(atellite) systeem. Voor het eerst in een oorlog toegepast in operatie Desert Storm in Irak door George Bush is het nu ook voor ons een onmisbaar middel geworden. Bent u gecharmeerd van het kapsel van Kim Jong Un, tik dan het adres van zijn kapper in uw Tom Tom in en u komt er wel!

Buiten en toch een beetje binnen
Amerikaanse verkiezingen leiden wel tot (accent)veranderingen, maar tegelijkertijd is zeker het buitenlands beleid in handen van een brede groep politici, managers van ondernemingen die voor de CIA en het leger werken en adviseurs. Ook op universiteiten zijn er heel wat lieden die hun brood verdienen door voor Defensie te werken; anderen werken voor b.v. een grote denktank zoals het Brookings Instituut. In1980 werd Perry lid van Track 2. Dat was een club van insiders die weliswaar geen lid zijn van de regering of bij de partij horen die aan de macht is, maar toch veel kennis en invloed hebben. Buitenlandse mogelijkheden vinden het belangrijk ook leden van zo’n organisatie te ontvangen, want over vier of acht jaar kunnen de bordjes weer verhangen zijn. Bij een bezoek aan 1988 in Moskou - Gorbatsjov is de baas geworden – valt hem op, dat de pittigste discussies niet plaatsvinden tussen Amerikanen en Russen, maar binnen de Russische delegatie! Bij een theaterbezoek enige tijd later in Tallinn hoort hij hoe een bezoekend Fins koor de Finlandia hymne van Sibelius zingt gevolgd door het Estlands nationaal volkslied. Dat laatste was eigenlijk verboden! Grote veranderingen waren op komst!

Een reis langs de afgrond

De memoires van Perry uit 2015 zijn getiteld My Journey at the Nuclear Brink. Eerst helpt hij om het nucleaire arsenaal op te bouwen als directeur van de Electronic Defense Laboratories in wat later Silicon Valley in Californië zou gaan heten. Hij gaat daarmee door als onderminister van Defensie onder Carter en later minister van Defensie onder Bill Clinton. Na zijn afscheid van de actieve politiek start hij op zijn oude dag samen met o.a. Henry Kissinger, George Schultz en Sam Nunn het Nuclear Security project. Deze organisatie heeft tot doel om het bewustzijn van de gevaren van kernwapens te vergroten en de spanningen tussen de grootmachten te verminderen om zo een kernoorlog te voorkomen.

woensdag 5 april 2017

Jackie I
Een paar weken geleden heb ik de film Jackie gezien. Positief beoordeeld, veel aandacht in de pers. Het is inderdaad een boeiende film geworden. Van begin tot einde word je als kijker meegenomen in het drama van een jonge vrouw die haar man verliest door een bloedige aanslag. Ze hoort het niet van anderen, maar zit er naast op het moment dat het gebeurt. Ze houdt zijn bebloede hoofd in haar schoot op de achterbank van de auto, die in razende vaart naar het Parkland Hospital rijdt. Wat begon met een prachtige morgen eindigt met een koude avond in Washington. Ze keert terug als weduwe. Johnson is de nieuwe president. De film toont de periode tussen de moord en de begrafenis. Alles wat geregeld moet worden, hoe ze ronddwaalt door de woonvertrekken van het Witte Huis, contact heeft met broer Robert en met de nieuwe president. Zij bepaalt hoe de begrafenisplechtigheden eruit zullen zien.
Een drama zonder conflict
Waar normaliter een conflict om een erfenis, de strijd tussen vader en zoon, meerdere mannen dingen naar de hand van een vrouw (of andersom) een film draagt, ontbreekt hier een conflict. Conflictstof te over: Johnson (de bruut uit Texas) wil snel in het Witte Huis, maar Jackie (gesteund door haar zwager Bobby) wil graag nog even in het Witte Huis blijven wonen. Ethel, de vrouw van Bobby, wordt jaloers op de grote hoeveelheid tijd die haar man aan zijn schoonzuster besteedt. Jackie wil een hele andere plek op het kerkhof van Arlington dan volgens de officiële procedures mogelijk is. Niets van dat alles: wij leven intens mee met de lotgevallen van de weduwe. Daardoor lijkt het soms op een documentaire, ook doordat een film van een rondleiding door het Witte Huis door Jackie nagespeeld wordt en in de film beelden worden gebruikt van de echte begrafenisplechtigheden in 1963.
Schijn en werkelijkheid
Het huwelijk tussen Jack en Jackie was niet gelukkig. Kennedy maakte b.v. in de zomer van 1955 een reis naar Zweden voor een bezoek aan Gunilla von Post, een jonge vrouw die hij twee jaar eerder in 1953 kort voor zijn huwelijk aan de Franse zuidkust had ontmoet. Toen Jack hem na dat Zweedse bezoek  vertelde, dat hij van Jackie wilde scheiden, zei de vader tegen zijn zoon: “Can’t you get it  into your head it’s not important what you really are? The only important thing is what people think you are!” De schijn ophouden was voor de Kennedy familie heel belangrijk.
Een miskraam

