woensdag 8 maart 2017

The great Society van Lyndon Baines Johnson
LBJ leeft bij de meesten van ons voort als de man die Amerika steeds verder meesleepte in het moeras van de oorlog in Vietnam. Hij verhoogde het aantal troepen tot meer dan 500.000 man en hij maakte gebruik van zware bombardementen. ‘Johnson moolenaar’ verdwijnt in januari 1969 uit de wereldgeschiedenis. Er wordt gemakkelijk vergeten wat hij op sociaal gebied allemaal voor mekaar wist te krijgen.
Hij wint de verkiezingen voor het presidentschap 1964 tegen Goldwater met een landslide (61.1 % tegen 38.5 %, 486 kiesmannen tegen 52 kiesmannen) en heeft zowel in het Huis van  Afgevaardigden als in de Senaat een hele grote meerderheid. Daar doet hij vervolgens ook wat mee!
Hij jaagt – Johnson wist hoe hij de wetgevende organen moest bespelen – een reeks van wetten door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Arme mensen hadden eind jaren ’50 van de vorige eeuw alleen maar ellende te verwachten, als ze ernstig ziek werden. Een 75-jarige vrouw getuigde in 1959 dat ze bij een liefdadigheidsziekenhuis in de wachtrij moest gaan staan om medische verzorging te krijgen. Een gewone dokter konden zij en haar man onmogelijk betalen. Pogingen van de Democraten om daar verandering in te krijgen worden door ‘The Powers That Be’ fel bestreden. De American Medical Association besteedde 50 miljoen dollar om een bescheiden begin van wat nu Obamacare is tegen te houden. Medicare garandeerde ouderen na 1964 wel verzorging in het ziekenhuis. Ingebakken in het programma zat ook de eis om alle vormen van rassenscheiding op te heffen. Alle patiënten moesten geaccepteerd worden ongeacht hun kleur, ras of afkomst. Kamers, afdelingen, verdiepingen en gebouwen moesten worden geïntegreerd. Ziekenhuizen moesten uitdrukkelijk hun best doen om ander dan blank personeel in dienst te nemen.
Ook in het onderwijs was de nood in die tijd hoog. In Kentucky zaten soms meer dan zestig kinderen in een klaslokaal. De Elementary and Secondary Education Act zorgde ervoor dat elke staat al naar gelang het aantal kinderen in huishoudens met een laag inkomen extra geld kreeg. De uitgaven voor deze sector van het onderwijs stegen vanaf 1958 tot nu van 2 % van het onderwijsbudget tot 13 %. Ook bij deze federale aanvulling van het onderwijsbudget van de states werd de wettelijke eis gesteld, dat scholen geïntegreerd moesten worden. Het aantal zwarte studenten ging van 2 % naar 23 %. Tussen 1968 en 1980 ging daalde het percentage zwarte kinderen dat gesegregeerde scholen bezocht van 77,5 % naar 26,5 %.
De Civil Rights Act van 1964 verordende de integratie van alle openbare ruimten: hotels, zwembaden bussen enz. Voor 1965 gold in de elf oude staten van de Confederacy en in Delaware, Kansas, Maryland, Missouri, Oklahoma (de Border States) het oude regiem. In Alabama slaagde slechts 11 % van de zwarte Amerikanen erin om te stemmen. Zo groot waren de belemmeringen die hen  in de weg werden gelegd. In 1970 stemde 75 % van de zwarte Amerikanen daar wel.
In de Voting Rights Act van 1965 werd vastgelegd dat staten met een geschiedenis van discriminatie – lees de zuidelijke staten! – veranderingen in hun stemprotocollen vooraf aan het ministerie van Justitie moesten voorleggen. Het Hooggerechtshof onder opperrechter Roberts heeft die bepaling een tijd geleden buiten werking gesteld. Ja, dan is de beer los. Arizona, North Carolina en Texas schrapten in 2016 886 stembureaus voornamelijk in buurten van minderheden. Als je dan ook ‘early voting’ flink inperkt, kunnen heel veel kiezers alleen op 8 november zelf gaan stemmen. Dat leidt tot lange rijen wachtenden en tot een flink aantal mensen dat helemaal niet meer gaat stemmen.
Ook het voedselbonnenprogramma is een resultaat van Johnsons wetgevende arbeid. 13 % van de Amerikaanse bevolking profiteert daar nu van. Door Medicaid zorgt de federale overheid ervoor, dat ook arme Amerikanen medische zorg krijgen. Dat zijn er op dit moment 73 miljoen. De Republikeinse meerderheid in beide huizen van het parlement wil stevig inhakken op al deze programma’s.
Wat gaat Donald Trump doen? Gaat hij deze afbraakplannen steunen? Plannen die ingaan tegen de belangen van de mensen die op hem gestemd hebben?



