donderdag 28 maart 2019


Pamela Digby Churchill Hayward Harriman

Deze naam zegt u waarschijnlijk niets, maar na lezing van dit blog zult u het met mij eens zijn: een vrouw met een opmerkelijke levensloop. Christopher Ogden publiceerde in 1994 een biografie van haar: Life of the Party; een titel die de lading helemaal dekt. Het boek leest als een moderne schelmenroman, alleen is hier de schelm een vrouw! Ze wordt geboren op 20 maart 1920. Haar grootvader, de achtste hertog van Marlborough, was getrouwd met de Amerikaanse Lily Hammersley, een rijke erfgename, wat handig was om de onderhoudskosten van zo’n groot paleis te bestrijden. Het is een patroon rond de eeuwwisseling: Britten zijn op zoek naar geld en rijke Amerikanen willen maar wat graag hun dochters – met een rijke bruidsschat – laten introuwen in zo’n eeuwenoude adellijke familie. De – latere – negende hertog trouwt met Consuelo Vanderbilt, dochter van William Kissam Vanderbilt, een puissant rijke spoorwegmagnaat. Pamela trouwt op 4 oktober 1939 met Randolph Churchill, de zoon van Winston. Na het uitbreken van WOII heeft president Roosevelt een speciale afgezant naar Londen gestuurd, die moet helpen te bepalen wat de Britten werkelijk nodig hebben in het kader van het Landlease programma. Die man is Averell Harriman, die het gigantische vermogen van zijn vader E.H. Harriman - vergaard met de Union Pacific Railroad - had geërfd.  Tijdens de frequente diners bij Winston Churchill klikt het tussen Pamela en de meer dan dertig jaar oudere Averell. Winston Churchill stimuleert hun relatie en is zelfs niet te beroerd om zijn eigen zoon – die in de weg zou kunnen lopen – met zijn regiment naar een verafgelegen plaats te sturen.

Na de oorlog
Met het einde van WOII breken nieuwe tijden aan. Ze heeft langdurige affaires met o.a. Gianni Agnelli en Leland Hayward. Begin jaren ‘70 lijkt haar leven op een doodlopend spoor te zijn gekomen. Dan verneemt ze dat Katherine Graham in Washington een party zal geven waar ook haar oude liefde Averell Harriman aanwezig zal zijn. Pamela beweegt hemel en aarde om een uitnodiging te krijgen. Ze weet het zo te regelen dat ze vlakbij Harriman zal zitten. Bij de oude Averell laait het vuur weer hoog op.  Op 27 september 1971 trouwen ze. Ze leven nog lang en gelukkig? Ja en nee. Pamela slaagt erin de voorwaarden van het testament zo te laten veranderen dat zij aanzienlijk meer zal erven na Averells dood. Dat stellen zijn kinderen niet bepaald op prijs.

Democratische partijpolitiek
Aan het einde van de jaren ’70 van de vorige eeuw staan de Democraten er slecht voor. Jimmy Carter wordt verslagen; met de Reaganrevolutie lijkt een langdurig tijdperk van Republikeinse hegemonie aangebroken. Averell en Pamela beginnen een soort ‘talentontwikkelingsbureau’ in Washington. Tijdens ontvangsten in hun huis in Georgetown krijgen nieuwe, veelbelovende politici de kans zich te presenteren en Harriman gebruikt soms zijn vermogen  om hen ook financieel te steunen. Tot die politieke talenten behoort ook Bill Clinton. Als hij in 1992 tot president wordt gekozen, kiest hij Pamela uit om ambassadeur van de VS in Frankrijk te worden. Voor wat hoort wat. We zijn nu gewend dat Democraten en Republikeinen in de Amerikaanse politiek lijnrecht tegenover elkaar staan. Dat was in 1993 nog heel anders. Op 4 mei 1993 verschijnt zij voor de Foreign Relations Committee, die haar voordracht moet goedkeuren. Zelfs Jesse Helms, de zeer conservatieve Republikeinse senator van North Carolina, steunt haar voordracht. Na drieënveertig minuten is de sessie al weer voorbij.