In 1956 was Jackie hoogzwanger; dat weerhield haar man er niet van om zoals gewoonlijk met een paar maten in de zomer af te reizen naar de Franse Riviera om daar met een boot van haven naar haven te zeilen. In elke havenplaats was er verse aanvoer van voedsel en dames. Toen het bericht doorkwam dat Jackie een miskraam had gehad, moest een lid van het gezelschap hem ervan overtuigen dat hij nu toch echt naar Amerika moest afreizen om zijn vrouw bij te staan en dat anders zijn huwelijk (en dus zijn kansen om ooit president te worden!) voorbij zouden zijn. Hij deed dat pas drie dagen, nadat hij het bericht van de miskraam had gekregen. Toen Jackie het ziekenhuis verliet, ging zij niet naar hun eigen huis, maar naar het huis van haar stiefvader, Hugh Auchincloss. Uit deze tijd dateert het verhaal, dat Jackie wou scheiden en dat schoonvader Joe haar een miljoen dollar bood, uit te betalen bij de scheiding, maar pas na de verkiezingen van 1960, als zij tot die tijd met Jack getrouwd wilde blijven. Jackie zou gezegd hebben: “U denkt dat iedereen voor geld te koop is”. Hij zou gezegd hebben: “Ik ben nog nooit iemand tegengekomen bij wie dat niet zo was”.

donderdag 23 maart 2017

The Best and the Brightest

Een interessante parallel
In De Volkskrant van 16 maart 2017 stond een stuk over de dreun die de PvdA heeft gekregen. Daarin werd o.a. opgemerkt dat de PvdA niet beloond was voor het nemen van verantwoordelijkheid, terwijl de partij toch haar grootste talent in het kabinet had geïnvesteerd: Samson, Dijsselbloem, Asscher. De auteur noemde hen ‘the best and the brightest’. Ze hadden een idee over hoe het moest met Nederland, hielden daar tegen de mening van een groot deel van hun eigen achterban aan vast en dat leidde uiteindelijk tot een desastreuze neergang. Ze vertrouwden te veel op hun eigen gelijk. Met ‘the best and the brightest’ refereert de schrijver aan een beroemd boek van David Halberstam met deze titel uit 1969. Halberstam heeft veel meer geweldige boeken geschreven. Ik noem er een paar: The Fifties uit 1993 over de vele beeldbepalende verschijnselen en veranderingen waarvan verschillende zich jaren later ook bij ons voordeden o.a. het ontstaan van warenhuizen, de aanleg van het snelwegennet, het boek Peyton Place en de Lucy Ball Show op de televisie. In 2007 publiceerde hij The Coldest War, een bijna episch verhaal over de oorlog in Korea. Als Halberstam niet omgekomen was bij een auto-ongeluk, had hij ongetwijfeld nog meer prachtboeken geschreven.