donderdag 23 februari 2017

Echte fraude!
Wisselende berichten uit Amerika. De ene dag zegt Trump dat hij geen onderzoek wil naar stembusfraude bij de verkiezingen in november. In het weekend van 11 en 12 februari evenwel beweerde een belangrijke medewerker van hem in een televisie-interview, dat er b.v. in New Hampshire op grote schaal gestemd zou zijn door kiezers die uit Massachusetts met bussen waren aangevoerd.
Vroeger was alles beter
Tijdens de lange spannende verkiezingsnacht in november 1960 belde John Kennedy met burgemeester Richard Daley van Chicago. Het zou er om spannen in Illinois. “Mr. President”, antwoordde Daley, “with al little bit of luck and the help of a few close friends, you’re going to carry Illinois.” Victor Lasky beschrijft in zijn boek It didn’t start with Watergate uit 1977, dat b.v. doden uit hun graven opstonden om op Kennedy te stemmen. Als de bemanning van de stembureaus, het beheren van de kiesregisters en het opmaken van de uitslagen in die stembureaus allemaal in handen is van Daley ‘en zijn vrienden’, kan er veel geregeld worden ten behoeve van de ‘goede’ Democratische zaak. Ook Seymour Hersh vertelt hierover in The Dark Side of Camelot uit 1997.
‘Landslide’ Johnson
 In 1947 nam Lyndon Johnson het in de Democratische primary in Texas voor een zetel in de Senaat op tegen ‘Coke’ Stevenson, een populaire oud-gouverneur. De uitslag bij de algemene verkiezingen in november stond al bij voorbaat vast: een Democratische kandidaat zou winnen, dus ging het om de primary. In die tijd was stemmen met de hand tellen de gangbare procedure en de uitslagen kwamen binnen op de dag zelf en m.n. in de dagen na de verkiezing. Als je over de goede relaties beschikte, de plaatselijke machthebbers in je zak had of ‘voor wat hoort wat’ toepaste, kon je zorgen voor stembusresultaten die steeds flink wat beter waren dan wat je concurrent had gekregen.
Johnson heeft extra stemmen nodig
De extra stemmen nodig om de meerderheid van concurrent Stevenson te overtreffen komen uit The Valley, een gebied in het Zuiden van Texas. Op de zesde dag na de verkiezingen komen er opnieuw correcties ten gunste van Johnson binnen. Zo worden b.v. de resultaten vastgesteld voor Jim Wells County en nu blijkt de uitslag in precinct 13 van Luis Salas niet 750 tegen 60, maar 950 tegen 60. Met nog veel meer van dergelijke correcties wint Johnson uiteindelijk met 87 stemmen verschil op een totaal van 988,295.
De derde macht: “Let the courts decide”.
Er komen dan van beide partijen rechtszaken eerst op het niveau van de staat en tenslotte tot bij het Supreme Court, er ontstaat een race om de klok. In Texas wenden de klagers zich tot de rechter om de stembussen met daarin de stembriefjes en de tellijsten te laten openen en controleren. In Washington vraagt een advocaat namens Johnson een rechter van het Hooggerechtshof om een verbod om de stembussen te openen. Motief: het is niet aan een federaal rechter om zich te mengen in een zaak van de staat Texas.
De spanning stijgt en midden in de rechtszaak in Texas - bijna op het moment dat de stembussen geopend moeten worden - komt bericht uit Washington: de behandeling van de zaak moet onmiddellijk stoppen.