P.S. Een nauwkeurige lezer attendeerde mij op twee slordigheden in een vorige tekst over mogelijke Democratische uitdagers in 2020. In het gedeelte over de strijd tussen Jimmy Carter en Ted Kennedy staat ‘whipe’ i.p.v. ‘whip’ en waar staat ‘whomanizing’ moet ’womanizing’ staan.

zaterdag 16 maart 2019


The Green Book

Officieel was iedereen voor de wet gelijk in het Amerika van de jaren zestig van de vorige eeuw. In de praktijk maakte het een groot verschil of je blank of zwart was. In het Noorden was het minder openlijk, maar in de ‘Deep South’ waren aanduidingen zoals ‘whites only’ of ‘coloreds’ bij winkels, drinkfonteintjes, toiletten en hotels gebruikelijk. Martin Luther King schreef in zijn Letter from Birmingham Jail: “When you take a cross-country drive and find it necessary to sleep night after night in the uncomfortable corners of your automobile because no motel will accept you; when you are humiliated day in and day out by nagging signs reading "white" and "colored …".

The Freedom Riders
Blanke studenten vergezelden begin jaren zestig hun zwarte vrienden op hun bustochten van Noord naar Zuid om te testen of beide rassen bij het reizen van de ene staat naar de andere gelijk werden behandeld. Ze werden vaak ‘warm’ ontvangen. In Alabama waren er gewelddadige meutes die bussen in brand staken (en kerken bestormden). Soms was een telefoontje van de president of van de minister van Justitie (The Kennedy’s) naar de gouverneur voldoende om het geweld laten ophouden, soms was het nodig federale marshals naar de plek des onheils te zenden.

De film

Een zwarte pianist die in de ‘Deep South’ een reeks concerten gaat geven bevindt zich in een rare positie. Hij komt door de voordeur binnen, wordt door de gastheer met trots geïntroduceerd en wordt na zijn fraai pianospel beloond met warm en langdurig applaus. Wil hij bij deze blanken naar de wc, wil hij logeren in een goed hotel dan staat hij voor een gesloten deur. Zo gaat dat nu eenmaal bij ons in het Zuiden. Door deze zwarte pianist  te laten vervoeren door een blanke door hem gehuurde chauffeur wordt het zwart/wit denken letterlijk doorbroken. We ervaren aan den lijve hoe absurd en vernederend het allemaal is. Het gaat niet over een zwarte pianist in het blanke Zuiden, maar over een blank en zwart duo dat in het Noorden in veel gevallen gelijkwaardig is (althans officieel), maar in het Zuiden ‘equal, but separate’ wordt behandeld.

De uitsmijter

In de openingsscene in een nachtclub maken we kennis met Tony Lip en zien we wat zijn taak is: hij is de uitsmijter van niet langer gewenste gasten. Is er ook een term voor iemand die ervoor zorgt dat niet zo gewenste gasten toch op een soepele manier ergens binnen kunnen komen? De kersverse president Lyndon Johnson bracht in december 1963 de kerstdagen door in zijn thuisstaat Texas. Op Oudejaarsavond 1963 bracht hij een bezoek aan de Forty Acres Club in Houston, in de praktijk alleen toegankelijk voor blanken. Hij kwam binnen gearmd met zijn zwarte secretaresse  in het Witte Huis, Gerry Whittington. Toen de volgende dag een clublid een zwarte Amerikaan wilde meenemen en vooraf even belde of dat zou kunnen, was het antwoord: “Yes, sir. The president of the United States integrated us on New Year’s Eve”.

zaterdag 2 maart 2019


Toeval bestaat!
Het is mij al meerdere malen overkomen. Ik koop in Nederland of op vakantie in het buitenland een Engelstalige krant en er staat een stukje in dat met Kennedy, Gore Vidal of een andere grootheid uit de jaren zestig (van de vorige eeuw) te maken heeft. Zo stond in The Daily Telegraph van 21 februari een groot stuk n.a.v. het overlijden van Lee Radziwill. Het geeft een mooie inkijk in de societywereld waarin zij zich bewoog.