“You can’t beat brains”.
John Kennedy verzamelde een reeks knappe koppen om zich heen. Naast ervaren mannen als Dillon op Financiën en Rusk op Buitenlandse Zaken en een topmanager als McNamara op Defensie haalde hij ook heel wat intelligente lieden uit Harvard. Arthur Schlesinger,  John Kenneth Galbraith en Carl Kaysen zijn maar een paar voorbeelden. Kennedy - zelf aan Harvard afgestudeerd – was een politicus die nadenken op basis van kennis (en een grote mate van pragmatisme) belangrijker vond dan ideologie. MacGeorge Bundy stapte van Harvard waar hij op vierendertigjarige leeftijd Dean van de Faculteit voor Arts en Sciences was geworden over naar het Witte Huis. Hij werd daar de man die het hele beleidsvoorbereidende mechanisme van adviseren over te nemen besluiten, het plannen van vergaderingen enz. op het gebied van Buitenlandse Zaken en Defensie draaiende hield. Kennedy bewonderde hem vooral om zijn intellect: “You can’t beat brains”. Bundy had bij veel zaken op buitenlands gebied in het Witte Huis een zware stem. Zijn mening woog zwaar bij Kennedy, hij was een onafhankelijk denker, niet bang om de president tegen te spreken. Dean Rusk, de minister van Buitenlandse Zaken, was regelmatig geïrriteerd over het feit dat het buitenlands beleid vaak op het Witte Huis - en buiten BZ om – werd gemaakt. Over Bundy en zijn broer – die ook deel uitmaakte van de regering Kennedy – heeft Kai Bird in 1998 een interessant boek gepubliceerd. De titel geeft de politieke opvatting van Bundy goed weer: The Color of Truth (is Gray). Bundy was een man van het midden net als zijn baas. ‘The vital center’: vanuit het centrum met kleine stapjes vooruit.

Ervaring of intellect? Hoogmoed voor de val?
Niet iedereen was zo verrukt van al die intellectuelen in en rond de regering. Zoals de oude garde b.v. Sam Rayburn, de Speaker van het Huis van Afgevaardigden, ooit verzuchtte dat het fijn geweest zou zijn, als Kennedy wat bestuurservaring had gehad  (“ooit eens sheriff was geweest waar dan ook”), zo hadden ook anderen hun bedenkingen bij al die mannen met hun boekenwijsheden. Iemand schreef jaren later: “There was this sense of infallibillyty, which I must say is what exasperated me about the Kennedy administration. I knew many of these people. They were arrogant bastards, Kaysen perhaps most of all, but also Schlesinger and Galbraith …They always knew what the interest of another country was much better than the natives”.

In Vietnam zou uiteindelijk blijken hoe erg ze ernaast zaten.