De nieuwe senator voor Texas kreeg in Washington de bijnaam ‘Landslide’ Johnson.

zaterdag 11 februari 2017

Nog meer Trumps?
Die vermaledijde opiniepeilers hebben het helemaal niet zo slecht gedaan! Nate Silver van Fivethirtyeight voorspelde voor Clinton een voorsprong van iets meer dan 2%. Uiteindelijk heeft zij aanzienlijk meer stemmen meer behaald dan Trump. In 2000 werd George Bush president ondanks het feit, dat Al Gore 0,5% meer had van de popular vote. Denk aan 1960 Kennedy – Nixon, 1968 Nixon – Humphrey, 1976 Ford – Carter en dus 2000 Bush – Gore. De negatieve marge van Trump is 2.1! Zo zout hebben we het lang niet gegeten.

Waarom is ze dan geen president geworden?
Omdat ze Barack Obama niet is. Hij won in 2008 en 2012 o.a. omdat hij als zwarte kandidaat in cruciale zuidelijke staten als Florida en North Carolina veel zwarte kiezers naar de stembus wist te krijgen, die in vorige jaren helemaal niet waren gaan stemmen. De beelden van Obama die in hemdsmouwen goedvolle toespraken hield in Florida ten gunste van Clinton waren bedrieglijk. Zijn gehoor hield van hem, applaudisseerde voor hem, maar dat betekende niet automatisch dat ze ook voor een blanke vrouw- ze won Florida niet - gingen stemmen.
Omdat ze vanuit New York te weinig oog had voor en te weinig aandacht en geld besteedde aan de organisatie in staten als Florida en zich helemaal niet of nauwelijks heeft laten zien in staten als Michigan en Pennsylvania waar al die ‘deplorables’ wonen.

Het einde van de American Dream
Michigan en Pennsylvania, dat gebied heet ook wel de ‘Rust Belt’. Het is het kerkhof van de teloorgegane Amerikaanse maakindustrie. Het welvarende Amerika met kansen voor iedereen bestaat daar al lang niet meer. Witte mannen huwden vroeger jong en hadden werk: in 1950 had 86% van de witte beroepsbevolking een baan. Van de vrouwen werkte slechts 34% in doorgaans lagere functies. Omdat er werk was, kansen waren en de levensstandaard voor iedereen met werk hoog was, werden verschillen in inkomen en vermogen geaccepteerd; de mythe van het land van de onbegrensde mogelijkheden.
Vanaf de jaren ’60 verandert dat m.n. voor laagopgeleide witte Amerikanen (landelijke cijfers):
College niet afgemaakt:                werk:                    van 95% naar 80% in 2016.
College niet afgemaakt:                getrouwd:          van 90% naar 50% in 2016.
Werknemers met een universitair diploma op zak verdienen veel meer dan werknemers met een gewoon diploma. Tweeverdieners met een universitair diploma verdienden in 2012 vergeleken met 1979 ongeveer 28.000 dollar meer dan tweeverdieners met een gewoon diploma.
Waar voor alle overige groepen – zwart, latino, hoger en hoog opgeleid - de levensverwachting steeg, is die voor blanken met een lage opleiding fors gedaald. Belangrijke factor daarbij is drugsgebruik.

Een groot deel van de Amerikanen gaat zelden stemmen. Dat zijn de onbereikbaren, mensen die van het systeem niets meer verwachten en de ontevredenen die wel klagen, maar niet stemmen. In 2012 ging 77% van de hoogopgeleiden stemmen tegen 55% van de laagopgeleiden. In 2012 won Obama in Florida met 74.000 stemmen, terwijl 2,5 miljoen laagopgeleiden niet gingen stemmen. In 2012 won Obama landelijk met 5 miljoen stemmen, maar 47 miljoen kiesgerechtigden met alleen high school daar gingen niet stemmen. Wie uit dat reservoir van slapende stemmen een flink deel weet te mobiliseren kan verkiezingen winnen.