The best sister act in town
Lee was de jongste dochter van Janet Lee en John Vernou ‘Black Jack’ Bouvier III. Haar oudere zus was de latere Jackie Kennedy. Hoewel door flinke erfenissen van hun ouders niet onbemiddeld slaagden Janet en John er niet in hun huwelijk stand te laten houden o.a. door de drankproblemen van John. Moeder Janet Lee hertrouwde met Hugh Auchingcloss, rijk geworden op de beurs, die net voor de tweede keer gescheiden was. Zijn stiefzoon uit dit tweede huwelijk was Gore Vidal. Gore, Jackie en Lee waren dus stiefkinderen. Deze intieme verbinding was voor een aartsroddelaar als Gore Vidal een rijke bron om later uit te putten. Ze woonden in grote landhuizen in Virginia en Newport, Rhode Island. Toen Lee twintig was, trouwde ze met Michael Canfield. Ook hij was een alcoholicus en toen Lee verliefd werd op prins Stanislaw Radziwill was dat het begin van het einde van hun huwelijk. Stanislaw stamde uit een voorname Pools-Letlandse familie, die al in de vijftiende eeuw door keizer Karel V tot rijksvorst was verheven. Belangrijk detail: deze titel werd in Engeland niet erkend!

Tweede huwelijk
Stash en Janet trouwden in 1959. Ze woonden in Buckingham Place en in een landhuis genaamd Turville Grange in Oxfordshire, dat was  verbouwd door de ontwerper Renzo Mongiardino. Als John en Jackie Kennedy in 1961 een privébezoek – geen staatsbezoek! - brengen aan de Engelse koningin, geldt een lichter protocol en mogen ze Stash en Lee meenemen. Het bezwaar dat deze beiden gescheiden zijn geldt nu niet, maar hun titels tellen ook niet! Alice, hertogin van Gloucester, vertelde haar schoonzus, de hertogin van Buccleuch: “The Queen had to entertain some people called Rad-zi-will”. De Radziwills brachten soms de Kerst op het Witte Huis door en de zusters maakten samen een reis naar India op uitnodiging van premier Nehru: twee zusters en vierenzestig stuks bagage! Daarna begint Janet een affaire met Aristotels Onassis, die ruimhartig Stash een hoge managementfunctie geeft bij Olympic Airways. De moord op Kennedy verandert letterlijk alles. Onassis verliest zijn interesse in haar en trouwt in 1968 met haar zus, de beroemdste weduwe ter wereld.

Derde huwelijk
Bijna was ze in 1979 hertrouwd met Newton Cope, maar letterlijk op het moment dat de bruiloftsgasten arriveren, bedenkt zij zich. In 1988 volgt dan toch weer een huwelijk. Ze trouwt met de regisseur en choreograaf Herbert Ross. Hieraan komt  in 2001 een einde door haar afkeer van Hollywood en het feit dat Ross zijn voormalige echtgenote  Nora Kaye niet kan vergeten.
Zestig jaar belichaamde zij het begrip ‘chic’. Ze was een bekende van Givenchy, Courrèges, Ungaro, Yves St. Laurent, Armani en Giambattista Valli. In 2013 kreeg ze het Legion d’honneur. Ze overleed op 15 februari 2019.

woensdag 13 februari 2019


E pluribus unum
Elke vier jaar speelt zich in de Verenigde Staten hetzelfde circus af: een aantal politici strijdt met elkaar om de presidentsnominatie van hun partij. Sommige kandidaten hebben serieuze kansen, anderen willen hun deelbelang eens duidelijk naar voren brengen. Wat mij opvalt is dat deze race naar het Witte Huis steeds eerder lijkt te beginnen. John Kennedy kondigde op 2 januari 1960 in Washington aan dat hij kandidaat was. George McGovern begon zijn campagne aanzienlijk eerder dan januari 1972. Ted Kennedy kondigde zijn kandidatuur voor 1980 tegen de zittende president Jimmy Carter aan in november 1979 in Boston.