woensdag 8 maart 2017

The great Society van Lyndon Baines Johnson
LBJ leeft bij de meesten van ons voort als de man die Amerika steeds verder meesleepte in het moeras van de oorlog in Vietnam. Hij verhoogde het aantal troepen tot meer dan 500.000 man en hij maakte gebruik van zware bombardementen. ‘Johnson moolenaar’ verdwijnt in januari 1969 uit de wereldgeschiedenis. Er wordt gemakkelijk vergeten wat hij op sociaal gebied allemaal voor mekaar wist te krijgen.
Hij wint de verkiezingen voor het presidentschap 1964 tegen Goldwater met een landslide (61.1 % tegen 38.5 %, 486 kiesmannen tegen 52 kiesmannen) en heeft zowel in het Huis van  Afgevaardigden als in de Senaat een hele grote meerderheid. Daar doet hij vervolgens ook wat mee!
Hij jaagt – Johnson wist hoe hij de wetgevende organen moest bespelen – een reeks van wetten door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Arme mensen hadden eind jaren ’50 van de vorige eeuw alleen maar ellende te verwachten, als ze ernstig ziek werden. Een 75-jarige vrouw getuigde in 1959 dat ze bij een liefdadigheidsziekenhuis in de wachtrij moest gaan staan om medische verzorging te krijgen. Een gewone dokter konden zij en haar man onmogelijk betalen. Pogingen van de Democraten om daar verandering in te krijgen worden door ‘The Powers That Be’ fel bestreden. De American Medical Association besteedde 50 miljoen dollar om een bescheiden begin van wat nu Obamacare is tegen te houden. Medicare garandeerde ouderen na 1964 wel verzorging in het ziekenhuis. Ingebakken in het programma zat ook de eis om alle vormen van rassenscheiding op te heffen. Alle patiënten moesten geaccepteerd worden ongeacht hun kleur, ras of afkomst. Kamers, afdelingen, verdiepingen en gebouwen moesten worden geïntegreerd. Ziekenhuizen moesten uitdrukkelijk hun best doen om ander dan blank personeel in dienst te nemen.
Ook in het onderwijs was de nood in die tijd hoog. In Kentucky zaten soms meer dan zestig kinderen in een klaslokaal. De Elementary and Secondary Education Act zorgde ervoor dat elke staat al naar gelang het aantal kinderen in huishoudens met een laag inkomen extra geld kreeg. De uitgaven voor deze sector van het onderwijs stegen vanaf 1958 tot nu van 2 % van het onderwijsbudget tot 13 %. Ook bij deze federale aanvulling van het onderwijsbudget van de states werd de wettelijke eis gesteld, dat scholen geïntegreerd moesten worden. Het aantal zwarte studenten ging van 2 % naar 23 %. Tussen 1968 en 1980 ging daalde het percentage zwarte kinderen dat gesegregeerde scholen bezocht van 77,5 % naar 26,5 %.
De Civil Rights Act van 1964 verordende de integratie van alle openbare ruimten: hotels, zwembaden bussen enz. Voor 1965 gold in de elf oude staten van de Confederacy en in Delaware, Kansas, Maryland, Missouri, Oklahoma (de Border States) het oude regiem. In Alabama slaagde slechts 11 % van de zwarte Amerikanen erin om te stemmen. Zo groot waren de belemmeringen die hen  in de weg werden gelegd. In 1970 stemde 75 % van de zwarte Amerikanen daar wel.
In de Voting Rights Act van 1965 werd vastgelegd dat staten met een geschiedenis van discriminatie – lees de zuidelijke staten! – veranderingen in hun stemprotocollen vooraf aan het ministerie van Justitie moesten voorleggen. Het Hooggerechtshof onder opperrechter Roberts heeft die bepaling een tijd geleden buiten werking gesteld. Ja, dan is de beer los. Arizona, North Carolina en Texas schrapten in 2016 886 stembureaus voornamelijk in buurten van minderheden. Als je dan ook ‘early voting’ flink inperkt, kunnen heel veel kiezers alleen op 8 november zelf gaan stemmen. Dat leidt tot lange rijen wachtenden en tot een flink aantal mensen dat helemaal niet meer gaat stemmen.
Ook het voedselbonnenprogramma is een resultaat van Johnsons wetgevende arbeid. 13 % van de Amerikaanse bevolking profiteert daar nu van. Door Medicaid zorgt de federale overheid ervoor, dat ook arme Amerikanen medische zorg krijgen. Dat zijn er op dit moment 73 miljoen. De Republikeinse meerderheid in beide huizen van het parlement wil stevig inhakken op al deze programma’s.
Wat gaat Donald Trump doen? Gaat hij deze afbraakplannen steunen? Plannen die ingaan tegen de belangen van de mensen die op hem gestemd hebben?