woensdag 25 januari 2017

Ivanka als First Lady?
Abraham Lincoln nam in 1861 bij het begin van zijn presidentschap een aantal van zijn rivalen in zijn cabinet op. Edward Bates kwam op Justitie, Salmon Chase op Financiën en William Seward op Buitenlandse zaken. Insiders verwachtten dat deze ervaren politici de man uit Springfield (Ilinois) zouden dominerenm maar Lincoln speelde hen tegen elkaar uit. Hij wist de steun te verwerven van Chase en domineerde hen tenslotte allemaal, omdat hij gewiekster was en de vooruitziende staatsman bleek te zijn. In 2005 publiceerde Doris Kearns Goodwin een prachtig boek hierover Team of Rivals. Oliver Stone baseerde er zijn film Lincoln mede op. Toen Barack Obama in 2008 aan zijn presidentschap begon, maakte hij Hillary Clinton, die zijn rivale voor de Democratische nominatie was geweest, minister van Buitenlandse Zaken. Vicepresident Joe Biden werd belast met de coördinatie van het buitenlandse en defensiebeleid, waarbij natuurlijk ook Susan Rice, de ambassadrice bij de Verenigde Naties betrokken was. Richard Holbrooke werd speciaal afgezant voor Afghanistan.
Wie zal Trump terzijde staan bij officiële verplichtingen, bij allerlei evenementen in politiek Washington? Normaliter zou dat zijn derde echtgenote Melania zijn, maar er wordt geschreven dat zij de rol van First Lady helemaal niet ambieert en dat zijn dochter Ivanka aan de zijde van haar vader de rol van ‘First Daughter’ op zich zal nemen. Zij is niet alleen een knappe verschijning, maar ook een succesvolle zakenvrouw. Haar vader luistert naar haar; zij weet hoe zij hem moet aanpakken.
Hiervoor is een precedent in de Amerikaanse geschiedenis, maar dan op een niveau lager, dat van een lid van de regering. Salmon P. Chase was driemaal binnen tien jaar weduwnaar geworden. Zijn dochter Kate stond hem in Washington terzijde bij officiële gelegenheden. William Russell, een journalist van The Times in Londen, omschreef haar als “zeer aantrekkelijk, prettig in de omgang en levendig”. Ze heeft “een melodieuze stem, ze houdt haar hoofd een beetje omhoog en heeft een zwakke bijna neerbuigende glimlach op haar lippen”. Ze was de koningin van politiek Washington.

Mannen overlaadden haar met complimenten en gingen op hun knieën voor haar. Hoewel door vele mannen begeerd, sloeg zij alle huwelijksaanzoeken af en bleef bij haar vader. In 1861 echter ontmoette zij William Sprague, de gouverneur van Rhode Island. De eerste keer dat ze elkaar zagen, klikte het meteen. Hij bezat een grote kledingwarenfabriek, verschafte werk aan meer dan tienduizend arbeiders en beschikte over enorme politieke invloed in zijn staat. Kate die gewend was te bevelen en gehoorzaamd te worden, was onder de indruk van dit zelfverzekerd heerschap. Door de burgeroorlog moesten ze hun huwelijksplannen eerst in de ijskast zetten. Bij de trouwplechtigheid op twaalf november 1863 waren vijftig genodigden aanwezig waaronder de president en het hele cabinet. Op de receptie kwamen nog eens vijfhonderd gasten. Er werd beweerd dat de tiara die zij kreeg van haar aanstaande $50,000 waard was. Helaas werd het niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Sprague zag haar niet als gelijkwaardig partner en was erg op de penning. Hoewel in het bezit van een miljoenenfortuin had hij felle kritiek op zo goed als elke uitgave van haar. Zij vroeg zich in haar dagboek af of hij niet volledig gefixeerd was op geld, dat toch niet meer dan een hulpmiddel was. Interesses in literatuur, kunst e.d. had hij niet. Hij begon opnieuw te drinken, wat leidde tot ruzie en als hij weer nuchter was beloftes om anders te gaan leven enz. Kate vroeg zich af de problemen niet ook aan haar verwachtingen lagen. “Trots, hartstochtelijk en onverdraagzaam, had ik nooit geleerd mij te schikken naar anderen”.  Na haar vaders dood in 1873 liep hun huwelijk spaak. Ze begon een affaire met de senator voor New York Roscoe Conkling. Toen haar man hen betrapte, ging hij Roscoe achterna met een geweer. Nadat het echtpaar een gewelddadige ruzie had gehad, waarbij haar man probeerde haar uit het raam van hun slaapkamer te gooien, vroeg zij scheiding aan. Ze keerde terug naar Washington. Daar overleed ze in armoede op vijfentachtigjarige leeftijd.