De kenners
Die mensen zitten er vaak naast! Om bij het laatste voorbeeld te blijven: lang voordat Ted Kennedy het aankondigde, ging het gerucht al door Washington en de meeste journalisten waren van mening dat hij Carter makkelijk zou verslaan. “I’ll whipe his ass”, zou Carter gezegd hebben, toen hij het gerucht vernam, maar dat werd algemeen als grootspraak afgedaan. Wie had kunnen vermoeden dat Ted Kennedy de herinnering aan het ongeluk bij Chappaquiddick niet van zich af zou kunnen schudden? Wat ook niet hielp was het feit, dat door de opkomst van de feministische beweging er inmiddels heel anders werd aangekeken tegen al dat whomanizing waar de broers zo goed in waren. Kennedy was een beetje als een mooie fles wijn die je ooit cadeau hebt gekregen en uiteindelijk openmaakt, maar te lang hebt laten liggen. Hij belichaamde de herinneringen aan John en Robert en alle niet waargemaakte verwachtingen van toen. De werkelijkheid valt dan doorgaans tegen. In 1976 bedankten Hubert Humphrey en Ted Kennedy voor de eer en zo kwam Jimmy Carter, de totaal onbekende gouverneur van Georgia, bovendrijven. In 1988  was Gary Hart de gedoodverfde presidentskandidaat voor de Democraten. Na de openbaarmaking van zijn affaire met het model Donna Rice stortte zijn campagne in en werd de gouverneur van Massachusetts Michael Dukakis de man die het moest opnemen tegen vicepresident George H. Bush. Het meest recente voorbeeld van een bijzonder verrassende uitkomst van de (voor)verkiezingen is de huidige hoofdbewoner van het Witte Huis. Eerst won hij tegen alle voorspellingen in de nominatie van de Republikeinse partij en vervolgens versloeg hij Hillary Clinton. Ja en in het Witte Huis gebeuren nu elke week zaken die men vroeger voor onmogelijk hield.

Wie van de drie (of meer)?
Er zijn nu al – meer dan anderhalf jaar voor de verkiezingsdag! – flink wat kandidaten bij de Democraten o.a. Elizabeth Warren, Kamala Harris en Amy Clobuchar. Alle drie vrouwen. Is Amerika rijp voor een vrouwelijke president? Is vrouw zijn een voordeel in 2020? Peilingen laten zien dat de huidige hoofdbewoner van het Witte Huis het verbruid heeft bij de vrouwelijke kiezers.

Waar kom je vandaan?
Net zoals een Republikein bij voorbaat Californië en New York al heeft verloren, zo heeft een Democraat niets te verwachten van Texas en de rest van het Zuiden. De verkiezingen worden wel in het hele land gehouden, maar er zijn maar een paar ‘battlegrounds’. Bij het vorderen van de dag (nacht in West-Europa) in november 2016 bleek, dat Hillary in de ‘Rust Belt’ verrast was. Belangrijk in 2020 zou dus kunnen zijn, dat een kandidaat daarvandaan komt of uit het nabijgelegen Midden-Westen. Laatstgenoemde dame uit de reeks in het vorige blok voldoet aan deze eis. Amy Clobuchar is senator voor Minnesota. Ze heeft daar drie keer de race voor de Senaat gewonnen met uitstekende cijfers. In 2018 won zij in 42 districten waar Trump in 2016 had gewonnen! Een bewijs dat ze ook op Republikeinse en onafhankelijke kiezers aantrekkingskracht heeft. Zou zij Wisconsin, Michigan en Pennsylvania voor de Democraten kunnen terugwinnen?

dinsdag 29 januari 2019


Ik geloof het toch!