donderdag 23 februari 2017

Echte fraude!
Wisselende berichten uit Amerika. De ene dag zegt Trump dat hij geen onderzoek wil naar stembusfraude bij de verkiezingen in november. In het weekend van 11 en 12 februari evenwel beweerde een belangrijke medewerker van hem in een televisie-interview, dat er b.v. in New Hampshire op grote schaal gestemd zou zijn door kiezers die uit Massachusetts met bussen waren aangevoerd.
Vroeger was alles beter
Tijdens de lange spannende verkiezingsnacht in november 1960 belde John Kennedy met burgemeester Richard Daley van Chicago. Het zou er om spannen in Illinois. “Mr. President”, antwoordde Daley, “with al little bit of luck and the help of a few close friends, you’re going to carry Illinois.” Victor Lasky beschrijft in zijn boek It didn’t start with Watergate uit 1977, dat b.v. doden uit hun graven opstonden om op Kennedy te stemmen. Als de bemanning van de stembureaus, het beheren van de kiesregisters en het opmaken van de uitslagen in die stembureaus allemaal in handen is van Daley ‘en zijn vrienden’, kan er veel geregeld worden ten behoeve van de ‘goede’ Democratische zaak. Ook Seymour Hersh vertelt hierover in The Dark Side of Camelot uit 1997.
‘Landslide’ Johnson
 In 1947 nam Lyndon Johnson het in de Democratische primary in Texas voor een zetel in de Senaat op tegen ‘Coke’ Stevenson, een populaire oud-gouverneur. De uitslag bij de algemene verkiezingen in november stond al bij voorbaat vast: een Democratische kandidaat zou winnen, dus ging het om de primary. In die tijd was stemmen met de hand tellen de gangbare procedure en de uitslagen kwamen binnen op de dag zelf en m.n. in de dagen na de verkiezing. Als je over de goede relaties beschikte, de plaatselijke machthebbers in je zak had of ‘voor wat hoort wat’ toepaste, kon je zorgen voor stembusresultaten die steeds flink wat beter waren dan wat je concurrent had gekregen.
Johnson heeft extra stemmen nodig
De extra stemmen nodig om de meerderheid van concurrent Stevenson te overtreffen komen uit The Valley, een gebied in het Zuiden van Texas. Op de zesde dag na de verkiezingen komen er opnieuw correcties ten gunste van Johnson binnen. Zo worden b.v. de resultaten vastgesteld voor Jim Wells County en nu blijkt de uitslag in precinct 13 van Luis Salas niet 750 tegen 60, maar 950 tegen 60. Met nog veel meer van dergelijke correcties wint Johnson uiteindelijk met 87 stemmen verschil op een totaal van 988,295.
De derde macht: “Let the courts decide”.
Er komen dan van beide partijen rechtszaken eerst op het niveau van de staat en tenslotte tot bij het Supreme Court, er ontstaat een race om de klok. In Texas wenden de klagers zich tot de rechter om de stembussen met daarin de stembriefjes en de tellijsten te laten openen en controleren. In Washington vraagt een advocaat namens Johnson een rechter van het Hooggerechtshof om een verbod om de stembussen te openen. Motief: het is niet aan een federaal rechter om zich te mengen in een zaak van de staat Texas.
De spanning stijgt en midden in de rechtszaak in Texas - bijna op het moment dat de stembussen geopend moeten worden - komt bericht uit Washington: de behandeling van de zaak moet onmiddellijk stoppen.

De nieuwe senator voor Texas kreeg in Washington de bijnaam ‘Landslide’ Johnson.

zaterdag 11 februari 2017

Nog meer Trumps?
Die vermaledijde opiniepeilers hebben het helemaal niet zo slecht gedaan! Nate Silver van Fivethirtyeight voorspelde voor Clinton een voorsprong van iets meer dan 2%. Uiteindelijk heeft zij aanzienlijk meer stemmen meer behaald dan Trump. In 2000 werd George Bush president ondanks het feit, dat Al Gore 0,5% meer had van de popular vote. Denk aan 1960 Kennedy – Nixon, 1968 Nixon – Humphrey, 1976 Ford – Carter en dus 2000 Bush – Gore. De negatieve marge van Trump is 2.1! Zo zout hebben we het lang niet gegeten.