woensdag 11 januari 2017

Wat is een ‘faithless elector’ en mag je een wapen dragen?
In Amerika word je president door de meeste electorale stemmen te winnen. Alle kiesmannen worden geacht hun stem uit te brengen op de kandidaat die hun staat gewonnen heeft.
Art Sisneros is een kiesman in Texas die heeft overwogen zijn stem niet op Trump uit te brengen (dan zou hij een ‘faithless elector’ zijn geworden). Nadat hij had vastgesteld dat hij niet op Trump kon stemmen, heeft hij zijn mandaat als kiesman teruggegeven. In een uitvoerig stuk op zijn website legde hij uit waarom.
Hij stelt dat christenen in een moeilijke positie verkeren. Kunnen zij stemmen op iemand van wie het twijfelachtig is of hij wel het echte geloof belijdt? Trump heeft, zo zegt hij, dingen gedaan die te onfatsoenlijk zijn om te beschrijven, maar dat geldt ook voor Clinton. Hij gaat dan verder met citaten uit de Bijbel, omdat die voor hem maatgevend is voor wat wel en niet te doen. Ofschoon dat voor hem duidelijk het zwaarste weegt, ga ik op dat deel van zijn argumenten verder niet in.
Hij besteedt ook veel tijd aan zijn standpunt over de functie van het Electoral College en dan zijn we terug bij de vraag wat de Founding Fathers bedoelden. Nu die bedoelden wel degelijk, dat de kiesmannen zouden bekijken of een kandidaat geschikt was voor het hoge ambt. Hamilton en anderen formuleerden daar een reeks eisen voor: het moest een gekwalificeerde kandidaat zijn, voorkomen moest worden dat een demagoog of een charlatan werd gekozen en het mocht ook niet iemand zijn die onder buitenlandse invloed stond. Sisneros haalt ook het onderscheid tussen een democratie en een republiek aan. In een democratie, zo zegt hij, regeert het volk direct, in een republiek doen dat de vertegenwoordigers van het volk en die hebben een eigen taak.
Natuurlijk is Sisneros’ standpunt anno 2017 onhaalbaar. De oplossing voor de tegenstelling tussen een meerderheid behalen bij de kiesmannen en een minderheid van het totaal aantal stemmen zoals bij Trump vs. Clinton ligt niet in het oppoetsen van de positie van de kiesmannen (en –vrouwen). We leven niet meer in de achttiende eeuw.
Interessant om te vermelden is dat dit weer een voorbeeld is van de voortdurende interpretatiestrijd in de VS over de Constitution. Sommigen – vaak ter rechterzijde – vinden dat deze letterlijk geïnterpreteerd moet worden. Dus als er staat dat mensen wapens mogen dragen, dan mogen ze wapens dragen. Dat ‘to bear arms’ verwijst naar de militaire dienst (gebaseerd op het Latijnse ‘arma ferre’) willen ze niet horen. ‘To bear arms’ slaat dus niet specifiek op pistolen of geweren, maar op al het militaire materiaal ook b.v. voor de oorlog op zee. De steden kregen het recht om in een arsenaal wapens te bewaren voor het geval de overheid onrechtmatige actie tegen de burgers zou ondernemen. Wat voorstanders van het recht om een wapen te dragen – een gevoelig onderwerp in de strijd tussen Clinton en Trump – ook doen is de documenten uit de begintijd van de VS plunderen op zoek naar zinsdelen die hun standpunt bevestigen. Ze citeren dan b.v. triomfantelijk ‘the right to bear arms for the defense of themselves’ en vergeten dan de rest van die zin ‘and their own state or the United States’. Let op dat er steeds gebruik wordt gemaakt van het meervoud b.v. ‘arms’.

Een ander voorbeeld van strijd over de interpretatie van  de Constitution komt uit de negentiende eeuw. Ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog waren er in het Zuiden veel politici die betoogden dat de VS een unie was van staten die zich vrijwillig met elkaar hadden verbonden en dat een staat dus ook weer op elk moment gewenst moment uit die unie kon stappen. Lincoln zag dat anders. Kan de federale overheid wetten aannemen, maatregelen treffen die voor elke staat gelden? Gouverneur George Wallace in Alabama dacht daar in 1963 anders over dan president John Kennedy. Een laatste voorbeeld is welke tekst meer gelding zou moeten hebben: de Declaration of Independence waarmee het allemaal begon (“All men are equal enz.”) of de Constitution die daarna kwam?

woensdag 28 december 2016

Een stripboek met Kerstmis!