Toen twee vriendjes van de lagere school mij - op weg naar huis voor het middageten – vertelden, dat Sinterklaas niet bestond, weigerde ik dat te geloven: HIJ BESTOND WEL!!! Over het verloop van de beraadslagingen tijdens de Cuba crisis in 1962 hebben we de boeken van Theodore Sorensen, Robert Kennedy, Robert McNamara e.a. Daaruit komt het beeld naar voren van de militairen die maar al te graag wilden bombarderen en Cuba binnenvallen en ‘een aantal anderen’, waaronder Robert Kennedy, die voor een voorzichtiger aanpak pleitten. Gelukkig wonnen de laatsten en leefden wij nog lang en gelukkig. Sheldon M. Stern heeft de moeite genomen de bandopnamen van al die beraadslagingen zorgvuldig af te luisteren en er een boek over te publiceren in 2003. Wat blijkt? De enige die er vanaf het begin van doordrongen was, dat een bombardement of een invasie al snel zou kunnen escaleren tot een nucleaire oorlog met afschuwelijke gevolgen was John F. Kennedy. Het is alleen aan zijn verstand en vasthoudendheid te danken dat het toen goed is afgelopen. Uiteindelijk heeft hij zijn standpunt – beloven geen invasie te zullen ondernemen en de raketten in Cuba ruilen tegen de raketten in Turkije, want dat is een redelijk voorstel, ‘a rather even trade’ – aan alle anderen opgelegd!

Wat wil je geloven?
In 2003 werd Stern gevraagd mee te werken aan een documentaire over brieven van Amerikaanse presidenten waaronder de brieven van Kennedy aan Khrushchev. De maker wilde ook een paar tegendraadse opvattingen in zijn programma opnemen. Er werd een interview van 30 minuten met hem opgenomen, waarin hij uitlegt dat het verhaal van RFK’s optreden wel een mooi verhaal oplevert, maar niet gebaseerd is op de feiten. In de uiteindelijke versie kwam hij precies vijf seconden aan het woord en daarna volgde de dramatische klassieke versie.

Franklin Delano Roosevelt
In 1984 sprak Clark Clifford op een conferentie van de Kennedy Library in Boston t.g.v. het feit dat honderd jaar geleden Harry Truman was geboren. Hij vertelde over zijn persoonlijke herinneringen aan de dag, dat Roosevelt stierf en Truman hem opvolgde. Tijdens de vragenronde na afloop maakte een jongeman kritische opmerkingen over een aantal belangrijke details van Cliffords verslag van de gebeurtenissen op 12 april 1945. De oude seigneur keek vanaf het spreekgestoelte op hem neer en zei: “Jongeman, ik was daar aanwezig”. Het publiek begon spontaan te applaudisseren. Toch had de jongeman gelijk met zijn kritiek. Sterker nog Clifford zat in die tijd bij de marine, was gestationeerd in San Francisco en ontmoette Truman pas veel later voor de eerste keer.

Theodore C. Sorensen
In oktober 2007 nam Stern deel aan een discussie aan de universiteit van Princeton met Theodore Sorensen, tekstschrijver en adviseur van John F. Kennedy. Sorensen was verlaat, dus Stern mocht beginnen. Met letterlijke citaten uit de bandopnamen laat hij zien dat het officiële verhaal een sprookje is. Sorensen op zijn beurt spreekt hem tegen met als hoofdargument “Ik ben de enige hier die erbij was”! Wat moest hij anders zeggen? Toegeven dat hij er net als al die anderen naast had gezeten en dat als zijn advies opgevolgd was, deze discussie waarschijnlijk nooit gehouden zou zijn?