Waarom is ze dan geen president geworden?
Omdat ze Barack Obama niet is. Hij won in 2008 en 2012 o.a. omdat hij als zwarte kandidaat in cruciale zuidelijke staten als Florida en North Carolina veel zwarte kiezers naar de stembus wist te krijgen, die in vorige jaren helemaal niet waren gaan stemmen. De beelden van Obama die in hemdsmouwen goedvolle toespraken hield in Florida ten gunste van Clinton waren bedrieglijk. Zijn gehoor hield van hem, applaudisseerde voor hem, maar dat betekende niet automatisch dat ze ook voor een blanke vrouw- ze won Florida niet - gingen stemmen.
Omdat ze vanuit New York te weinig oog had voor en te weinig aandacht en geld besteedde aan de organisatie in staten als Florida en zich helemaal niet of nauwelijks heeft laten zien in staten als Michigan en Pennsylvania waar al die ‘deplorables’ wonen.

Het einde van de American Dream
Michigan en Pennsylvania, dat gebied heet ook wel de ‘Rust Belt’. Het is het kerkhof van de teloorgegane Amerikaanse maakindustrie. Het welvarende Amerika met kansen voor iedereen bestaat daar al lang niet meer. Witte mannen huwden vroeger jong en hadden werk: in 1950 had 86% van de witte beroepsbevolking een baan. Van de vrouwen werkte slechts 34% in doorgaans lagere functies. Omdat er werk was, kansen waren en de levensstandaard voor iedereen met werk hoog was, werden verschillen in inkomen en vermogen geaccepteerd; de mythe van het land van de onbegrensde mogelijkheden.
Vanaf de jaren ’60 verandert dat m.n. voor laagopgeleide witte Amerikanen (landelijke cijfers):
College niet afgemaakt:                werk:                    van 95% naar 80% in 2016.
College niet afgemaakt:                getrouwd:          van 90% naar 50% in 2016.
Werknemers met een universitair diploma op zak verdienen veel meer dan werknemers met een gewoon diploma. Tweeverdieners met een universitair diploma verdienden in 2012 vergeleken met 1979 ongeveer 28.000 dollar meer dan tweeverdieners met een gewoon diploma.
Waar voor alle overige groepen – zwart, latino, hoger en hoog opgeleid - de levensverwachting steeg, is die voor blanken met een lage opleiding fors gedaald. Belangrijke factor daarbij is drugsgebruik.

Een groot deel van de Amerikanen gaat zelden stemmen. Dat zijn de onbereikbaren, mensen die van het systeem niets meer verwachten en de ontevredenen die wel klagen, maar niet stemmen. In 2012 ging 77% van de hoogopgeleiden stemmen tegen 55% van de laagopgeleiden. In 2012 won Obama in Florida met 74.000 stemmen, terwijl 2,5 miljoen laagopgeleiden niet gingen stemmen. In 2012 won Obama landelijk met 5 miljoen stemmen, maar 47 miljoen kiesgerechtigden met alleen high school daar gingen niet stemmen. Wie uit dat reservoir van slapende stemmen een flink deel weet te mobiliseren kan verkiezingen winnen.