Een stripboek met Kerstmis!
Een tijd geleden vertelde ik een collega dat mijn interesse in de Amerikaanse politiek ooit begonnen is met het boek van Theodore Sorensen over president Kennedy. Hij vertelde mij toen over het eerste deel van De Kennedy Files (Scratch Books) geschreven en getekend door Erik Varekamp en Mick Peet. Ik kende die twee namen van een in de pers positief ontvangen stripboek over prins Bernhard. Toen ik op Google ontdekte dat het ook nog een nawoord bevatte van Nigel Hamilton, moest ik het hebben om het onder de kerstboom – hopelijk met wat sneeuw buiten - te lezen. Nigel Hamilton is de auteur van JFK, Life and Death of An American President, Volume One: Reckless Youth, een bijzonder interessante biografie van het eerste deel van het leven van JFK. Hamilton vertelt in zijn nawoord bij het stripboek, dat senator Edward Kennedy op het laatst van zijn leven, nadat bij hem een hersentumor was geconstateerd, anders tegen het leven en het belang van historie aan ging kijken. Hij gaf professor David Nasaw opdracht een nieuwe biografie van Joe Kennedy te schrijven, maar zelfs deze kreeg geen onbeperkte toegang tot al het materiaal! Het stripboek opent met een scene in Hyannisport. Joseph P. Kennedy III komt op bezoek bij zijn oom Ted, de laatste van de drie broers John, Robert en Edward. Deze zal zijn achterneef nu wel het echte levensverhaal van zijn vader Joe Kennedy gaan vertellen. Dat is een literaire kunstgreep om het verhaal in een familiekader te zetten, maar beide auteurs houden zich verder netjes aan de historische feiten. Die zijn al interessant genoeg!
Vader Joe Kennedy had in de jaren ’20 van de vorige eeuw als speculant een fortuin verdiend op de beurs in Boston en later New York. Toen Roosevelt in 1932 president werd, wilde hij de beurs weer betrouwbaar maken en hij benoemde daarom Joe tot voorzitter van het toezichthoudende orgaan, de SEC. “Om boeven te vangen heb je een boef nodig”, zo verdedigde Roosevelt zijn besluit. Big Business was in 1936 tegen een tweede ambtstermijn voor Roosevelt, Joe Kennedy steunde hem wel. In 1938 volgde de beloning: Kennedy werd benoemd tot ambassadeur in Engeland, een heel prestigieuze post voor een afstammeling van Ierse immigranten. Het boek opent met een uitspraak van Joe: “Nou Rose, dit is een verdomd eind weg van Oost-Boston!” Zoals zo veel andere uitspraken en feiten in dit boek niet verzonnen, maar gebaseerd op de bronnen. Dan volgt het verhaal van de overtocht van de familie naar Engeland, de ontvangst ten paleize, de entree in de betere, adellijke kringen enz. Joe doet zijn uiterste best Amerika buiten de naderende oorlog te houden. Hij verkondigt aan wie het maar horen wil, dat Amerika neutraal is en buiten een oorlog zal blijven. Natuurlijk laat hij zijn gezin ook naar Londen komen. Interessant voor de pers: een rijke Amerikaan met een groot gezin! De oudste zoon Joe werkt voor zijn vader als secretaris, Jack studeert een half jaar in Londen. Zus Kathleen wordt verliefd op de protestantse William Cavendish, markies van Hartington. Tot ontzetting van haar zeer katholieke moeder trouwt ze zelfs met hem in 1944.
Joe’s ambassadeurschap wordt geen succes en een held blijkt hij ook niet. Tamelijk snel verliest Kennedy het vertrouwen van Roosevelt. Uiteindelijk gaan de contacten van Washington met de Engelse regering buiten hem om. Doodsbang voor de bombardementen op Londen tijdens de Blitz verlaat Kennedy elke dag aan het einde van de middag de stad om op het platteland veilig de nacht door te brengen. Ik heb veel kijk- en leesplezier aan dit stripboek beleefd. Het is onderhoudend en blijft dichtbij de bronnen. De kracht van een stripboek is dat veel niet verteld, maar getoond wordt. Het overspel van Joe b.v. en het feit dat hij en Rose feitelijk langs elkaar heen leven tonen de slotscenes over de kerstdagen 1938. Moeder Rose is met het grootste deel van de kinderen gaan skiën in St. Moritz. Joe brengt met vrouwelijk gezelschap en Jack de Kerst door in Palm Beach, Florida. 