vrijdag 25 januari 2019




Watergate
1974 was een rampjaar voor de Republikeinse partij in Amerika. Na alle publiciteit over het Watergate schandaal van Nixon werden de bordjes stevig verhangen. De wens tot verandering onder de kiezers was zo groot, dat er vreemde dingen gebeurden. In Texas won een professor die over Shakespeare doceerde, een zetel ondanks een afwezigheid van tien jaar. In Rhode Island werd een binnenschilder in het Huis van Afgevaardigden gekozen, die nog nooit buiten zijn eigen woonplaats was geweest. Op 3 januari, 1975 werden 93 nieuwe mannen en vrouwen lid van het Huis van Afgevaardigden waarvan 76 Democraten. De nieuwe Democraten waren over het algemeen jong, voor het merendeel mannelijk en bijna allemaal blank. 87 van hen waren jonger dan 40. Vele leken meer op studenten dan op leden van de wetgevende macht. Een van hun eerste beslissingen was om een eigen groep te vormen: de New Members Caucus en vervolgens samenwerking te zoeken met een groep die al langer vocht voor verbeteringen, de in 1959 gevormde Democratic Study Group.


De macht der gewoonten
Hoe moet je je opstellen als nieuwkomer? Aan de lange mars naar boven beginnen door je aan te passen of de kont tegen de krib gooien? “Don’t try to go too fast,” was het fameuze advies van de legendarische Speaker Sam Rayburn. “If you want to get along, go along.” “Getting along” en “going along” betekenden slechts bij uitzondering het woord voeren in de caucus, in commissievergaderingen of tijdens debatten in de plenaire vergadering. Amendementen indienen laat je ook maar beter over aan oudgedienden. De ‘Watergate Babies’ ontdekten al snel dat zonder wijzigingen in m.n. het senioriteitssysteem er niet veel zou veranderen. Senioriteit ging uit van een enkele neutrale factor: het aantal dienstjaren. Vriendschappen, connecties, overtuigingen speelden geen rol bij het aanwijzen van de voorzitter. “If you live longer and get elected oftener than anybody else on your committee, you, by God, will become chairman of it when your party is in the majority”. De caucus besloot als eerste wijziging, dat leden van niet meer dan 1 subcommissie voorzitter konden zijn. Darmee kwam een einde aan de praktijk dat een klein aantal leden zijn senioriteit gebruikte om het voorzitterschap te claimen van soms wel vier subcommisies. Een volgende wijziging was het besluit, dat elk commissielid op zijn beurt een subcommissie mocht kiezen. Zo kwamen nieuwe leden sneller in belangrijke commissies.


“Ik eis …”
Met de komst van de nieuwkomers kwam ook een nieuw taalgebruik. Zij spraken over burgerrechten voor b.v. de zwarte bevolking  niet alleen als politieke wensen. Ze hadden het over het recht op abortus, het recht op schoon water enz. Conservatieven namen dat over: zij spraken over het recht op wapenbezit, het recht op bescherming van ongeboren leven, het recht op lagere belastingen. Het verheffen van politieke doelen tot het niveau van rechten zou een belangrijke stap blijken te zijn naar het ontstaan in Amerika van twee ideologische kampen. Een parlement moet het hebben van de bereidheid van groepen om samen oplossingen te zoeken. Als die compromissen moeten gaan over standpnten die gebaseerd zijn op het eigen morele gelijk, wordt het sluiten van compromissen een stuk minder aantrekkelijk.

maandag 14 januari 2019


Sprookjes uit de vorige eeuw

Zaterdagavond jl. de tweede aflevering van de serie over de Kennedy’s bekeken: een mooi verhaal met plaatjes. Men houdt zich in grote lijnen aan de officiële versie en laat onwelgevallige zaken weg of vermeldt ze maar voor 50% of minder. Een paar voorbeelden.