woensdag 25 januari 2017

Ivanka als First Lady?
Abraham Lincoln nam in 1861 bij het begin van zijn presidentschap een aantal van zijn rivalen in zijn cabinet op. Edward Bates kwam op Justitie, Salmon Chase op Financiën en William Seward op Buitenlandse zaken. Insiders verwachtten dat deze ervaren politici de man uit Springfield (Ilinois) zouden dominerenm maar Lincoln speelde hen tegen elkaar uit. Hij wist de steun te verwerven van Chase en domineerde hen tenslotte allemaal, omdat hij gewiekster was en de vooruitziende staatsman bleek te zijn. In 2005 publiceerde Doris Kearns Goodwin een prachtig boek hierover Team of Rivals. Oliver Stone baseerde er zijn film Lincoln mede op. Toen Barack Obama in 2008 aan zijn presidentschap begon, maakte hij Hillary Clinton, die zijn rivale voor de Democratische nominatie was geweest, minister van Buitenlandse Zaken. Vicepresident Joe Biden werd belast met de coördinatie van het buitenlandse en defensiebeleid, waarbij natuurlijk ook Susan Rice, de ambassadrice bij de Verenigde Naties betrokken was. Richard Holbrooke werd speciaal afgezant voor Afghanistan.
Wie zal Trump terzijde staan bij officiële verplichtingen, bij allerlei evenementen in politiek Washington? Normaliter zou dat zijn derde echtgenote Melania zijn, maar er wordt geschreven dat zij de rol van First Lady helemaal niet ambieert en dat zijn dochter Ivanka aan de zijde van haar vader de rol van ‘First Daughter’ op zich zal nemen. Zij is niet alleen een knappe verschijning, maar ook een succesvolle zakenvrouw. Haar vader luistert naar haar; zij weet hoe zij hem moet aanpakken.
Hiervoor is een precedent in de Amerikaanse geschiedenis, maar dan op een niveau lager, dat van een lid van de regering. Salmon P. Chase was driemaal binnen tien jaar weduwnaar geworden. Zijn dochter Kate stond hem in Washington terzijde bij officiële gelegenheden. William Russell, een journalist van The Times in Londen, omschreef haar als “zeer aantrekkelijk, prettig in de omgang en levendig”. Ze heeft “een melodieuze stem, ze houdt haar hoofd een beetje omhoog en heeft een zwakke bijna neerbuigende glimlach op haar lippen”. Ze was de koningin van politiek Washington.

Mannen overlaadden haar met complimenten en gingen op hun knieën voor haar. Hoewel door vele mannen begeerd, sloeg zij alle huwelijksaanzoeken af en bleef bij haar vader. In 1861 echter ontmoette zij William Sprague, de gouverneur van Rhode Island. De eerste keer dat ze elkaar zagen, klikte het meteen. Hij bezat een grote kledingwarenfabriek, verschafte werk aan meer dan tienduizend arbeiders en beschikte over enorme politieke invloed in zijn staat. Kate die gewend was te bevelen en gehoorzaamd te worden, was onder de indruk van dit zelfverzekerd heerschap. Door de burgeroorlog moesten ze hun huwelijksplannen eerst in de ijskast zetten. Bij de trouwplechtigheid op twaalf november 1863 waren vijftig genodigden aanwezig waaronder de president en het hele cabinet. Op de receptie kwamen nog eens vijfhonderd gasten. Er werd beweerd dat de tiara die zij kreeg van haar aanstaande $50,000 waard was. Helaas werd het niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Sprague zag haar niet als gelijkwaardig partner en was erg op de penning. Hoewel in het bezit van een miljoenenfortuin had hij felle kritiek op zo goed als elke uitgave van haar. Zij vroeg zich in haar dagboek af of hij niet volledig gefixeerd was op geld, dat toch niet meer dan een hulpmiddel was. Interesses in literatuur, kunst e.d. had hij niet. Hij begon opnieuw te drinken, wat leidde tot ruzie en als hij weer nuchter was beloftes om anders te gaan leven enz. Kate vroeg zich af de problemen niet ook aan haar verwachtingen lagen. “Trots, hartstochtelijk en onverdraagzaam, had ik nooit geleerd mij te schikken naar anderen”.  Na haar vaders dood in 1873 liep hun huwelijk spaak. Ze begon een affaire met de senator voor New York Roscoe Conkling. Toen haar man hen betrapte, ging hij Roscoe achterna met een geweer. Nadat het echtpaar een gewelddadige ruzie had gehad, waarbij haar man probeerde haar uit het raam van hun slaapkamer te gooien, vroeg zij scheiding aan. Ze keerde terug naar Washington. Daar overleed ze in armoede op vijfentachtigjarige leeftijd.