Waarom is die biografie van Hamilton zo baanbrekend geweest? Waarom is nooit het tweede deel verschenen? Daarover een volgende keer.

dinsdag 13 december 2016

Burgers en generaals
Donald Trump toont een voorkeur voor generaals, admiraals e.d voor vitale posten in zijn regering en staf. Hij heeft luitenant-generaal b.d. Mike Flynn al aangewezen als adviseur Nationale Veiligheid. Hij heeft een oud-generaal van de mariniers, James Mattis, voorgedragen als minister van Defensie. ‘Mad Dog’ Mattis, die in 2013 met pensioen ging, is geen kleine jongen. Hij vocht in Irak, Afghanistan en Irak. Als minister van Binnenlandse Veiligheid – een ondankbare post waarop je alle diensten en instanties die zich daarmee bezighouden moet coördineren – heeft hij generaal b.d. John Kelly voorgedragen, die onder Obama de rechterhand was van zijn minister van Defensie. Onlangs had hij voor de functie van minister van Buitenlandse Zaken een gesprek met admiraal b.d. James Stavridis; voor die post leek naast anderen ook John Petraeus, een oud-generaal, in de running te zijn. “Ik maak me zorgen over een buitenlandse politiek die sterk bepaald wordt door Amerikaanse militairen, terwijl we over zoveel andere instrumenten beschikken”, zei de Democratische senator Chris Murphy. Militaire experts zijn bezorgd over dit eenzijdig zoeken in militaire hoeken. “Als je in de keuken alleen militaire middelen hebt staan, komt er waarschijnlijk een militaire cake uit”, zo ongeveer formuleerde een oud-luitenant-kolonel zijn bedenkingen. Vandaag blijkt dat hij een Texaanse oliezakenman gaat voordragen als minister van Buitenlandse Zaken.
Ik gebruikte het woord ‘voorgedragen’ hierboven bewust. Er is een wet uit 1947 die bepaalt dat een oud-militair zeven jaar uit functie moet zijn, voordat hij minister kan worden. Voor George Marshall werd in 1950 een uitzondering gemaakt. Alleen al daarom kan de Senaat weigeren akkoord te gaan met benoemingen van bepaalde kandidaten.
Volgens mensen uit zijn omgeving vindt Trump in militairen aantrekkelijk, dat ze kennis van zaken hebben, direct en besluitvaardig zijn en gewend zijn te werken in een commandostructuur.  Trump heeft een zekere fascinatie met generaals uit de Tweede Wereldoorlog, die van aanpakken wisten zoals Douglas MacArthur en George Patton. De Hollywood film Patton behoort tot zijn favorieten.
In Amerika was het de gewoonte (wat is er nog als vanouds onder Trump?), dat de leiding van het ministerie van Defensie in handen is van een burger. Onder Truman was dat Forrestal, toen Johnson, Marshall en Lovett, onder Eisenhower Wilson, McElroy en Gates, onder Kennedy en Johnson McNamara (tot hij werd weggewerkt en tot directeur van de Wereldbank werd benoemd) en Clifford. Nixon had Laird, Richardson, Clements en Schlesinger. Ford nam Schlesinger over, daarna werd het Rumsfeld. Carter had Brown, Reagan had Weinberger en Carlucci, vader Bush had Taft en Cheney,  Clinton had Aspin, Perry en Cohen, de jonge Bush had Rumsfeld en Gates en Obama had Panetta, Hagel en Carter. Het is dus een vuistregel dat het ministerie van Defensie geleid wordt door een burger. Het leger is gehoorzaamheid verschuldigd aan de president, de opperbevelhebber; het ministerie wordt geleid door burgers. Zo hoort het ook omdat Amerika geen militaristische samenleving is of wil zijn.