De verkiezingsstrijd in 1952
In het deel over de strijd om de senaatszetel van Massaschusetts in 1952 is er veel aandacht voor de teaparty’s en de jurken met zijn naam erop die zijn zussen droegen. Dat vader Kennedy vlak voor de verkiezingsdatum de belangrijke conservatieve noodlijdende krant The Boston Post in het geheim een lening gaf van $500.000 - waarna deze prompt in een hoofdredactioneel commentaar JFK aanbeval - vermeldt men niet.
Men vertelt dat JFK in 1956 naar Frankrijk ging om zijn vader daar te bezoeken en vervolgens met een paar vrienden wat te zeilen. Men vertelt niet, dat dat ‘zeilen’ betekende elke dag in een andere haven aanleggen voor verse proviand en verse dames. Wat is dat voor een echtgenoot die zijn hoogzwangere vrouw in Amerika verlaat? Wanneer hij het bericht van haar miskraam verneemt, keert hij pas na een paar dagen terug. Hij zelf ziet er aanvankelijk de zin niet van in (hij zag niet wat hij er nog aan kon doen!), maar vrienden overtuigen hem dat hij terug moet om zijn huwelijk te redden. Wil hij ooit president worden dan moet hij de indruk wekken een zorgzaam echtgenoot te zijn. Vanwege zijn presidentiële aspiraties gaat hij terug, niet om Jackie bij te staan. Wekt het verbazing, dat Jackie na haar miskraam naar het huis van Robert gaat en niet naar haar ‘eigen’ huis? Eigenlijk niet met zo’n man als echtgenoot.
Dat hij in 1957 de Pulitzer Prize krijgt voor een boek, dat hij niet zelf geschreven heeft, komt helemaal niet aan de orde. Zijn trouwe medewerker Ted Sorensen had het voorwerk gedaan en Profiles of Courage grotendeels geschreven. Sorensen heeft lang volgehouden dat het echt van zijn baas was, maar gaf in zijn laatste boek toe, dat hijzelf de auteur was geweest.
Aan het eerste televisiedebat wordt terecht veel aandacht besteed. Men vertelt wel, dat JFK veel beter overkwam dan Nixon, maar niet, dat publiek dat het debat op de radio had gevolgd – en zich alleen baseerde op de inhoud -  in grote meerderheid Nixon tot winnaar verklaarde.

Fraude in Texas
Robert Caro laat in The Passage of Power, het vierde deel van zijn prachtige biografie van Johnson, zien dat er heel veel aanwijzingen zijn voor fraude in Texas in 1960 onder regie van Johnson. Kennedy had de electorale stemmen van de ‘Solid South’ heel hard nodig. Johnson wist hoe je verkiezingen naar je hand kon zetten. Dat had hij m.n. in 1948 al gedaan. Zijn nipte overwinning toen op Coke Stevenson leverde hem de bijnaam ‘Landslide Johnson‘ op. Caro laat met een reeks voorbeelden zien, dat onwaarschijnlijk veel kiezers van mening veranderd waren in vier jaar. Waar zij in 1956 met overgrote meerderheid op Eisenhower stemden, waren zij nu plotseling voorstanders van Kennedy. In b.v. het district van Antonio was er in 1956 een meerderheid van 12.000 voor Eisenhower. In 1960 had Kennedy een meerderheid van 19.000. Wie wilde protesteren tegen de uitslag in Texas, kon zich wenden tot het kiesbureau van de staat Texas, waarin zaten Gouverneur Price Daniel, minister van Justitie Will Wilson en de voorzitter van het kiesbureau, de ‘minister van Buitenlandse zaken’ Zollie Steakley. Allemaal DEMOCRATEN! De laatste verklaarde dat de Texaanse wetten hen geen bevoegdheid gaven onderzoek te doen, de hoorzittingen werden verdaagd tot na 19 december, de dag waarop de kiesmannen in Washington Kennedy en Johnson officieel tot president en vicepresident kozen.

Je moet er wel tegen kunnen!
Waarom geeft men zo’n incompleet beeld? Omdat het Amerikaanse publiek de waarheid niet wil horen. Omdat sponsors degelijke programma’s niet sponsoren. Omdat men er geen belang bij heeft. De eerste grote kritische biografie van JFK kwam van de hand van een buitenstaander, de Engelsman Nigel Harrington. De familie schrok zo van wat hij - allemaal gedocumenteerd-  over hun held beweerde, dat hij voor het schrijven van deel 2, de geschiedenis van 1946 tot 1963, niet meer werd uitgenodigd.