Nu zegt u misschien: Eisenhower was toch een generaal en die werd tot president gekozen in 1952? Ja, dat klopt, maar Eisenhower was een bijzonder soort generaal. Hij was niet een vechtjas zoals George Patton, maar meer een diplomaat onder de militairen. Hij had carrière gemaakt onder MacArthur en werd door George Marshall bij president Roosevelt aanbevolen vanwege zijn vermogen om met allerlei persoonlijkheden om te gaan. Ik noemde Patton al, denk aan Montgomery bij de Britten, denk aan de spanningen tussen de Britten die meenden te kunnen bogen op hun lange militaire ervaring en de Amerikanen. Die laatsten kwamen geleidelijk steeds beter op dreef, zorgden voor de aantallen troepen en materieel en keken vreemd aan tegen die Britse officieren met hun maniertjes. Door zijn ervaring in WO II, als opperbevelhebber van de NAVO en daarna als president van Columbia University was hij meer burger dan generaal geworden.
Bob McNamara was bestuursvoorzitter van de Ford Motor Company, toen hij in 1960 door Kennedy werd gevraagd om minister van Defensie te worden. Hij was Republikein, maar had op Kennedy gestemd. Een illustratie van het feit dat Kennedy vanuit het centrum wilde regeren (Arthur Schlesinger noemt dat ‘the vital center’). Kennedy nam ook de Republikein Douglas Dillon, minister van Financiën onder Eisenhower, in zijn kabinet op en stelde als stafchef McGeorge Bundy aan, een Republikein, die hij kende via Harvard. McNamara had naam gemaakt door het inzetten van moderne managementtechnieken en gebruikte deze ook bij het management van zijn ministerie. Voor het toepassen van die management- en planningstechnieken had hij weer andere burgers als assistenten nodig.
Toen de Cuba crisis losbarstte in oktober 1962 en bleek dat er op dat eiland Russische raketten met kernkoppen stonden, die binnen een aantal dagen gelanceerd konden worden, pakten de Chiefs of Staff hun handboek erbij. Daar staat dan dat de volgende stap een invasie moet zijn. Militaire logica, dit is een militair probleem en daarvan hebben wij het meeste verstand, dus laat dit maar aan ons over. Zeg “Ja” en we gaan aan de slag.
Een belangrijk figuur onder die hoge militairen was Curtis LeMay. Hij had carrière gemaakt in WO II, waar hij het bevel had over de eskaders die bommen afwierpen over Tokio. In een enkele nacht  vielen 100.000 slachtoffers. Hij verdedigde zijn aanpak met het argument dat zo het moreel van de Japanse bevolking werd gebroken en dat dit het einde van de oorlog zou versnellen. “Alle oorlog is immoreel; als je je daardoor laat weerhouden, ben je geen goede soldaat.” In oktober 1948 werd hij hoofd van het Strategic Air Command gelegerd in het Amerikaanse binnenland. Het groeide onder zijn leiding uit tot een ontzag wekkende eenheid met bommenwerpers en raketten met nucleaire lading. Ten tijde van de Cuba crisis maakte hij als hoofd van de luchtmacht deel uit van de Joint Chiefs of Staff. Hij stond later model voor Buck Turgidson, de Air Force generaal in Dr. Strangelove, de film van Stanley Kubrick.
Terug naar oktober 1962. Kennedy wilde dat in geval van confrontatie met Russische schepen er geen enkele actie werd ondernomen zonder zijn uitdrukkelijke toestemming. Admiraal George Anderson, die de leiding had over de activiteiten van de marine, vond dat Kennedy en McNamara zich niet moesten bemoeien met de praktische uitvoering van hun opdrachten. Anderson gaf aan dat volgens de Law of Naval Warfare uit 1955 je eerst signalen met vlaggen geeft en bij geen afdoende reactie daarna een schot voor de boeg lost (letterlijk!) en daarna de ander in zijn roer raakt. Zo deden ze dit al sinds de dagen van John Paul Jones (de eerste Amerikaanse marinecommandant tijdens de opstand tegen de Engelsen). Toen McNamara herhaalde, dat er geen schoten afgevuurd mochten worden zonder zijn toestemming, ontplofte Anderson bijna.

De Cuba crisis had om verschillende redenen slecht kunnen aflopen. Het is o.a. goed gegaan, omdat Kennedy en zijn adviseurs het als een politiek probleem opvatten dat niet met militaire middelen, maar met communicatie moest worden opgelost. Voor zulke oplossingen heb je burgers nodig.